2.21.090 Inventaris van het archief van dr. G.W.M. Huysmans [levensjaren 1902-1948], 1943-1948

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Sluiten

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Gerardus Wilhelmus Maria Huysmans werd op 29 april 1902 in Eindhoven geboren als zoon van de sigarenfabrikant W.M. Huysmans en van J.Th.F. Hoppenbrouwers. Na in het Canisiuscollege in Nijmegen de H.B.S. te hebben gevolgd, studeerde hij aan de Nederlandse Handelshogeschool in Rotterdam, waar hij op 25 maart 1926 promoveerde op de dissertatie "Termijnhandel in valuta".
Hij was toen sedert 1924 directeur van een kantoor van de Incassobank in Den Haag, maar werd in 1927 directeur van het kantoor van de Nationale Bankvereeniging in Heerlen en in 1932 directeur van de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank in Eindhoven. Hij was lid van de Rooms-Katholieke Staatspartij en had zitting in het bestuur van de Katholieke Werkgeversvereniging. Sedert 1936 was hij ook onderdirecteur van de Kamer van Koophandel en Fabrieken in Eindhoven.
Tijdens de oorlog ging hij in de illegaliteit en maakte hij deel uit van een groep Eindhovense katholieken. Hieruit werd na de bevrijding van deze stad in oktober 1944 een comité gevormd, dat zich op het te vormen staatsbestel in Nederland bezon en verbinding zocht met de regering in Londen. Het oprichten van een dagblad Oost-Brabant, waarbij L.J.M. Beel, J. de Brouwer en Huysmans de leiding hadden, was één van de initiatieven van deze groep. Bij de totstandkoming van het Militair Gezag onder leiding van J.B.G.M. de van der Schueren was hij financiëel adviseur naast Beel als sociaal adviseur. Met J.E.V.M. de Quay hadden zij een tijd lang "een klein beetje republiek gespeeld"
Uitlating van J.B.G.M. van der Schueren voor de Enquêtecommissie Regeringsbeleid. Verslag deel 5c, pag. 636.
.
Toen in januari 1945 een delegatie van de Eindhovense groep de Nederlandse regering in Londen bezocht, bestond daar de behoefte tot aanvulling van het kabinet met personen in bevrijde gebieden. Huysmans werd aangezocht voor de ministerspost van Financiën en op 24 Februari 1945 benoemd.
Zijn beleid betekende een omkeer in de opvattingen van het departement, dat tot dan toe niet bereid was, te anticiperen op het economisch herstel van een eventueel bevrijd Nederland. Nu werden maatregelen genomen, die beantwoordden aan de behoeften van het Zuiden. Onmiddellijk werd de geldzuivering ter hand genomen door de uitgifte van bankbiljetten voor het bevrijd gebied, terwijl voor de aankoop van goederen, noodzakelijk voor het herstel, kredieten in het buitenland werden opgenomen. Hiermee werd de grondslag gelegd voor de latere maatregelen van zijn opvolger, P. Lieftinck, die in het vanaf 24 juni 1945 optredende kabinet Schermerhorn-Drees met straffe maatregelen de financiële sanering wist door te voeren
Voor gegevens over zijn financiëel-economisch beleid, zie de verslagen van de Enquêtcommissie Regeringsbeleid, deel 3a, pag. 160, 173, 175; deel 3c, pag. 345, 547, 575, 873, 874, 902 en 918.
.
Zelf bleef Huysmans bij het economisch herstel van Nederland betrokken. Hij had zitting in het eerste parlementaire kabinet-Beel in een K.V.P.-P.v.d.A-regering (vanaf 3 juli l946), en was daar één van de protagonisten van de katholieke vleugel. Niet zonder reden noemde K.V.P.-fractieleider C.P.M. Romme hem "het geweten van de heer Welter, wanneer deze beweert, dat wij socialistische politiek voeren"
Brief van C.P.M. Romme aan Huysmans, 1 januari 1947, collectie Romme.
. Hij was nauw betrokken bij de oppositie tegen de werkzaamheden van de Commissie-Generaal voor Nederlands Indie, die zou leiden tot de akties tegen het beleid van gouverneur-generaal Van Mook. Naar aanleiding van het in 1946 gesloten akkoord van Linggadjati had hij volgens ir. J. Schermerhorn "zeker wel tien keer met zijn portefeuille gerammeld"
Dagboek van J. Schermerhorn, pag. 135.
