2.21.018 Inventaris van het archief van het geslacht Van Beresteyn en aanverwante geslachten

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking

Bij de inventarisatie van het archief moest worden afgeweken van de omvangrijke inventaris, die door Eltjo Allegondus van Beresteyn was opgesteld en na zijn dood door zijn vrouw Julia Carolina Frowein werd voortgezet
Inventarisnummers 1769-1771.
. Van Beresteyn zag zijn archief in de eerste plaats als "bouwstoffen voor de familiegeschiedenis", die dienen te worden aangevuld door "afschriften, regesten, foto's en copieën uit vreemde archiefbestanddelen, zelfs met schilderijen, penningen en gebruiksvoorwerpen". Zijn familiearchief moest dus een lopend archief zijn, waarvan elk bestanddeel door de eeuwen heen naar believen voor uitbreiding vatbaar was
Aldus blijkt uit een concept van een voordracht van E.A. van Beresteyn over "Familiearchieven" voor het genootschap De Nederlandsche Leeuw op 5 mei 1923. Inventarisnummer 1120.
. Daarbij kwam, dat de plaatsing van de stukken niet dwingend door de inventaris werd voorgeschreven, maar geschiedde op formele criteria: onderscheid werd gemaakt tussen dissertaties en brochures, foto's (iconografie, topografie en wapenkunde) en volgens de genealogie geordende papieren
Een nadere omschrijving van deze indeling bevindt zich in de inleiding van de inventaris van D.J. Schoo (zie noot 32) en gedeeltelijk in een door mevrouw J.C. van Beresteyn-Frowein samengestelde lijst van het zgn. "genealogische gedeelte", correspondentie van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief 1969 D 9.31.
.
De door Van Beresteyn toegepaste ordening treft men aan in tal van familiearchieven die door hem voor zijn genealogisch onderzoek zijn geraadpleegd en voorheen nog ontoegankelijker waren. Zijn handschrift is op de ruggen van diverse portefeuilles in de archiefbewaarplaats van de Hoge Raad van Adel gemakkelijk te herkennen
Vergelijk de omschrijving van de stukken, afkomstig van het geslacht Van der Lely, aangetroffen in het archief van de Hoge Raad van Adel, beschreven in enkele bijlagen van de correspondentie van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief, 1973 D 10.25.
. Binnen de portefeuilles, waarop globaal de naam van het geslacht staat vermeld met de eventuele aanverwante geslachten, treft men de omslagen aan van op persoon geordende stukken. Veelal vergen deze omslagen nadere ontledingen: niet zelden treft men in "boedelpapieren" van overleden personen stukken aan, die de rechtstreekse weerslag zijn van tijdens hun leven verrichte rechtshandelingen: akten van huwelijkse voorwaarden, van transport, e.d. Hierdoor zijn de oorspronkelijke archiefbestanddelen grotendeels behouden gebleven: zakelijke gedeelten blijven van persoonlijke gedeelten gescheiden.
De inventarisatiewerkzaamheden bestonden daarom slechts uit het onderscheiden van werkelijke archiefbestanddelen van naderhand verzameld documentatie- en studiemateriaal
Met de voorgestelde indeling vervalt de afdeling Algemeen, waarin gewoonlijk genealogieën, bijbelaantekeningen, heraldische aantekeningen, portrettenverzamelingen en andere meestal achteraf gevormde verzamelingen of opgemaakte stukken worden opgenomen. Een afdeling Algemeen is slechts van toepassing op gelijktijdig opgemaakte registers van meerdere leden van een geslacht (zoals het in noot 27 beschreven familieboekje) of op banden met stukken van meerdere personen tegelijk (zoals aangetroffen in de collectie Van der Lely). De argumentatie van R. Wartena hiertegen in het Nederlands Archievenblad, jaargang 1975, pag. 396, noot, is niet ter zake doende: genealogica die dienden als bewijsstukken in rechte (bv. bij opneming in de adelstand) kunnen dienen als bijlage van de te verrichten rechtshandeling en dáár worden beschreven.
Hierbij is aangenomen, dat papieren, afkomstig van families, waarvan de directe of indirecte verwantschap met het geslacht Van Beresteyn aantoonbaar was, op natuurlijke wijze in het archief terecht waren gekomen. Stukken, afkomstig van geslachten als Behrend, Forsten of Vromans werden derhalve als bestanddeel van het archief beschouwd, omdat zij via de geslachten Frowein en Gaymans in het archief zijn gekomen. Archivalia van de geslachten Schuurman en Van Tuttel, waarvan duidelijk uit correspondentie van Eltjo Allegondus van Beresteyn blijkt, dat zij voor parentelenonderzoek zijn verzameld
Zie inventarisnummer 1767.
,worden daarentegen tot de verzamelde papieren gerekend. Een afzonderlijk onderhoofdstuk moest echter worden gewijd aan een tweetal archiefgedeelten, waarvan het verband niet definitief kan worden vastgesteld: de stukken afkomstig van het geslacht Van Bleiswijk, dat op liefst zeven manieren indirect met het geslacht Van Beresteyn verwant is, en enkele zakelijke papieren van drie met Van Beresteyn verwante geslachten: Van Nederveen, Van der Heul en Van Lodensteyn.
