Op onze website kunt u archieven doorzoeken met behulp van inventarissen (beschrijvingen van archieven, ook wel toegang genoemd). Deze inventarissen zijn vaak net zo oud als de archieven zelf. De mogelijkheid bestaat dat u woorden tegenkomt die vroeger gewoon waren, maar nu als kwetsend, racistisch of discriminerend ervaren worden.
Het Nationaal Archief onderzoekt momenteel de mogelijkheden om dit taalgebruik in inventarissen aan te passen, te verklaren of te voorzien van hedendaagse alternatieven.
| Datum | Gebeurtenis |
|---|---|
| 1940 | Mej. M.I.H. Bunge stelde per 1 juli 1940 haar villa “Kareol” ter beschikking van het Nederlandse Rode Kruis voor de verpleging van Nederlandse militaire oorlogsgewonden uit de oorlogsdagen 9 mei-15 juli 1940. Er ontstonden plannen voor de oprichting van een Commissie voor de behartiging van de belangen van Nederlandse militaire oorlogsslachtoffers (en hun weduwen), maar tijdens de Duitse bezetting was een dergelijke (semi-)militaire organisatie niet toegestaan. De eerste ‘Kareoler’, tot heden de naam van het periodiek van de BNMO, werd op 15 oktober 1940 op stencil uitgegeven door enkele van de verpleegden. |
| 1945 | Op 26 augustus 1945 werd in Den Haag de Vereniging BNMO opgericht. Een vereniging voor onderlinge steun en belangenbehartiging van gewonde oud-militairen en hun partners. De vereniging, op dat moment gevestigd te Amsterdam, verkreeg goedkeuring van de statuten bij Koninklijk Besluit van 20 oktober 1947 nr. 12. In 1958 is Den Haag de vestigingsplaats (zie Nationaal Archief, Verenigingenregister van het ministerie van Justitie 1820-1976, dossier 49.410). |
| 1946 | De eerste algemene vergadering vindt plaats en het eerste contact met de N.V.I., de Belgische zusterorganisatie, komt tot stand. De eerste Kareoler van na de oorlog werd op 30 juni uitgegeven. |
| 1947 | Onder invloed van de BNMO wordt de eerste nieuwe Pensioenwet aangenomen. BNMO gaat verder met de werkzaamheden gesteund door een aantal specialisten-commissies, te weten: Pensioencommissie, Studiecommissie-wezen, Medische commissie, Werkcomité Automobielclub, Juridische Commissie, Commissie voor Bijstand, Contactcommissie, Contact- en Coördinatiecommissie van het Ministerie van Oorlog en Marine. |
| 1949 | In 1949 houdt de BNMO de eerste loterij. |
| 1950 | Op 14 juli 1950 wordt MOVEO (Meer Ontspanning voor Ernstige Oorlogsgewonden) opgericht. Het doel van de stichting is het organiseren van autotochten en van andere ontspanning voor andere militaire oorlogsgewonden en militaire invaliden. Op 27 november 1950 wordt de World Veterans Federation te Parijs opgericht, de BNMO is een van de oprichters. |
| 1951 | De commissie Kupers wordt ingesteld door de BNMO met als taak de bestaande pensioenregelingen voor militaire oorlogsslachtoffers te bestuderen en na te gaan of de door de Bond voorgestelde wijzigingen van en aanvullingen op de bestaande regelingen rechtvaardig en billijk geacht moeten worden. |
| 1953 | Op 24 maart 1953 werd de Stichting BNMO-woonoord opgericht met als doel de instandhouding van een woon- en werkcentrum te Doorn ten behoeve van militaire oorlogsgewonden. Een grootschalige fondsenwerving met behulp van filmster Audrey Hepburn als ambassadrice zorgt voor de nodig middelen. |
| 1956 | De bondssportcommissie wordt ingesteld. Deze heeft geleid tot de latere Nederlandse Invaliden Sportbond. |
| 1957 | De pensioenen worden verhoogd naar aanleiding van het werk van de commissie Kupers. In november betrekken de eerste bewoners de bungalows van het woonoord in Doorn. |
| 1958 | Onder aanvoering van Willem van Lanschot slaagt de BNMO erin om de hulpverlening te professionaliseren. |
| 1959 | In 1959 werd de vakantiecommissie opgericht. Op 31 december 1959 wordt de W.V.F.-Stichting Nederland opgericht om met raad en daad de activiteiten van de W.V.F. te ondersteunen. |
| 1960 | De weduwencommissie wordt in het leven geroepen. |
| 1961 | De BNMO richt samen met onder meer het Militair Revalidatie Centrum de Stichting Nederlandse Invaliden Sportbond op, nu Gehandicaptensport Nederland. |
