Geschiedenis van de archiefvormer
Roeland Duco Kollewijn werd geboren op 7 december 1892 in Amsterdam als zoon van Roeland Anthonie Kollewijn, directeur van een H.B.S. en bekend spellingshervormer, en Dieuwke Anna van Wijk. Na het afleggen van het staatsexamen ging hij in 1912, op aanraden van zijn vader, in zijn geboorteplaats rechten studeren, hoewel zijn aanvankelijke voorkeur naar een studie bouwkunde was uitgegaan. In 1917 promoveerde hij bij prof. I. Henri Hijmans op het proefschrift 'Het beginsel der openbare orde in het internationaal privaatrecht'. In 1918 sloot hij een korte rechten- en letterenstudie in Leiden eveneens met een promotie af, ditmaal op stellingen, in de staatswetenschap.
Na vanaf 1919 bij de rechterlijke macht in Nederlandsch-Indië werkzaam te zijn geweest werd hij in 1924 benoemd tot hoogleraar in de rechtswetenschap aan de Rechtshogeschool in Batavia. In deze functie kreeg hij internationale bekendheid door zijn vele publicaties op het gebied van het intergentiel recht. Toen hij in 1936 Nederlandsch-Indië om gezondheidsredenen moest verlaten volgde zijn benoeming tot hoogleraar burgerlijk recht in Groningen, een leerstoel, die hij twee jaar later verruilde voor die in Leiden, waar hij ook het gecodificeerde recht en het intergentiel recht in Nederlandsch-Indië doceerde.
Na in de oorlog tijdelijk te zijn geïnterneerd en verbannen naar Hoogeveen, keerde hij naar Leiden terug, waar zijn leeropdracht werd uitgebreid met het internationaal privaatrecht. Van 1945 tot 1967 maakte hij bovendien deel uit van de afdeling Rechtspraak van de Raad voor het Rechtsherstel. Tevens was hij, van 1947 tot 1963, lid van de Staatscommissie voor Internationaal Privaatrecht.
Door zijn verslechterende gezondheid moest hij zijn hoogleraarschap in 1955 neerleggen, maar zijn omvangrijke publicistische arbeid zette hij onverminderd voort. Kollewijn overleed, na langdurige ziekte, op 1 september 1972 in Leiden.