2.16.79 Inventaris van het archief van de Rijkspostspaarbank [1881-1985] en de Postcheque- en Girodienst [1917-1985]

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

De archieven zijn niet volledig. In de loop van de tijd is er veel uit vernietigd. Van de vernietiging zijn echter geen lijsten gevonden.
Uit de beginperiode van de RPS zijn bijvoorbeeld bijna geen stukken bewaard gebleven. Over het geheel genomen zijn er veel hiaten.

Selectie en vernietiging

De archieven zijn geselecteerd met behulp van het rapport "De gelddiensten bekeken", welke is samengesteld door de ING. Hierin zijn de handelingen en taken van de RPS en de PCGD middels een institutioneel onderzoek beschreven in een handelingenlijst. Aan de hand van deze handelingenlijst is een selectie-instrument samengesteld waarin de handelingen zijn gewaardeerd.
De archieven van de RPS en de PCGD, ca. 1500 strekkende meter, zijn middels het Basisselectiedocument (BSD), zoals die is gedefinieerd in het rapport "De Gelddiensten bekeken", geselecteerd.
Bij overbrenging bedraagt de omvang van het archief 28 strekkende meter.

Aanvullingen

Tussen de Rijksarchiefdienst en de Postbank N.V. is naar aanleiding van de overbrenging het volgende overeengekomen:
  • De archiefbescheiden die de voorbereiding van de verzelfstandiging van de Rijksdiensten, de RPS en de PCGD, tot de Postbank N.V. betreffen, zullen in 2011 worden overgedragen aan de Algemene Rijksarchivaris op dezelfde condities als in de overeenkomst tussen de Postbank N.V. en de Staat der Nederlanden op 22 december 1994, is bepaald.
  • Ten aanzien van de in de inventaris genoemde archiefbescheiden onder inventarisnummer 249 worden deze archiefbescheiden over de Tilburgsche Hypotheekbank in het ING-archief opgeslagen en in het jaar 2020 aan de RAD overgedragen.

Verantwoording van de bewerking

In overleg met de Rijksarchiefdienst is ervoor gekozen om de archieven middels de methode van institutioneel onderzoek, welke door de Projectorganisatie Invoering Verkorting Overbrengingstermijn (PIVOT) is ontwikkeld, te bewerken. De projectgroep OPERA heeft een projectplan samengesteld
Opgenomen als bijlage bij de overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en de Postbank N.V. van 22 december 1994.
waarin de randvoorwaarden, de projectstappen en de planning zijn vastgelegd.
In deze inventaris zijn de archieven van de RPS en de PCGD beschreven. De oorspronkelijke ordening van de archieven (voor zover aanwezig) is bij de selectie geheel losgelaten.
De neerslag van de met een O (overbrengen) gewaardeerde handeling is beschreven en toegankelijk gemaakt in deze inventaris. Hierin is elke handeling van de RPS en de PCGD een rubriek. Zo zijn er 17 handelingen, genummerd in de rubrieken A.1-A.17.
Bij de neerslag van de met NO (niet overbrengen) gewaardeerde handelingen is eerst gekeken of deze voldeed aan de uitzonderingen, genoemd op pagina 58 van het rapport 'De gelddiensten bekeken', alvorens de neerslag daadwerkelijk te vernietigen.
Bij twee handelingen die met NO zijn gewaardeerd is deze waardering omgezet in O. Deze stukken leveren een bijdrage aan de reconstructie van het handelen van de diensten in relatie met de Nederlandse samenleving.
Dit geldt voor de handelingen 27 en 58 in het rapport en zijn in deze inventaris opgenomen als de rubrieken A.6 en A.15 (inventarisnummers 266 en 394-419).
Elke rubriek is, mits daarvan archief aangetroffen, op twee manieren onderverdeeld:
  • in RPS, PCGD of PCGD/RPS
  • in Algemeen en Bijzonder
De onderverdeling RPS, PCGD en PCGD/RPS is gemaakt omdat er drie administraties zijn gevoerd; de RPS vanaf 1881 tot de integratie (1977
Zie pagina 30 van het rapport "De gelddiensten bekeken".
), de PCGD vanaf 1917 tot de integratie en de PCGD/RPS vanaf de integratie tot 1986.
De jaartallen van archiefstukken onder deze subrubrieken komen niet geheel overeen met bovengenoemde data omdat archiefstukken zich niet door integratie laten scheiden.
De onderverdeling Algemeen en Bijzonder is gemaakt om een onderscheid te maken in stukken die een algemeen karakter hebben, zoals notulen en algemene correspondentie én stukken die vanuit hun bijzondere karakter een bijdrage leveren aan het produkt dat voortkomt uit de handeling.
De stukken onder B, Gedeponeerd archief, zijn ontvangen en opgemaakt door A.P.TH. Sassen, van 1881-1909 directeur van de Rijkspostspaarbank.
Hiervan zijn geen handelingen gedefinieerd omdat Sassen deze niet verrichtte in zijn functie als directeur, maar als persoon met kennis van zaken omtrent de bank- en verzekeringsbranche. Gezien het belang van de stukken zijn ze opgenomen in de inventaris.