Aanvankelijk was het geen automatisme dat nieuw opgerichte voetbalbonden zich meteen bij de NVB aansloten. In 1900 had de NVB van de toen bestaande tien voetbalbonden enkel nog maar de Geldersche Voetbalbond (1899), de Amsterdamsche Voetbalbond (1898) en de Haagsche Voetbalbond (1898) erkend
Inv.nr. 583, p. 138, 133, 127.
. Het volgende seizoen breidde dit aantal zich aanmerkelijk uit doordat de Noordelijke Voetbalbond, de Twentsche Voetbalbond (1900), de Haarlemsche Voetbalbond (1900), de Rotterdamsche Voetbalbond (1900), de Zeeuwsche Voetbalbond (1900) en de Brabantsche Voetbalbond (1 januari 1900) toetraden
Inv.nr. 584, p. 170, 172, 169, 172, 173, 166.
. De volgende seizoenen volgde de Haagsche Voetbalbond (1901)
Inv.nr. 3081: jaarverslag 1901-1902.
, de Apeldoornsche Voetbalbond (seizoen 1902-1903) en de Utrechtsche Provinciale Voetbalbond (seizoen 1902-1903)
Inv.nr. 586, p. 69, 79. De Apeldoornsche Voetbalbond werd op 21 februari 1901 opgericht. Hoewel deze omstreeks 1924 nog bestond, werd deze bond na het seizoen 1904-1905 niet meer vermeld.
, de Zutfenschen Voetbalbond en de Leidsche Voetbalbond (20 augustus 1904)
Inv.nr. 588, p. 91, 87. De Zutfensche Voetbalbond werd op 9 juni 1904 opgericht, maar nooit erkend en was omstreeks 1920 in elk geval al opgeheven.
, de Noord-Hollandsche Voetbalbond en de Amsterdamsche Volks-Voetbalbond (seizoen 1906-1907)
Inv.nr. 590, p. 63, 56. De Noord-Hollandsche Voetbalbond werd opgericht op 14 september 1902 en de Amsterdamsche Volks-Voetbalbond op 1 december 1904.
, de Noord-Centrale Voetbalbond, de Groningsche Voetbalbond, de Friesche Voetbalbond en de Walcherse Voetbalbond (seizoen 1907-1908)
Inv.nr. 591, p. 128, 121, 118, 134. De Noord-Centrale Voetbalbond werd in oktober 1906 opgericht. De Walcherse Voetbalbond werd op 1 juli 1907 opgericht.
, de Goudsche Voetbalbond, de Limburgsche Voetbalbond (seizoen 1909-1910)
Inv.nr. 593, p. 249, 257.
, de Amsterdamsche Kantoor-Voetbalbond, de Dordtsche Voetbalbond, de Nijmeegsche Voetbalbond (seizoen 1912-1913)
Inv.nr. 596, p. 275, 268, 271. De Amsterdamsche Kantoor-Voetbalbond werd op 19 augustus 1911 opgericht.
en de Interacademiale Voetbalbond (1913-1914)
Inv.nr. 297, p. 287. Deze bond was toen nog niet door de NVB erkend. In het seizoen 1921-1922 kwam hier de Studenten Voetbalbond voor in de plaats. Zie: inv.nr. 600, p. 318-324. Op 8 juli 1925 werd de Nederlandsche Studenten-Voetbalbond opgericht. Zie: inv.nr. 255, p. 40-42.
. Uit de Jaarverslagen van de seizoenen van 1914-1915 tot en met 1920-1921 blijkt dat het aantal bonden in die tijd zeventien bleef.
Inv.nrs. 246-249.
. Het jaar daarop werd de in 1921 heropgerichte Zeeuwsche Voetbalbond (13 mei 1922) erkend
Inv.nr. 251, p. 19-20.
. In mei 1924 werd de overeenkomst met de Amsterdamsche Voetbalbond om formele redenen opgezegd, terwijl die met de Geldersche Voetbalbond werd beeïndigd
Inv.nr. 253, p. 34.
. In 1925 werden de Arnhemsche Voetbalbond en de Nijmeegsche Voetbalbond elk afzonderlijk door de NVB erkend
Inv.nr. 254, p. 33.
.
Sinds 10 mei 1920 respectievelijk 1 juni 1933 kenden Utrecht en Groningen evenals Amsterdam een eigen Kantoor Voetbalbond, die bij de Utrechtsche Provinciale Voetbalbond en de Groninger Voetbalbond waren aangesloten
Inv.nr. 600, p. 308. Het is onbekend of de Utrechtsche Kantoor Voetbalbond vanaf het begin bij de UPVB was aangesloten. De Groninger Kantoor Voetbalbond wordt voor het eerst vermeld in het Voetbal-Jaarboekje 1937-1938. Zie inv.nr. 602, p. 309.
. Op 31 mei 1927 werd het uit 1924 daterende conflict tussen de Amsterdamsche Voetbalbond en de Amsterdamsche Volksvoetbalbond bijgelegd. Eerstgenoemde bond had al sinds het daaraan voorafgaande seizoen weer een goede verstandhouding met de Amsterdamsche Kantoor Voetbalbond. Zodoende werd de overkoepelende Amsterdamsche Voetbalbond weer erkend
Inv.nr. 256, p. 44.
. Met het toetreden van de Drentsche Voetbalbond (1928) waren er twintig bonden bij de NVB aangesloten
Inv.nr. 258, p. 45.
.