| 1970 | De BNMO richt de SFMO (Stichting Fondsenwerving Militaire Organisaties) op en start in 1970 met een aantal anderen de Giroloterij. Volgens een vaste verdeelsleutel komen daarmee gelden vrij voor o.a. deze SFMO. Inmiddels is dit fonds bekend als Nationaal Fonds voor Vrijheid en Veteranenzorg, kortweg Vfonds. |
| 1973 | Op 24 september 1973 ging de Nationale Federatie van Organisaties van Gehandicapten (NFOG) van start (medeoprichter BNMO), nu Gehandicaptenraad geheten. |
| 1974 | In augustus 1974 vestigt het bondsbureau zich vanuit Den Haag in Doorn. De Commissie de Toom wordt geïnstalleerd om onderzoek te doen naar nazorgbeleid voor gewonde militairen. |
| 1975 | Op 5 april 1975 werd het BNMO-Van Lanschot Fonds opgericht met als doel het beschikbaar stellen van gelden aan leden van de BNMO. Een werkbezoek aan Finland brengt het idee in beeld van een centrum voor nazorgprogramma’s. |
| 1976 | Met ingang van 23 april 1976 wijzigt de naam van de BNMO in Bond voor Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers. Hoewel al jaren de praktijk rekent de BNMO vanaf nu officieel ook militaire dienstslachtoffers tot haar doelgroep om belangen voor te behartigen en diensten aan te bieden. Vanaf 1976 is de weduwecommissie nieuw leven ingeblazen. Zij organiseert vanaf dan weduwen-contactdagen. De werkgroep weduwenbegeleiding zorgde voor een impuls die resulteerde in weduwen-nazorgweken, zomerweken en anti-eenzaamheidsweken. |
| 1979 | BNMO en het Ministerie van Defensie tekenen een convenant voor de oprichting van een nazorgcentrum in Doorn voor gewonde militairen. |
| 1981 | Op 17 december 1981 wordt het stichtingsbestuur voor het BNMO-Centrum geïnstalleerd. In het centrum worden 26 appartementen voor permanente bewoning gerealiseerd, alsmede faciliteiten voor een- en meerdaagse nazorgprogramma’s voor de leden van de BNMO. |
| 1983 | Op 17 oktober 1983 wordt een memorandum van wederzijds begrip en samenwerking gesloten met het Legiun Veteran Republic Indonsia (LVRI). |
| 1984 | Naar Fins voorbeeld wordt op 15 mei 1984 in Doorn het BNMO-Centrum voor nazorg in gebruik genomen. De naam BNMO-oord blijft, maar nu als huisvesting voor het bondsbureau. |
| 1986 | In 1986 wordt het Kingma Studenten Fonds opgericht om studies te financieren van leden van de Legiun Veteran Republik Indonesia (LVRI). |
| 1989 | Verschillende verenigingen voor veteranen en de BNMO richten het Veteranen Platform op als koepelorganisatie voor de organisaties van ex-militairen met als doel bevorderen van maatschappelijke waardering voor de veteranen. |
| 1990 | De inzet van de BNMO werpt zijn vruchten af. In 1990 krijgt de overheid meer oog voor de zorg aan militaire oorlog- en dienstslachtoffers, wat onder meer tot uiting komt in het Veteranenbeleid van het ministerie van Defensie. |
| 1992 | De door de BNMO opgerichte Nederlandse Invaliden Sportbond gaat samen met 3 andere organisaties op in de Nederlandse Bond voor Aangepaste Sporten (NEBAS). |
| 2000 | In 2000 wordt in samenwerking met het Ministerie van Defensie en het Veteranen Platform het Veteraneninstituut opgericht met als doel een aanspreekpunt voor de Nederlandse veteraan te creëren voor zorg en daarnaast de erkenning en waardering voor de veteraan te bevorderen en een kennis- en onderzoekscentrum in stand te houden. De onafhankelijke positie van de BNMO blijft gewaarborgd. BNMO is portefeuillehouder zorg, de maatschappelijk werkers van de BNMO zijn nu beschikbaar voor alle Nederlandse veteranen. |
| 2006 | Door samenvoeging van BNMO-Centrum en Woonoord met toevoeging van personeel en zaken van het BNMO-bondsbureau ontstaat per 1-1-2006 de stichting BNMO-serviceorganisatie, thans bekend als ‘de Basis’. De stichting heeft tot taak psychosociale (na)zorg te verlenen voor de BNMO-leden en voor de leden van de met de BNMO verwante organisaties, in de praktijk voor alle veteranen. Op deze wijze kunnen zorgtaken (bij de Basis) en belangenbehartiging (bij de BNMO) apart belegd worden. Bovendien is voorzien dat de Basis zo de dienstverlening kan verbreden. De BNMO blijft bestaan als vereniging en belangenbehartiger en sluit jaarlijks een samenwerkingsovereenkomst met de Basis t.b.v. de diensten voor haar leden (nazorgprogramma’s) en voor de verenigingsorganisatie (faciliteiten, administratie). |