2.16.79 Inventaris van het archief van de Rijkspostspaarbank [1881-1985] en de Postcheque- en Girodienst [1917-1985]

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

In het rapport "De gelddiensten bekeken", samengesteld door de ING, is de geschiedenis van de RPS en de PCGD uitvoerig beschreven in Hoofdstuk 2 "Institutioneel overzicht". Zie ook de daarbij gebruikte literatuurlijst (bijlage V).

Geschiedenis van het archiefbeheer

Rijkspostspaarbank

Vanaf 1881 werd er bij de RPS een centrale administratie gevoerd waar alle ingekomen en uitgaande stukken, ontvangen en opgemaakt door de directeur, werden geregistreerd. Dit komt tot uiting in de spaarzame archiefstukken die er uit die periode zijn overgebleven. Het gehanteerde stelsel geeft elk jaar een uniek nummer, beginnend met het oprichtingsjaar 1881 (1881 = 1, 1882 = 2, etc.). Dit geldt zowel voor de ingekomen stukken als voor de uitgaande. Elk stuk krijgt daarbij zijn eigen unieke, doorlopende nummer. Sommige (interne) stukken krijgen ook nog een afdelingskenmerk (nummer of letter). Dit is het zogenaamde rubriekenstelsel.
Deze registratiemethode wordt tot ca. 1950 gehanteerd. Na 1950 werden de werkzaamheden uitgebreid en zal er daardoor gekozen zijn voor een meer decentrale administratie.
Vanaf 1978 is er waarschijnlijk een classificatiecode gebruikt, namelijk een van de PTT, die speciaal voor de Gelddiensten is ontwikkeld.

Postcheque- en Girodienst

De PCGD heeft vanaf 1917 een centrale administratie die de ingekomen en uitgaande stukken een doorlopende nummering geeft en ze daarbinnen per dossier een classificatiecode geeft. Deze code staat alleen op de minuten en niet op de ingekomen stukken. De nummering gaat bij elk nieuwe jaar door totdat men ineens weer bij nul begint. Deze vorm van registreren gaat, ook na de decentralisatie, nog door tot 1978. Na 1978 worden er diverse registratie- en classificatievormen door elkaar gebruikt.

Samenvoeging van de archieven

De archieven van de RPS en de PCGD zijn na de verzelfstandiging van de Postbank N.V. bij elkaar gevoegd. Het overgrote deel van de archieven was niet geschoond en niet geselecteerd en bevatte daardoor veel doublures en kopieën. Ook waren de archieven nauwelijks toegankelijk.
De toenmalige archiefafdeling van de Postbank N.V. heeft een nieuwe archiefcode ontwikkeld en deze met terugwerkende kracht toegepast op de RPS- en PCGD-archieven.
De Postbank N.V. heeft, conform artikel 10 van de Postbankwet 1985, de verplichting om de archieven van haar rechtsvoorgangers in goede en geordende staat over te brengen naar de Rijksarchiefdienst (RAD). In de periode 1881-1985 waren de rechtsvoorgangers van de Postbank N.V., de Rijkspostspaarbank (RPS) en de Postcheque- en Girodienst (PCGD) overheidsinstellingen en in die zin zijn hun archieven eigendom van het rijk.
In september 1993 werd de projectgroep Overbrenging PCGD en RPS Archieven - OPERA - in het leven geroepen met als doel "Het realiseren van de overbrenging naar de RAD van archiefbescheiden van de RPS en PCGD, de rechtsvoorgangers van de Postbank N.V.".
Op 22 december 1994 is de overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en de Postbank N.V. ondertekend, waarin de overbrenging van bovengenoemde archieven naar de RAD is bekrachtigd.