2.21.036.01 Inventaris van het archief van S.H. Spoor [levensjaren 1902-1949], 1942-1949 (1950)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Simon Hendrik Spoor is op 12 januari 1902 te Amsterdam geboren als zoon van Andreas Petrus Spoor, concertmeester en dirigent bij het Concertgebouworkest, en van Catharina Petronella Jautze. Hij doorliep de Koninklijke Militaire Academie te Breda en vertrok na zijn benoeming tot officier in 1923 naar Nederlands-Indië. Zijn dienstperiode aldaar werd van 1929 tot 1932 onderbroken door een studie aan de Hogere Krijgsschool te 's-Gravenhage. Na een periode van detachering bij de Generale Staf te Bandung werd Spoor in1934 docent aan de K.M.A. in Breda. Vier jaar later werd hij wederom in Indië geplaatst, waar hij aanvankelijk belast werd met stafwerk van bijzondere aard. In oktober 1941 volgde zijn benoeming tot docent in het oorlogsrecht aan de Hogere Krijgsschool te Bandung.
In maart 1942 behoorde Spoor tot de selecte groep van circa 15 man civiel en militair personeel, die vlak voor de overgave aan de Japanners naar Australië uitweek. Hij werd daar belast met de opbouw van de NEFIS, de Netherlands Eastern Forces Intelligence Service, die als militaire inlichtingendienst zou gaan opereren naast en niet zelden in konkurrentie met de NIGIS, de Netherlands Indies Government Information Service, het civiele informatie- en propagandabureau.
In 1945 was Spoor, inmiddels tot kolonel bevorderd, een van de krachtigste voorstanders van een rechtstreeks militair bewind over Nederlands-Indië, welk streven werd bestreden door de groep rond dr. H.J. van Mook, die een gemilitariseerd civiel bestuur wenste. Eind 1945 kreeg deze laatste groepering tenslotte de overhand. Zo werd de funktie Bevelhebber Strijdkrachten Oosten opgeheven na het vertrek naar Nederland van admiraal Helfrich, die in het najaar van 1945 als hoogste militaire autoriteit zijn eigen direkte kontakten met de regering in Den Haag placht te onderhouden; de legercommandant en de commandant-zeemacht in Nederlands-Indië werden nu onder het algemeen gezag van de luitenant-Gouverneur-Generaal geplaatst.
De verjonging aan de top van de legerleiding, waarmee de regering een soepeler aanpassing aan de sterk gewijzigde situatie in Indonesië hoopte te bereiken, werd een feit toen op 31 januari 1946 de 44-jarige generaal Spoor met het legercommando werd belast als opvolger van de luitenant-generaal Van Oyen. In maart 1946 werd hem de ongeveer even oude Buurman van Vreeden toegewezen als Chef Generale Staf.
Onder Spoor's opperbevel werden in juli 1947 en december 1948 de militaire operaties uitgevoerd, die onder de benaming eerste en tweede politiële aktie de geschiedenis zijn ingegaan. Naast zijn militaire verantwoordelijkheid als legercommandant had hij ook deel aan het politieke beleid in zijn funktie van Hoofd van het Departement van Oorlog.
De op 23 mei 1949 tot generaal bevorderde Spoor overleed na een korte ziekte vrij plotseling op 25 mei 1949. Met de waarneming van zijn funktie werd daarop belast de Chef-Staf, generaal-majoor D.C. Buurman van Vreeden.

Geschiedenis van het archiefbeheer

In het kader van zijn opdracht tot het verzamelen van gegevens over Indonesië in de jaren 1945 tot 1950, heeft dr. Boon (overleden in 1966) van verschillende personen, die nauw bij de Indonesische kwestie waren betrokken, stukken ontvangen. Vanwege hun omvang (ruim 1 meter) is destijds besloten de archivalia afkomstig van D.C. Buurman van Vreeden op het Rijksarchief te deponeren.
In een begeleidbrief bij de inhoudsopgave wordt meegedeeld, dat de stukken op last van generaal Spoor "steeds in één bundel in brandkast bewaard dienden te blijven, e.e.a. ter verdediging van het militair-politieke beleid van de legerleiding". De aantekening "brandkast-file", vaak door Spoor zelf neergeschreven, komt dan ook op veel stukken voor.
Waarom juist de hier beschreven stukken door Spoor afgescheiden van het Kabinetsarchief in een brandkast werden bewaard, is niet altijd duidelijk. Gezien het feit, dat niet zelden agendanummers van het secretariaat van het Kabinet van de legercommandant op de documenten voorkomen, lijkt de conclusie gerechtvaardigd, dat in deze geen scherp omlijnde maatstaven hebben gegolden.
Door tussenkomst van dr. M.Boon te Bilthoven ontving het Algemeen Rijksarchief in 1966 van mr. H.J.Ch. Buurman van Vreeden, hoofd van het bureau Algemene Zaken Directie Beleidszaken Indonesië van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een verzameling papieren uit de nalatenschap van generaal D.C. Buurman van Vreeden.
De rechtstitel is (nog) onbekend