Terug naar zoekresultaten

2.20.60.05 Inventaris van het archief van de Directeur van het Demografisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea, (1953) 1959-1963 (1967)

Voer een zoekterm in
VorigeVolgende

Archief

Titel

2.20.60.05
Inventaris van het archief van de Directeur van het Demografisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea, (1953) 1959-1963 (1967)

Auteur

M.J.G.A. Barthels, M.W.M. Gruythuysen en A.M. Tempelaars

Copyright

Nationaal Archief, Den Haag
1993 cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok

Demografisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea
Demografisch Onderzoek Nieuw-Guinea

Periodisering

archiefvorming: 1959-1963
oudste stuk - jongste stuk: 1953-1967

Archiefbloknummer

K23137

Omvang

; 147 inventarisnummer(s) 8,80 meter

Taal van het archiefmateriaal

Het merendeel der stukken is in het. Een enkel stuk is in hetgesteld.
Nederlands
Duits

Archiefdienst

Nationaal Archief

Locatie

Den Haag

Archiefvormers

Directeur van het Demografisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea, (1953)

Samenvatting van de inhoud van het archief

Voor het opstellen van ontwikkelingsplannen voor Nieuw-Guinea (economische projecten, onderwijs, medische voorzieningen en dergelijke) werd behoefte gevoeld aan adequate statistische gegevens. Speciale aandacht ging uit naar de ontwikkeling van een bevolkingsstatistiek. In 1959 werd door de minister van Zaken Overzee een directeur van het Demografisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea aangesteld. Het onderzoek zou een tweeledig karakter dragen: vaststelling van de socio-demografische structuur van de bevolking van Nieuw-Guinea en opname van de autochtone bevolking in de burgerlijke stand en de inrichting van een bevolkingsstatistiek. Het eerste gedeelte omvatte het wetenschappelijke onderzoek van statistisch beschrijvende aard. Het tweede gedeelte omvatte de organisatie en opbouw van een permanente bevolkingsregistratie.
Het archief van de Directeur van het Demografisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea, dat de jaren (1953) 1959-1963 (1967) bestrijkt, betreft de volgende onderwerpen: organisatie; toezicht en onderzoek. De stukken, die direct betrekking hebben op het wetenschappelijk onderzoek, zijn als volgt geordend: voorbereiding en planning; verzameling van gegevens en voorlichting; veldwerkzaamheden; basisformulieren en verslaglegging en evaluatie.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer
Inleiding
Exploratie en exploitatie van Nieuw-Guinea
Tot ver in de twintigste eeuw behoorde westelijk Nieuw-Guinea tot een van de onbekendste gebieden van de wereld. Van de Papoeabevolking was slechts bekend dat deze de landbouw, aangevuld met jacht en visserij, als belangrijkste middel van bestaan had. De landbouw verkeerde nog in het stadium van ladangbouw, d.w.z. een landbouwstelsel waarbij de grond gedurende korte tijd wordt gebruikt en daarna lange tijd braak blijft liggen, om zodoende langs natuurlijke weg het herstel van de bodemvruchtbaarheid te bevorderen.
De exploratie van West Nieuw-Guinea bleef beperkt tot het uitzenden van een aantal expedities, die gefinancierd werden door particuliere instellingen en organisaties. Het doel van deze expedities was het in kaart brengen van de verwachte natuurlijke rijkdommen van het grillige en ondoordringbare eiland. Actief op dit gebied was onder meer de Nederlandse Nieuw-Guinea Petroleum Maatschappij (NNGPM). Van uitgestrekte olievelden was echter geen sprake: in 1949 produceerde West Nieuw-Guinea nog minder dan de helft van de olie die in Nederland werd gewonnen.
Voor de oorlog werden door de N.V. Nederlandse Nieuw Guinea Maatschappij de eerste pogingen ondernomen tot het oprichten van kolonisatieprojecten en proefondernemingen op agrarisch gebied. ( R.T.M. Guleij, Inventaris van het archief van de Nederlandse Nieuw Guinea Maatschappij (Den Haag 1985), nummer toegang 2.20.29. ) De Nederlandse en Nederlands-Indische overheid was bij deze initiatieven slechts zijdelings betrokken. In 1949, na de souvereiniteitsoverdracht aan Indonesië - met uitsluiting van Nieuw-Guinea -, wijzigde de situatie zich beduidend. Pas na 1950 nam de Nederlandse regering de eerste initiatieven tot ontwikkeling van dit gebied. Speciaal daarvoor ingestelde commissies moesten de mogelijkheden in Nieuw-Guinea onderzoeken.