Per geslacht (of, waar nodig, per affiliatie van geslachten) is het archiefbestanddeel zo nodig ingedeeld in een persoonlijk en zakelijk gedeelte, zodat het verband tussen de geslachten en de onder hen berustende bezittingen behouden blijft. Tot het zakelijk gedeelte werden in de regel geen tijdelijk door één persoon voor eigen gebruik bezeten woonhuizen met daarbij behorende tuingronden gerekend, tenzij hieraan bijzondere heerlijke rechten verbonden waren. Dit onderscheid bewees zijn waarde, toen bij de inventarisator de vraag ontstond, hoe de voor burgemeester Eltjo Allegondus van Beresteyn persoonlijk gebouwde ambtswoning in Veendam te klasseren
Vergelijk inventarisnummer 672.
.
Tot het zakelijk gedeelte werden ook overdraagbare ambten met zakelijke rechten gerekend als het drostambt van Boxtel en Liempde
Vergelijk inventarisnummers 1205-1212, rubriek I B 1, pag. 152.
. Hierdoor kon de invoering van een zgn. "ambtelijk gedeelte" als derde onderverdeling achterwege blijven: door het steeds willekeuriger wordende onderscheid tussen ambtelijke en niet-ambtelijke functies die door de diverse leden van het geslacht Van Beresteyn sedert de Bataafse tijd naast elkaar werden bekleed, zou een dergelijke indeling slechts verwarring scheppen
Vergelijk de verantwoording van drs. B. Woelderink van zijn Inventaris van het archief van het Huis ten Donck, Gemeentearchief Rotterdam, 1968, pag. XV. In zijn geval is de invoering van een ambtelijk gedeelte als de neerslag van overheidswerkzaamheden binnen een familiearchief zeer goed te verdedigen.
.
Het persoonlijk gedeelte van elk archiefbestanddeel beschrijft het lid van het geslacht, met onder een apart hoofd zijn eventuele echtgenote, en - indien niet voorkomend in het geslacht van een andere hoofdindeling - de aangetrouwde echtgenoot. Zo wordt ook Frederik Lodewijk Rambonnet (1804-1880), de tweede echtgenoot van Alida Vitringa, die eerst gehuwd was met Gijsbertus Wilhelmus Gaymans (1810-1840) en zijn zoon Nicolaas Samuel Rambonnet (1846-1921) als halfbroer van Jan Lambertus Gaymans (1842-1896) onder het geslacht Gaymans beschreven.
De stukken,afkomstig van één persoon, zijn zo nodig onderverdeeld in de rubrieken persoonlijk leven en openbaar leven, analoog aan de hoofdindeling van enkele moderne persoonscollecties. Zij was in dit geval noodzakelijk, omdat de traditionele indeling: particulier-functies bepaalde openbare activiteiten als bijvoorbeeld partijlidmaatschappen of journalistieke werkzaamheden buitensloot. Hierdoor vervallen op formele gronden ontstane rubrieken als "publicaties en redevoeringen" en krijgt ook het incidenteel openbaar optreden van echtgenotes (in dit geval van Julia Carolina Frowein) extra accent. Buiten deze indeling valt de briefwisseling die van algemene aard wordt geacht en de stukken betreffende persoonlijke bezittingen (financiële administratie, woonhuizen) die niet onder het zakelijke gedeelte van het familie-archief vallen.
De overweldigende hoeveelheid stukken, die de neerslag waren van Eltjo Allegondus van Beresteyns werkzaam leven, noopte de inventarisator tot schematisering van zijn activiteiten in rubrieken. De door Van Beresteyn zelf naar onderwerp geordende dossiers werden in het kader van zijn activiteiten geplaatst; zo nodig werd de interne orde van omvangrijke dossiers verfijnd en door beschrijving nader geanalyseerd.
Het archief van het Pieuse Fonds Maria Duyst of "De Kist van Beresteyn" is in principe beschreven tot 1948, het sterfjaar van de voorlaatste beheerder E.A. van Beresteyn.
Aan de inventaris zijn een regestenlijst en stambomen van de geslachten Van Beresteyn, Gael, Gaymans, Pielat van Bulderen, Vromans, Forsten, Frowein en Van Bleiswijk toegevoegd. De inventaris van het archief van het geslacht Desmanet de Biesmes door H. Coppejans Desmedt
H. Coppejans-Desmedt, Inventaris van het archief van de familie Desmanet-de Biesmes en van de aanverwante geslachten. Rijksarchief Gent, z.j., pag. 18-19.
leverde het voorbeeld op voor een overzicht van de affiliaties van de in de collectie Van Beresteyn aangetroffen geslachten. Het nader toegankelijk maken door indicering leidde tot een index op vóórnamen, een index op geslachtsnamen en een index op zaken. De index op voornamen refereert in hoofdzaak naar stukken vóór 1700; wanneer in (voornamelijk oostnederlandse) akten nà 1700 namen voorkwamen, waarvan onduidelijk was of het geslachtsnamen dan wel patronymen zijn, zijn de voornamen eveneens hierin opgenomen. Persoonsnamen, die niet refereren naar individuen of geslachten maar naar zaken (zoals de firma Van Beresteyn & Co, het Deutzend Hofje, Heldring en Pierson N.V.) zijn in de zakenindex opgenomen .
De inventaris werd in 1975 voltooid door drs. J.A.A. Bervoets, chartermeester van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief.

