Archief
Titel
2.21.407 Inventaris van het archief van Willem Drees [levensjaren 1922-1998] en enkele familieleden, (1886) 1925-1998 (2005)
Auteur
J. GrupstraVersie
28-11-2025
Copyright
Nationaal Archief, Den Haag
2025 cc0Beschrijving van het archief
Naam archiefblok
Willem Drees [levensjaren 1922-1998] W. Drees jr.
Periodisering
archiefvorming: 1925-1998 oudste stuk - jongste stuk: 1886-2005
Archiefbloknummer
C67Omvang
449 inventarisnummer(s) 9,50 meterTaal van het archiefmateriaal
Het merendeel der stukken is in het. Enkele stukken zijn in heten het.
Nederlands
Engels
Frans
Soort archiefmateriaal
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten. Enkele stukken zijn geschreven in steno (door W. Drees sr. en jr. en Jan Drees).Archiefdienst
Nationaal Archief, Den HaagLocatie
Den HaagArchiefvormers
Willem Drees, (1922-1998)
Anna Erica Drees-Gescher, (1922-1988)
Catharina Drees-Hent, (1888-1974)
Anna Sophia (Annie) Bouma Drees, (1911-2002)
Johannes Michiel (Jan) Drees, (1919-2002)
Adriana (Jaan) Hent, (1885-1967)
Johanna Marijke Drees, (1950-)
Ineke Elizabeth Drees, (1952-)
Willem Bernard Drees, (1954-)
Samenvatting van de inhoud van het archief
Dr. Willem Drees was werkzaam als (top)ambtenaar bij Financiën, buitengewoon hoogleraar openbare financiën, minister van Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Biesheuvel I, fractievoorzitter van DS’70 in de Tweede Kamer en lid van de Algemene Rekenkamer. Dit archief bevat de neerslag van zowel Drees’ hele loopbaan, inclusief nevenfuncties, als van zijn privéleven. Naast veel (privé)correspondentie omvat het onder meer een reeks notitieblokken en dagboeken en veel artikelen en teksten van redevoeringen. Met betrekking tot zijn politieke carrière neemt de breuk in het kabinet-Biesheuvel een centrale plaats in. Naast zijn eigen vakgebied, de overheidsfinanciën, kenmerkt de inhoud van Drees’ archief zich door enkele andere veel terugkerende onderwerpen: parkeerbeleid en selectief autogebruik, ruimtelijke ordening, het profijtbeginsel (de gebruiker betaalt), de financiering van het wetenschappelijk onderwijs, de bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog en de AOW. Het archief bevat Drees’ dagboek over illegaal werk tijdens de Duitse bezetting, dat hij opstelde in mei 1945. Het behelst, tot slot, tevens archief dat is gevormd door zijn echtgenote A.E. Drees-Gescher en enkele leden van zowel zijn gezin van herkomst als zijn eigen gezin.Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Willem Drees ( De toevoeging jr. is in deze toegang zoveel mogelijk vermeden en alleen gebruikt waar verwarring met W. Drees sr. op de loer ligt. ) (1922-1998) was de jongste zoon van de sociaaldemocratisch politicus Willem Drees en Catharina Drees-Hent, die voordat het gezin naar Den Haag verhuisde onderwijzeres was in Amsterdam. Willem groeide op in Den Haag, waar hij het gymnasium (bèta) volgde aan het Gymnasium Haganum. In 1940 koos Drees voor een studie economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool (NEH) te Rotterdam, waar hij in 1942 cum laude zijn kandidaats haalde. Aan de NEH, die meer dan andere economiefaculteiten gericht was op overheidsfinanciën, liep hij college bij onder anderen Jan Tinbergen en Pieter Lieftinck - met beiden zou hij later in zijn loopbaan nog te maken krijgen. Via vrienden van het gymnasium en het dispuut waar hij lid van was, raakte Drees betrokken bij het verzet in Den Haag en omstreken tegen de Duitse bezetter. Hij zocht werk als ambtenaar in de distributie en werd onderdeel van een netwerk dat onderduikers aan (valse) persoonsbewijzen, distributiestamkaarten en bonkaarten hielp. In 1944 werd Drees gearresteerd toen hij het huis bezocht van een vriend uit de illegaliteit die door de Duitsers was ontmaskerd. Hij zat vast in Vught, maar kwam na koelbloedig ontkennen en een beroep op zijn broze gezondheid (suikerziekte) snel weer op vrije voeten.
Kort na de bevrijding maakte Drees kennis met Anna Erica (Erica) Gescher, medicijnenstudente te Leiden en telg uit de ondernemersfamilie achter het meubelbedrijf Gescher en Kemper. Zij trouwden in februari 1947 en kregen vijf kinderen. Eind 1945 was Drees, na een verzoek van Tinbergen, terechtgekomen bij het nieuw opgerichte Centraal Planbureau (CPB). In 1947 kreeg hij de kans om aan de slag te gaan bij het eveneens nieuwe Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Washington, waar G.W.J. Bruins directeur was. Ter voorbereiding op zijn functie bij de Indonesian Desk van het IMF moest Drees eerst een aantal maanden ervaring opdoen in, toen nog, Nederlands-Indië, dat roerige tijden doormaakte op weg naar de onafhankelijkheid. Na drie jaar Washington keerde hij met zijn gezin terug naar Indonesië, ditmaal als hoofd Financiën van het Nederlandse Hoge Commissariaat (een soort ambassade).