Demografisch onderzoek van Nederlands Nieuw-Guinea
Voor het opstellen van ontwikkelingsplannen voor Nieuw-Guinea (economische projecten, onderwijs, medische voorzieningen e.d.) werd behoefte gevoeld aan adequate statistische gegevens. Speciale aandacht ging uit naar de ontwikkeling van een bevolkingsstatistiek, niet in de laatste plaats gestimuleerd door de voorgenomen Wereldcensus 1960, die in de jaren 1955-1956 door de Verenigde Naties onder de aandacht van de verschillende regeringen werd gebracht. In de eerste helft van het jaar 1957 werd de demograaf J. Gemmink gezonden naar Nieuw-Guinea om de mogelijkheden van een demografisch onderzoek te bestuderen. In zijn vooronderzoek werd hij bijgestaan door het Kantoor voor Bevolkingszaken van het Gouvernement. ( Het Kantoor voor Bevolkingszaken werd op 10 februari 1951 ingesteld als research- en adviesinstantie en ressorteerde rechtstreeks onder de Gouverneur. Op 1 augustus 1959 werd het Kantoor ondergebracht bij de Dienst van Binnenlandse Zaken van het Gouvernement. Het Kantoor was belast met etnologisch, demografisch, linguïstisch en oudheidkundig onderzoek. Het rapportenarchief van het Kantoor voor Bevolkingszaken Nederlands Nieuw-Guinea, (1912) 1950-1962 (nummer toegang 2.10.25) berust bij de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief. Het bevat een schat aan informatie over land en volk van Nieuw-Guinea. ) In augustus 1957 werd op grond van zijn adviezen door de Nederlandse regering het principe besluit genomen tot uitvoering van een bevolkingsstructuuronderzoek. Voor de financiering van het onderzoek werden de mogelijkheden onderzocht het project voor te dragen aan het Fonds voor de ontwikkeling van landen Overzee van de EEG. In september 1958 ontving J. Gemmink opdracht van het Ministerie van Zaken Overzee tot het opstellen van een beleidsnota over de methodiek, de organisatie en de kostenraming van een demografisch onderzoek in Nieuw-Guinea uit te voeren in de periode 1959-1962. ( Archief Demografisch Onderzoek, inv.nr. 2. ) In diens visie droeg het in te stellen onderzoek een tweeledig karakter:
  • vaststelling van de sociodemografische structuur en gelaagdheid van de bevolking van Nieuw-Guinea;
  • opname van de autochtone bevolking in de burgerlijke stand en de inrichting van een bevolkingsstatistiek.
Het eerste gedeelte omvatte het eigenlijke onderzoek van statistisch beschrijvende aard. Het tweede gedeelte omvatte de organisatie en opbouw van een permanente bevolkingsregistratie. In afwachting van de definitieve totstandkoming van de financieringsovereenkomst met de EEG werd op 14 augustus 1959 J. Gemmink door de minister van Zaken Overzee aangesteld als directeur (leider) van het Demografisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea. ( Archief Demografisch Onderzoek, inv.nr. 3. ) De organisatorische voorbereiding van het onderzoek geschiedde hoofdzakelijk in Nederland, waaronder het bepalen van de theoretische opzet van het onderzoek, het samenstellen en aanschaffen van de kampuitrustingen ten behoeve van het veldwerk en het werven en opleiden van personeel. Het aangetrokken personeel kreeg een opleidingscursus van vier maanden. De cursus werd georganiseerd door het Koninklijk Instituut voor de Tropen. ( Archief Demografisch Onderzoek, inv.nr. 7. ) De voorbereidingen in Nieuw-Guinea, zoals het bijeenbrengen van documentatiemateriaal, werving van inheems personeel en bevolkingsvoorlichting, werden getroffen door H. Bos, gedetacheerd ambtenaar bij de Dienst van Binnenlandse Zaken en F. Zwart, medewerker van het Kantoor voor Bevolkingszaken. De supervisie over het demografisch onderzoek werd waargenomen door de als plaatselijk ordonnateur aangewezen