Inhoud
In de aanwinstenlijsten en/of gedrukte Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven zijn de verschillende aanwinsten, waaruit het archief van Van Maanen is opgebouwd, als volgt inhoudelijk gekenschetst.
Het archief ( aanwinst 1886 ) bevat bescheiden, voornamelijk de geschiedenis van Nederland tussen de Nederlandse Opstand en de laatste regeringsjaren van het bewind van Willem I, onder wie mr. C.F. van Maanen minister van Justitie is geweest. Het geheel betreft een verzameling stukken zonder al teveel zichtbare samenhang.
De verzameling ( aanwinst 1895 ) bestaat uit papieren van Mr. Cornelis Felix van Maanen, voornamelijk behoorende tot de periode, waarin hij na de ingetreden nieuwe orde van zaken (1795) procureur-generaal bij het Hof van Holland was. Daarin treden op den voorgrond vele acten en correspondenties betreffende rechtsvervolgingen, die Van Maanen of een zijner voorgangers om politieke overtredingen heeft ingesteld. Voor de kennis van de staatkundige partijschappen op het einde der 18e eeuw kunnen zij nog enkele bijdragen leveren. De aandacht zij gevestigd op den dreigbrief, dien Abraham Douglas aan Willem V schreef, en op de crimineele procedure tegen Mr. Ocker Repelaer wegens zijne verstandhouding met de stadhouderlijke partij, waarop zijne veroordeeling gevolgd is. Bij de collectie zijn ook enkele bescheiden gevoegd uit den tijd, waarin Van Maanen onder de regeering van Koning Lodewijk het Ministerie van Justitie waarnam.
Het archief ( aanwinst 1900 ) bestaat uit stukken afkomstig van verschillende leden van de familie Van Maanen en enkele aanverwanten waaronder C.F. van Maanen in diens functie van advocaat-fiscaal en procureur-generaal van Holland en Zeeland, Staatsraad van het Koninkrijk Holland, minister van Justitie en Politie van het Koninkrijk Holland, minister van Justitie van het Koninkrijk der Nederlanden en minister van Staat. Het betreft stukken van particuliere aard; politieke stukken (waaronder stukken over de grondwet van 1815); correspondentie en een handschriften- en autografenverzameling.
Het archief ( aanwinst 1915 ) bevat stukken afkomstig van staatsman C.F. van Maanen (1769-1846) met betrekking op zijn functie als eerste president van het Keizerlijk Gerechtshof in Den Haag, later Hooggerechtshof der Vereenigde Nederlanden, zijn functie als Minister van Justitie en Politie van het Koninkrijk Holland en later van het Koninkrijk der Nederlanden. Daarnaast bevat het archief stukken afkomstig van G.A.G. van Maanen in zijn functie als Secretaris der Commissiën tot de redactie der nationale en der militaire wetgeving. Veel van de stukken hebben betrekking op de codificatie van het Nederlands recht. De geheele - van mevrouw Kooiman verworven - verzameling bestaat, behalve uit een aantal gebonden boeken, uit portefeuilles, die op ééne na alle door de beide Van Maanens van een opschrift zijn voorzien.
Wat de beteekenis er van ( aanwinst 1920 ) aangaat, zoo moet, allereerst er op gewezen worden, dat zij dagteekent uit het tijdvak voor de invoering der ministerieele verantwoordelijkheid, uit den tijd dus, dat de verhouding van den Minister tot den Koning eenerzijds en tot de Staten-Generaal anderzijds een andere was, dan zij nu is. Terwijl nu kan gezegd worden, dat de Minister voor zijn volle verantwoordelijkheid neemt, wat in de van de regeering uitgaande stukken wordt gezegd, kon men vroeger dit niet met zooveel stelligheid beweren. De houding van eenig Minister ten opzichte van eenig wetsontwerp, de invloed, dien hij op de samenstelling en de totstandkoming wist uit te oefenen, kwamen niet zoo stellig aan het licht, als nu het geval is. Daarom hebben eigenhandige aanteekeningen van Ministers uit dien tijd bijzondere beteekenis. Lang niet bij alle, maar toch bij niet weinige wetsontwerpen heeft Van Maanen in de "gedrukte stukken" kantteekeningen gemaakt of daarbij nota's of memories gevoegd. Voornamelijk zijn het die betreffende de wetboeken en wat daarmede samenhangt. En deze zijn het, die de verzameling niet onbelangrijk maken. Soms bepalen de aanteekeningen, tijdens de vergaderingen gemaakt, zich tot een bloote vermelding van de namen der personen, die het woord hebben gevoerd, soms houden ze ook opmerkingen over den inhoud van het gesprokene in; vermoedelijk diende dit voor de beantwoording of tot verdediging van het ontwerp. Maar eigenaardig is wel, dat er niet altijd volkomen overeenstemming bestaat tusschen die aanteekeningen en de latere uitgave der "Handelingen". Sterker, men vindt in deze verzameling soms een uitvoerig uitgewerkt ontwerp van de redevoering van Van Maanen, waarvan in de "Handelingen" geen spoor is te ontdekken; zoodat men dient aan te nemen, dat zij niet is uitgesproken, want de notulen vermeldden toch steeds de namen van hen, die gesproken hadden, al hielden ze niet uitvoerig in, wat ze gezegd hadden. Een enkele maal vindt men soms meer namen van sprekers, of de namen in een andere volgorde dan de Handelingen vermelden. Ook vindt men een minuut van een antwoord aan den Secretaris van Staat met een minuut voor een regeeringsantwoord, welke minuut echter veel meer bevat, dan het later verschenen regeeringsantwoord. Een en ander doet zien, dat bij onderzoekingen over eenig wetsontwerp, een gebruik van deze verzameling Van Maanen wel eens nut kan opleveren. Maar vooral, omdat het in hoofdzaak juist de wetsontwerpen betreffende de totstandkoming der wetboeken zijn, welke Van Maanen van aanteekeningen enz. voorzag, zal deze verzameling wederom een aanvulling zijn van de reeks, die gevormd wordt door de verzamelingen Elout, Kemper, straks nog Cras en dergelijke van denzelfden aard.