Aanvullingen op het familiearchief Van Beresteyn

Na het verschijnen van de Inventaris van de papieren, afkomstig van leden van het geslacht Van Beresteyn en aanverwante geslachten in 1977
Over de vernissage van deze inventaris, zie correspondentie van de Tweede Afdeling, 1977 D 8.65.
volgde de acquisitie van een tweetal aanvullingen, die door verschillende archiefbeherende instellingen oorspronkelijk waren beschouwd als bestanddelen van hun eigen archief. Nog in hetzelfde jaar droegen de directeuren van de n.v. "Het Vierhouter Bosch" de door Eltjo Allegondus van Beresteyn (1876-1948) gevormde en achtergelaten archivalia over
Correspondentie van de Tweede Afdeling, 1977 D 9.241.
, waarin hij zowel stukken betreffende de onderneming zelf als stukken betreffende zijn persoonlijke interventies inzake het natuurbeheer door de overheid bewaarde. Toen in het voorjaar van 1978 de pas opgeheven Nederlandsche Commissie voor Ikonographische Documentatie zijn archivalia aan het Algemeen Rijksarchief overdroeg
Correspondentie van de Tweede Afdeling, 1978 D 8.19 en D 9.10.
, bleken ook daar bestanddelen aanwezig te zijn, die van Eltjo Allegondus van Beresteyn persoonlijk afkomstig waren en ook betrekking hadden op activiteiten op genealogisch en iconografisch terrein in andere verenigingen.
De ontdekking van een charterverzameling, die onderling verband vertoonde in een familiearchief Van Alphen, leidde tot de noodzaak van de beschrijving van enige bescheiden, afkomstig van leden van het geslacht Gael, dat indirect met het geslacht Van Alphen verwant is. De stukken blijven onder beheer van de Derde Afdeling van het Algemeen Rijksarchief; in afwachting van de inventarisering van het familiearchief zijn de stukken Gael voorlopig in een aanhangsel bij deze inventaris beschreven. Vlak voor het ter perse gaan van deze inventaris kwamen uit de nagelaten papieren van H.J.L.Th. van Rheineck Leyssius, oud-provinciaal archiefinspecteur in Zuid-Holland archivalia, afkomstig van Johan Gael (geboren 1745) te voorschijn. Zij werden alsnog in deze inventaris opgenomen.
De twee hierboven vermelde aanvullingen zijn in deze inventaris opgenomen als deel 3 (voorheen toegang 2.21.184). Ook de beschrijvingen van de latere aanvullingen zijn aan het derde gedeelte van de inventaris toegevoegd. De voormalige toegangen 2.21.019 (deel 2) en 2.21.184 (deel 3) zijn in augustus 2010 samengevoegd met toegang 2.21.018 en als één geheel verworden tot toegang 2.21.018.

Errata

De noodzaak tot de uitgave van een supplement-inventaris geeft de samensteller tevens aanleiding op de talrijke opmerkingen, die van ontvangers van de inventaris Van Beresteyn werden ontvangen, in te gaan. Van verschillende kanten werd de inventarisator attent gemaakt op begane vergissingen, hetgeen aanleiding werd tot de samenstelling van een lijst van errata en een herziening van de regestenlijst door E.R. Ooijevaar, adjunct-archivist A van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief.
De errata zijn verbeterd in deel 2 en 3 van het familiearchief.