.
Het economisch beleid van Huysmans werd bepaald door de noodzaak van een regulerend optreden van de overheid in het gehele bestel. De afwikkeling van het oorlogsleed, de nog altijd bestaande tekorten aan goederen én aan betalingsmiddelen om aan de behoeften te voorzien, maakten aanvankelijk een vrije markteconomie onmogelijk. Het streven van economische eenheidsbewegingen als de Stichting van de Arbeid en van de na de oorlog opgerichte Katholieke Volkspartij en de Partij van de Arbeid naar organen van economische samenwerking van werkgevers en werknemers leidde tot een wetgeving in de richting van economische planning en georganiseerd overleg: in 1947 kwam een wet op de voorbereiding van een nationaal welvaartsplan tot stand, waarin een in 1945 opgericht Centraal Planbureau werd ingepast.
Het herstel van de Nederlandse economie werd ernstig bemoeilijkt door de uitputting van nationale deviezenreserves
Enige achtergrondinformatie bevindt zich in de artikelen van J. de Vries: "De straatlantaarns branden weer", Onze jaren '45-'70, katern 9 pag. 275, en "Het herstel van de levensvatbaarheid", Onze jaren '45-'70, katern 25, p. 792.
. De hierdoor ontstane problemen zouden eerst worden opgelost door de uitvoering van het op 5 juni 1947 door G.C. Marshall gelanceerde hulpplan van de Verenigde Staten voor West- Europa. Het nagenoeg ontbreken van handelsrelaties met het door de Geallieerden bezette Duitsland versterkte de benarde Nederlandse positie. Huysmans gaf met zijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken E.N. van Kleffens de econoom H.M. Hirschfeld opdracht om over de Nederlandse belangen in Duitsland met de mogendheden te onderhandelen. Ook trachtte hij bij de om onafhankelijkheid strijdende Republik Indonesië de binnen het kader van het Linggadjati-akkoord te regelen economische problemen uit te buiten om bestaande relaties van het bedrijfsleven te bestendigen; hij overwoog hiervoor een "indische afdeling" op zijn departement op te richten
Mededeling van E.H. Heldring in zijn dagboek, pag. 1486.
. Meer succes had hij met onderhandelingen met België en Luxemburg over de totstandkoming van een samenwerkingsverband, dat zou uitgroeien tot de Benelux.
Het beleid van zijn ministerie was na een jaar onderhevig aan scherpe kritiek van de Partij van de Arbeid. In het Voorlopig Verslag op zijn begroting vroeg men zich af: "Gaat deze politiek niet de conservatief-liberale richting uit?"
Citaat door F.J.F.M. Duynstee, De Kabinetsformaties 1946-1965. Deventer 1966, pag. 14.
. Inderdaad stond Huysmans een vrijere handelspolitiek voor dan zijn socialistische collegae, maar zijn beleid kon hij niet meer openlijk in de Tweede Kamer verdedigen. Op 21 januari 1948 moest hij zich om gezondheidsredenen uit het kabinet-Beel terugtrekken. In de nacht van 17 op 18 maart 1948 overleed hij in Den Haag.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Huysmans zelf borg zijn correspondentie zaaks- of rubrieksgewijs in portefeuilles en hield als minister van Economische Zaken een aantal privé-agenda's bij. Deze orde werd door de latere herordening te niet gedaan.
In 1974 werd door oud-minister-president Beel een verzameling papieren van Huysmans overgedragen, die voornamelijk betrekking hadden op de periode, waarin hij minister van Financiën was. Zij werden na zijn overlijden door de weduwe Huysmans aan Beel overgedragen
Correspondentie van de Tweede Afdeling, 1974 D 9.14.
. In 1975 volgde hierop een aanvulling uit de archiefbewaarplaats van het ministerie van Economische Zaken, waar Huysmans zijn papieren betreffende zijn ministerschap van Economische Zaken had gedeponeerd
Correspondentie van de Tweede Afdeling, 1975 D 9.14.
. Deze stukken waren door een ambtenaar van posten archiefzaken van het ministerie in rubrieken geordend en van een lijst voorzien.
Overbrenging van een overheidsarchief