Verantwoording van de bewerking
De delen van het archief van Van Maanen, verworven in de jaren 1886 en 1895 zijn als onderdeel van de aanwinsten van die jaren beschreven. Aanwinst 1895 is ook als zodanig gepubliceerd in de Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven.
De grote aanwinst uit 1900, welke het hoofdbestanddeel van het archief van Van Maanen omvat, is beschreven door dr. H.T. Colenbrander. Hij heeft het archief ingedeeld naar de functies van Van Maanen. Een verdere onderverdeling heeft hij evenwel niet aangebracht. De archiefinventaris is in de Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven gepubliceerd, en wel in aanwinstenlijst van het Rijksarchief als onderdeel XXIII. Een nadere toelichting omtrent de bewerking is niet gepubliceerd.
De aanwinst uit 1915 is door dr. W. Moll beschreven als een supplement op de inventaris van 1900. De stukken zijn, ook als zij afzonderlijk beschreven zijn, gelaten in de portefeuilles, waarin zij oorspronkelijk berustten, en bij de beschrijving in de inventaris is daarvan aantekening gehouden.
De aanwinst uit 1920 tenslotte is door dr. C.C.D. Ebell beschreven, waarbij hij de gedrukte stukken ordende overeenkomstig de zittingsjaren van de Tweede kamer der Staten-Generaal. Het geringe aantal eigenhandige aantekening van Van Maanen zijn bij deze drukwerken gelaten.
Aldus waren er vijf afzonderlijke collecties Van Maanen ontstaan. Deze moesten aangevraagd worden met behulp van het jaar van aanwinst, dus bijv. Van Maanen 1915, inv.nr. 98a. Deze wijze van beschrijving en nummering leverde geregeld problemen op. Onderzoekers kregen soms een bestanddeel uit een ander archiefdeel dan aangevraagd, en bij terugplaatsing kwam het ook wel voor dat een bestanddeel in een verkeerd deel van het archief werd geplaatst. Het bestanddeel kon zo jaren zoek zijn.
Eerst in 2012, toen wederom een vermissing werd geconstateerd, welk bestanddeel na een controle uiteindelijk werd teruggevonden in een anderdeel van het archief van Van Maanen, is besloten om de verscheidene onderdelen van het archief tot één geheel samen tevoegen. De belangrijkste ingreep was de hernummering van drie van de vijf onderdelen. De nummering van het hoofdarchief, het in 1900 verworven deel, is gehandhaafd (inv.nrs. 1-316). De andere delen, verworven in de jaren 1886, 1895 en 1915 zijn vernummerd, aansluitend op de nummering van het hoofdarchief. De bestanddelen uit deze aanwinsten zijn thans genummerd 384-404, 405-439 resp. 317-383.
De laatste aanwinst, verworven in 1920, is niet met het hoofdarchief samengevoegd. Dit archiefdeel bestaat vrijwel volledig uit gedrukte stukken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal uit de jaren 1814-1846. Deze stukken zijn al aanwezig in het archief van de Tweede Kamer zelf. Het bewaren van een dubbele, niet volledige set van dit materiaal, lijkt niet noodzakelijk. Wel zijn de handgeschreven aantekeningen van Van Maanen uit deze collectie drukwerken verwijderd, en onder de inv.nrs. 440-472 aan het hoofdarchief toegevoegd. De omvang van deze aantekeningen was beperkt, slechts 15 centimeter. De drukwerkcollectie (archiefinventaris 2.21.114.05) zal te gelegener tijd voor vernietiging worden voorgedragen en dan worden afgevoerd.
De beschrijvingen van de bestanddelen zijn zoveel mogelijk ongewijzigd gelaten. Zelfs de spelling is niet gemoderniseerd. De beschrijvingen zijn ingedeeld naar archiefvormer. Vervolgens zijn de beschrijvingen, evenals in de inventaris van H.T. Colenbrander uit 1900, naar functies ingedeeld. Omdat soms de hoeveelheid materiaal dat bij de uitoefening van een functie ontstaan en bewaard gebleven is tamelijk groot was, zijn in die gevallen de beschrijvingen nader onderverdeeld. Dit heeft tot gevolg dat het archief veel overzichtelijker en daardoor toegankelijker is geworden.
In deze toegang zijn samengevoegd de nu vervallen toegangen 2.21.114.01, 2.21.114.02, 2.21.114.03 en 2.21.114.04 en het manuscript gedeelte uit 2.21.114.05.