directeur van Financiën. Als gedelegeerd plaatselijk ordonnateur trad op de adviseur van het Kantoor voor Bevolkingszaken. De wetenschappelijke controle van het onderzoek werd opgedragen aan dr. K. Szameitat van het Statistisches Bundesamt te Wiesbaden. De wetenschappelijk controleur rapporteerde aan de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap als beheerster van het Fonds voor de Ontwikkeling van de Landen Overzee. ( Archief Demografisch Onderzoek, inv.nr. 8. ) Tijdens de voorbereidingen van het bevolkingsstructuuronderzoek werd een volledige opname van de bevolking van Nieuw-Guinea prematuur geacht. Gebrek aan detailkennis van het land, gebrekkige infrastructuur en beperkte financiële middelen sloot een onderzoek uit, waarbij de totale populatie betrokken zou zijn. Een volledige opname zou plaats vinden in de bestuurlijke eenheden waar de instelling van een bevolkingsregistratie mogelijk zou zijn. In gebieden waar dit niet mogelijk was, zou het onderzoek zich beperken tot een zodanig deel van de bevolking als voor het verkrijgen van een verantwoord inzicht in de demografische structuur noodzakelijk zou blijken. In augustus 1959 werd een begin gemaakt met het onderzoek op de Schouten-eilanden onder toezicht van de gouverneur en volgens richtlijnen van het gouvernement. ( Archief Demografisch Onderzoek, inv.nr. 3. ) Nadat het veldwerk inmiddels acht maanden in uitvoering was, werd op 6 mei 1960 de financieringsovereenkomst met de Europese Economische Gemeenschap getekend. ( Archief Demografisch Onderzoek, inv.nr. 4. ) De richtlijnen van het gouvernement en de richtlijnen zoals omschreven in de technische bijlage van de financieringsovereenkomst, kwamen op een aantal punten niet overeen. De verschillen tussen de beide richtlijnen betroffen in hoofdzaak:
  • De begrenzing van het onderzoek van volledige opname in bestuurlijke eenheden waar tot instelling van een bevolkingsregistratie werd overgegaan. In de richtlijnen van het gouvernement werd de omvang van het onderzoek van volledige opname beperkt tot gebieden, die als in voldoende mate onder bestuur konden worden beschouwd. In de technische bijlage van de financieringsovereenkomst beperkte het onderzoek zich tot gebieden, die onder direct bestuur stonden. Zo geformuleerd gaven beide richtlijnen aanleiding tot interpretatieverschillen.
  • De methode van onderzoek in de overige gebieden. In de overige gebieden werd, volgens de richtlijnen van het gouvernement, de methode van gedeeltelijke opname toegepast. Deze methode omvatte, op subjectieve gronden, geselecteerde gronden, geselecteerde delen van de in beschouwing te nemen gebieden. De gevonden facta waren niet zonder meer representatief voor het gehele gebied. De technische bijlage van de financieringsovereenkomst schreef een wetenschappelijke steekproefmethode voor, waarbij de te onderzoeken gebieden representatief werden geacht voor het gehele gebied.
Schematisch weergegeven ontstaat het navolgende beeld: ( De diagrammen representeren de bevolking in de bestuurde gebieden, niet de totale Nieuw-Guinea populatie. ) Schematisch weergegeven ontstaat het navolgende beeld: ( De diagrammen representeren de bevolking in de bestuurde gebieden, niet de totale Nieuw-Guinea populatie. )Embedded Image
A. Type B. Vooronderzoek C. Volledige opname
I Eilandengroepen Japen, Batanta, Salawati Biak, Soepiori, Noemfoor
II Sagogebieden Mappi Beneden-Waropen
III Kuststreken Sentani Nimboran (district Demta), Fakfak
IV Binnenland Ajamaroe, Keerom Moejoe, Nimboran
V Centrale bergland Wisselmeren
VI Stedelijke centra Manokwari Biak-stad, Fakfak-stad
In kolom B zijn de gebieden opgenomen, waarin vooronderzoek plaatsvond ten behoeve van het wetenschappelijk steekproefonderzoek. In verband hiermee werd D.J. van de Kaa in augustus 1961 belast met de bestudering en verzameling van achtergrondmateriaal en het ontwerp van een steekproefmethode. ( Archief Demografisch Onderzoek, inv.nr. 24. ) In kolom C werd de methode van volledige opname uitgevoerd. De schetskaart hieronder geeft een indruk van de geografische locaties waarin het vooronderzoek en de volledige opname plaatsvonden.Embedded Image In overleg met het Centraal Bureau voor de Statistiek en de wetenschappelijk controleur en met instemming van het gouvernement werd de doelstelling van het demografisch onderzoek nader omschreven binnen het gegeven raam van de technische bijlage van de financieringsovereenkomst.
