Geschiedenis van de archiefvormer
De Spoorwegongevallenraad (SOR) is op aandringen van de volksvertegenwoordiging bij wijziging van de Spoorwegwet, Stb. 1956, 26 (zie art. 27a-d), ingesteld. Voordien kon de minister van Verkeer en Waterstaat - krachtens art. 27 van de in 1915 gewijzigde Spoorwegwet - van geval tot geval een onderzoekscommissie instellen. Dergelijke onderzoeken vonden vier maal plaats, alle vóór de Tweede Wereldoorlog. De raad wordt beschouwd als een zelfstandig bestuursorgaan. In de optiek van de Archiefwet 1995 wordt de SOR echter niet beschouwd als een zorgdrager (dat is de minister van V&W).
De raad heeft als taak kennis te nemen van ‘alle voorvallen op de spoorweg die hetzij de veiligheid of de regelmatigheid van het spoorwegverkeer, hetzij de veiligheid van personen in gevaar hebben gebracht.’ Bij ernstige spoorwegongevallen kan de SOR een onderzoek instellen. De bevoegdheden van de SOR strekken zich uit tot de hoofd- en lokaalspoorwegen en de twee metro's. De raad heeft geen tuchtrechtelijke bevoegdheden.
Jaarlijks meldt de NS een groot aantal ongevallen aan de minister en de SOR (in 1993: 2150 meldingen). De raad ontvangt de rapporten van de interne NS-onderzoeken die een C-status hebben, toegezonden. De C-onderzoeken, thans klasse 1 en 2 rapporten van Railned-Spoorwegveiligheid, hebben betrekking op voorvallen waarbij de veiligheid van het spoorwegverkeer of personen ernstig in gevaar is gebracht. Het betreft meestal het rijden door 'stoptonend' sein, botsingen tussen treinen en ontsporingen. Op basis van de aangemelde incidenten houdt de SOR twee typen onderzoeken:
interne onderzoeken, jaarlijks 20 à 25 gevallen;
- openbare onderzoeken naar voorvallen met een grote materiële schade of persoonlijk letsel, gemiddeld één onderzoek in de twee jaar.
Bij zijn onderzoek baseert de SOR zich hoofdzakelijk op de onderzoeken van de NS en justitiële onderzoeken.
De SOR beschikt niet over een intern reglement met regels of criteria; wel is er een in de loop der jaren gegroeide praktijk. Het eerste type onderzoek kan uitmonden in aanbevelingen aan de NS. De openbare onderzoeken resulteren in een rapportage aan de minister en aanbevelingen ter verbetering van de spoorwegveiligheid.
De minister publiceert in de Staatscourant het verslag en de aanbevelingen van de Raad en zijn reactie hierop, of zendt de Tweede Kamer het rapport. Het secretariaat van de SOR werd tot 1982 vervuld door medewerkers van het Spoorwegtoezicht. Van 1982 tot 1992 berustte het secretariaat bij de juridische afdeling van Directoraat-Generaal van het Vervoer. Sindsdien neemt het secretariaat van de Raad voor de Verkeersveiligheid (RVV) het secretariaat waar.
De Spoorwegongevallenraad wordt, evenals de overige ongevallenraden op het gebied van verkeer en vervoer, in 1997 onderdeel van de in te stellen Transportongevallenraad (TOR). De TOR bestaat uit vier kamers, die onderzoek instellen naar (bijna) ongevallen in het lucht-, water-, railverkeer en wegverkeer, en die geen tuchtrechtelijke bevoegdheden hebben. NS-Railned blijft waarschijnlijk in de toekomst het (technische) vooronderzoek doen, met dien verstande dat de TOR dan de verantwoordelijke instantie zal zijn.