Selectie en vernietiging
Voor de kerntaak van de Spoorwegongevallenraad (SOR) is bij de selectie van het archief gebruik gemaakt van de volgende selectielijst:Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Verkeer en Waterstaat
en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Personenvervoer over de periode 1945 - 1996, vastgesteld 29 maart 2004/m C/S/04/698, gepubliceerd in de Staatscourant van 19 september 2001, nr.181, pagina 14.
Voor de selectie had het archief een omvang van 16 meter. Het bestond uit 3 bestanden.
Bestand 1 uit de bewerking van 1999 gehaalde stukken (1956 - 1980), 1,1 meter;
Bestand 2 uit de bewerking van 2007 gehaalde stukken (1980 - 1996), 2,1 meter;
Bestand 3 van PWAA uit Rotterdam afkomstige stukken (1980 - 1999), 12,8 meter.
Verantwoording van de bewerking
In 2007 is ter bewerking aan de Centrale Archief Selectiedienst te Winschoten aangeboden het archief van de Spoorwegongevallenraad (SOR) over de periode 1956 - 1999. In 2008 is het archief tevens geselecteerd en geïnventariseerd. Doel van de bewerking was het archief in een zodanige staat brengen, dat het voldoet aan de normen voor de goede, geordende en toegankelijke staat en het overgebracht kan worden naar het Nationaal Archief.
In 1999 werd bij de CAS een aanvang gemaakt met de bewerking van het archief van het Directoraat-Generaal Verkeer over de periode 1945 - 1979. Tijdens de bewerking werden ook archiefbescheiden van de Spoorwegongevallenraad over de periode 1956 - 1980 aangetroffen. In overleg met het Nationaal Archief werd besloten deze stukken in een aparte institutionele toegang te plaatsen. In navolging van de bewerking uit 1999 werd in 2007 de bewerking gestart van archiefbescheiden welke gevormd waren na 1980.
Een deel van het archief was reeds geïnventariseerd door het Project Wegwerken Achterstanden Archieven (PWAA) te Rotterdam. De inventarisatie van het PWAA is door de CAS gebruikt bij de bewerking.
De cesuur is van 1956 - 1999. De begincesuur is bepaald door de instelling van Spoorwegongevallenraad. De eindcesuur wordt bepaald doordat de Spoorwegongevallenraad, evenals de overige ongevallenraden op het gebied van verkeer en vervoer, op 1 januari 1999 in de nieuw ingestelde Raad voor de Transportveiligheid is opgegaan. Deze raad werd hiermee de opvolger van de Spoorwegongevallenraad, de Raad voor de Luchtvaart en de Commissie Binnenvaartrampenwet.
Het voor bewaren aangemerkte deel van het archief is na bewerking verzonden naar het Nationaal Archief te Den Haag. Dat bestaat, na materiële verzorging, uit 7,375 meter te bewaren archiefbescheiden. De vernietiging van 5,125 meter archiefbescheiden is, na toestemming van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, bij brief van 25 februari 2009, gerealiseerd door Van Gansewinkel Nederland BV. De termijnstukken, met een omvang van 1,75 meter, zijn naar het Ministerie van Verkeer en Waterstaat teruggezonden. Tevens wordt 1,75 meter archief aangetroffen van de Raad voor de Verkeersveiligheid (RVV), dit is afgescheiden.
Voor de materiële staat van het archief is de bewerking van het te bewaren gedeelte uitgevoerd conform artikel 11 van het Archiefbesluit en de Regeling Duurzaamheid Archiefbescheiden.