  1. Volledige opname in 7 à 8 clusters. De clusters werden in overleg met het gouvernement volgens bepaalde criteria gekozen, waarbij de invoering van een permanente bevolkingsadministratie als één belangrijke overweging gold (zie de tabel).
  2. Wetenschappelijk steekproefonderzoek buiten de onder a. bedoelde clusters. ( Archief Demografisch Onderzoek, inv.nrs. 26-27. )
Het wetenschappelijk steekproefonderzoek, dat na verricht vooronderzoek, in 1963 zou worden uitgevoerd, kon in verband met de bestuursoverdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië geen doorgang vinden.
Geschiedenis van het archiefbeheer
Directeur van het Demografisch Onderzoek
Het archief werd beheerd door de directeur van het Demografisch Onderzoek. De kern van het archief wordt gevormd door series werkverslagen en onderzoeksrapporten.
Het statistisch basismateriaal is in 1993 na een hele omzwerving weer bij het archief gevoegd. In 1965 werd het door Binnenlandse Zaken overgedragen aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen, die het later overdroeg aan het Geografisch Instituut van de Rijksuniversiteit van Groningen en via het Interuniversitair Demografisch Instituut (NIDI) te Den Haag en het het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in Leiden werd het tenslotte overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief.
Op 24 november 1983 werd het archief door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, als rechtsopvolger van het voormalig Ministerie van Zaken Overzee, overgedragen aan de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief.
Overbrenging van een overheidsarchief
De verwerving van het archief
Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging
Bij de overdracht van het statistisch basismateriaal zijn overgenomen de journaals van de veldopnames, de woningkaarten van de kampongs en enig verder materiaal. De uiterst gedetailleerde familie- en persoonskaarten zijn bij die gelegenheid ter vernietiging afgescheiden.
Verantwoording van de bewerking Het archief van het Demografisch Onderzoek werd ongeordend aangetroffen in een aantal ordners en dozen. De omvang van het archief bedroeg circa 3 meter. Het archief is niet compleet. Van de serie werkverslagen ontbreken een aantal exemplaren, de correspondentie vertoont hiaten en financiële jaarstukken ontbreken in het geheel. ( De ontbrekende werkverslagen en financiële jaarstukken berusten in het archief van het Ministerie van Zaken Overzee, Directie Nederlands Nieuw-Guinea, dossier 29015 (5). ) Het archief heeft thans een omvang van 8,6 meter.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Openbaarheidsbeperkingen
Volledig openbaar.
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
  1. Creëer een account of log in.
  2. Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
  3. Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Demografisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea, nummer toegang 2.20.60.05, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Demografisch Onderzoek Nieuw-Guinea, 2.20.60.05, inv.nr. ...

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar
Verwante archieven
2.10.25 - Kantoor voor Bevolkingszaken in Nederlands Nieuw-Guinea: Rapportenarchief, (1852) 1951-1962.
2.20.29 - NV Nederlandse Maatschappij voor Nieuw-Guinea (NEGUMIJ), (1920) 1938-1964.
2.10.54 - Ministerie van Koloniën, 1900-1963: Dossierarchief.
4.SAONG - Stichtingen in Nederlands Nieuw Guinea; Stichtingen Agrarisch Onderzoek; Stichting Agrarische Bedrijven Stichting Demografisch Onderzoek; Stichting Geologisch Onderzoek (1919-1964).
A. TypeB. VooronderzoekC. Volledige opname