Mr. Daniel van Eck.
Daniel van Eck promoveerde 16 jan. 1841 magna cum laude te Leiden op gezag van prof. J.R. Thorbecke op het proefschrift Quaestiones e libro 1 codicis civilis Neerlandi. Als advocaat 2 mrt.1841 ingeschreven bij het Gerechtshof te Middelburg, 6 juli 1847 benoemd in het bureau van Consultatie en 15 sept. 1848 tot lid van de Raad van toezigt en discipline. In 1847, '48 waarnemend rijksadvocaat.
21 sept. 1849 als advocaat beëdigd te 's-Gravenhage en 19 sept. 1879 als procureur. 29 mrt 1864 benoemd tot Lid van het Bureau van Consultatie, op verzoek ontslagen 30 okt. 1865. 25 mei 1877 benoemd tot lid van de Raad van toezigt en discipline, 5 nov. 1881 secretaris van die Raad.
Bij K.B. van 24 juni 1843 no. 71 benoemd tot secretaris van de gemeente Biggekerke, eervol ontslagen bij K.B. v. 21 juni 1849 no. 103.
Voorman der liberale partij op Walcheren, schreef veel in de Vlissingsche Courant, richtte later de Zeeuwsche Courant op om aan te dringen op grondwetsherziening.
Lid en bestuurslid van de kiesvereniging "Nederland" te 's-Gravenhage, van 1870 tot 1883 lid van de kiesvereniging "De Grondwet".
Op 2 dec. 1848 lid der 2e Kamer voor Sluis, van 27 aug. 1850-11 nov. 1884 voor Middelburg.
Bij K.B. van 12 mei 1874 no. 2a benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
Mr. Theodoor Guilliaam van Eck.
Theodoor Guilliaam van Eck promoveerde 16 april 1888 te Leiden op het proefschrift "Vergoeding van oproerschade", oefende 7 jaar de advocatenpraktijk uit, werd 10 juni 1895 directeur der Mij. Geldbelegging, was van 29 dec. 1900 tot 1 jan. 1909 directeur der Nationale Bank te 's-Gravenhage. Medeoprichter, commissaris en president van verscheiden fabrieks- en handelsvennootschappen, lid en bestuurslid van meerdere verenigingen en genootschappen, ridder in de Orde van Oranje-Nassau.