2.19.042.70 Inventaris van het archief van de Vereniging Jeugd en Muziek, (1945) 1946-1983

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

In juni 1946 werd de Fédération Intrernationale des Jeunesses Musicales opgericht, die toen bestond uit de landelijke verenigingen België en Frankrijk. Dit was voor enkele Nederlandse geïnteresseerden, waaronder de componist Sem Dresden, een Nederlandse afdeling op te richten. Door de jeugd, na alle oorlogsellende, in aanraking te brengen met muziek, actief als muzikant of passief als bezoeker, wilde men bijdragen aan het creëren en handhaven van de wereldvrede. In tegenstelling tot andere landen besloten de initiatiefnemers, met name Dresden, geen vereniging, maar een stichting op te richten, om reeds bestaande plaatselijke initiatieven. Er waren al organisaties die initiatieven namen voor muzikale educatie, zoals de Vereniging voor Muzikale Ontwikkeling der Schooljeugd (de ‘MOS’) en de plaatselijke (jeugd-)afdelingen van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, die anders als ‘leden’ zouden moeten worden geregistreerd. Die wilde men niet voor de wielen rijden. Op 28 april 1948 werden de statuten van de stichting koninklijk goedgekeurd..
Doel van de stichting was vooral verbeiding van kennis van klassieke muziekinstrumenten en componisten, die tot de westerse beschaving werden gerekend: het begrip ‘muziek’ betekende – althans op educatieterrein - nauwelijks iets anders. Er werden jeugdige muzikanten geworven door het houden van muziekuitvoeringen van professionele muziekgezelschappen en muzikanten, maar vanaf 1950 werden initiatieven genomen voor de stimulering van muziekuitvoeringen door de jeugd zelf ( de Belgische BRT kende zelfs een radioprogramma’s op waarin concoursen werden gehouden). In Nederland leidde dat in 1957 tot de oprichting van een nationaal jeugdorkest, dat deelnam aan internationale optredens in het kader van de Federatie. Ook werden zomerkampen gehouden waarin een nationaal jeugdorkest kon samenspelen.. De organisatie stond blijkens aankondigingen van haar concertprogramma’s en circulaires “onder bescherming van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen”, wat betekende dat zij subsidie genoot en een ambtenaar was gedelegeerd in het hoofdbestuur.
In 1958 werden de statuten van de stichting gewijzigd, zodat zij werd omgevormd tot een vereniging. Omdat de activiteiten van de stichting, die rond 1960 een vereniging was geworden, beperkten zich tot de klassieke tonale muziek, leidden plaatselijke initiatieven tot vernieuwing van de muziekcultuur tot afscheiding. De Zeeuwse afdeling legde zich toe op de uitvoering van eigentijdse muziek en de Amsterdamse afdeling vormde een stichtring JAM met een eigen koers: ‘gericht op alle leeftijdsgroepen en zoveel mogelijk muziekdisciplines’. De verwijzing naar een jazzterm in het acroniem is geen toeval. Doordat ook andere plaatselijke afdelingen hun voorbeeld volgden raakte de landelijke organisatie in ontbinding. In 1983 werd zij geliquideerd omdat het bezuinigingskabinet-Lubbers I haar subsidie met ingang van 1 september 1983 introk, juist op het moment dat de vereniging een ernstig kastekort kende. Op 3 maart 1984 besloot een buitengewone algemene ledenvergadering de vereniging te liquideren op 1 juni.
Het Nationaal jeugdorkest werd een zelfstandige stichting en bestaat nog steeds, thans onder de benaming Nederlands Orkest- en Ensemble Akademie NJO. In 1998 gaf het een jubileumboek uit, geredigeerd door Johan Giskes en voerde het voor de zoveelste keer een symphonie van Mahler uit.
De huidige vereniging Jeugd en Muziek Holland, op initiatief van Jeunesses Musicales Internationales door JAM opgericht, heeft de oude naam overgenomen. Ook de Stichting Jeugd en Muziek is in 2007 bij de Kamer van Koophandel in Amsterdam ingeschreven.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het archief was geborgen in een kelder van het hoofdkantoor in Amsterdam. De liquidateur van de vereniging, die besloot het archief naar het Algemeen Rijksarchief over te brengen, kreeg de stukken van de stichting in handen met als commentaar “er is in de loop der jaren veel opgeruimd” […] mede omdat de kelder vaak “blank” stond en allerlei spullen door en door vochtig waren en beschimmeld.”
Het archief is in 1985 overgebracht naar de Centrale Archief Selectiedienst in Winschoten, waar de stukken zijn voorzien van een geleidelijst, Mogelijk zijn zij daar nader ontdaan van de leden- en contributieadministratie, de kasstukken van de penningmeester (verantwoord in de financiële jaarverslagen en aan de subsidiegever) en de administratie van de uitvoering ( kaartverkoop, invitaties, reserveringen e.d). bij bijzondere evenementen
Het archief is door de liquidateur naar het Algemeen Rijksarchief overgebracht.

De verwerving van het archief

Het archief is door schenking verworven.