In 1953 werd Drees teruggeroepen uit Jakarta om leiding te geven aan de afdeling Multilaterale Betrekkingen op het ministerie van Financiën. Na nog een jaar als adjunct-directeur van het CPB werd hij in 1956 directeur van de Rijksbegroting, een ambt dat naadloos aansloot bij zijn belangstelling en expertise. Drees kon zich nu dagelijks bezighouden met materie waarop hij kort tevoren (in 1955) was gepromoveerd aan de NEH. In 1963 werd hij hier voor één dag in de week aangesteld als buitengewoon hoogleraar in de openbare financiën. In 1968 stond Drees aan de wieg van het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO) en haar tijdschrift. Openbare Uitgaven ( In 2002 fuseerde het IOO met de Nederlandse Vereniging voor Openbare Financiën (NVOF) tot Wim Drees Stichting voor Openbare Financiën. In 2017 is het vermogen en archief van deze stichting overgegaan naar de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, waar het Wim Dreesfonds is gevormd. ) Na een korte periode als thesaurier-generaal liet Drees zich begin 1971 verleiden tot een overstap naar de politiek. Hij was jarenlang actief lid geweest van de Partij van de Arbeid, maar bij hem en veel partijgenoten werd de onvrede over de koers eind jaren ’60 zo groot dat zij de partij de rug toekeerden. Onder leiding van A. (Jan) van Stuijvenberg sloten diverse lokale splintergroeperingen zich aaneen tot een nieuwe landelijke partij: Democratisch Socialisten 1970, kortweg DS’70. Op de partijraad van 30 januari 1971 werd Drees aangewezen als lijsttrekker, kort nadat hij daartoe was afgezwaaid als ambtenaar. Bij de verkiezingen op 28 april behaalde DS’70 acht zetels. De partij ging meeregeren en Drees werd naar voren geschoven voor een ministerpost, hoewel hij zelf de voorkeur gaf aan het Kamerlidmaatschap. Als minister van Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Biesheuvel I hield Drees de op zijn terrein gemaakte afspraken uit het regeerakkoord goed in het oog, onder meer met betrekking tot een Algemeen Verkeersfonds. Toen R.J. Nelissen van Financiën, tegen de afspraak, uitgaven voor infrastructuur en voor tekorten van het openbaar vervoer wilde samenvoegen, hield Drees zijn poot stijf; na enige concessies leidde een volgens hem onuitvoerbaar ‘eindvoorstel’ van Biesheuvel in juli 1972 tot een breuk in het kabinet en uiteindelijk het aftreden van de vier bewindslieden van DS’70. Na de vervroegde verkiezingen in november 1972, waarbij DS’70 zes zetels haalde, werd Drees tot fractievoorzitter gekozen en nam hij zitting in de Tweede Kamer. Vanaf september 1974 zat hij namens DS’70 een jaar in de gemeenteraad van Den Haag. Toen DS’70 bij de Tweede Kamerverkiezingen van 25 mei 1977 nog maar één zetel haalde, was dit voor Drees aanleiding de politiek vaarwel te zeggen.
DS’70 onderscheidde zich van begin af aan met een duidelijk eigen geluid: trouw aan de NAVO; vóór selectief autogebruik en duurder parkeren; met zorg voor natuur, milieu en ruimtelijke ordening; vóór het profijtbeginsel (de begunstigde/gebruiker betaalt) en het terugdringen van (indirecte) subsidies (zoals lage collegegelden); vóór een sober uitkeringsbeleid en bestrijden van uitkeringsfraude; kritisch op de onevenredige invloed van belangengroepen ten opzichte van het algemeen belang; tegen de onbegrensde toelating van Surinamers in Nederland omtrent de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Over al deze thema’s had Drees een uitgesproken standpunt, dat hij ook na zijn politieke carrière bleef uitdragen in inleidingen en publicaties.
Na zijn vertrek uit de politiek zette Drees zijn zinnen op een baan bij de Algemene Rekenkamer, ook omdat hij wist dat hier op korte termijn een (zeldzame) vacature zou vrijkomen. Hier werkte hij tot aan zijn vervroegd pensioen in 1984.
Drees hield zich in de jaren ’80 en ’90 intensief bezig met de Algemene Ouderdomswet (AOW). In 1986-1987 was hij voorzitter van de commissie die zich boog over de toekomst van deze oudedagsvoorziening, die onlosmakelijk verbonden is met de naam en reputatie van zijn vader - Drees jr. werd, bij andermans vergissing, niet moe erop te wijzen dat niet zijn vader maar J.G. Suurhoff de AOW tot stand had gebracht - Drees sr. voerde de Noodwet Ouderdomsvoorziening in, die in 1957 werd vervangen door de AOW.
Dergelijke precisie was kenmerkend voor Drees. Hij reageerde, al dan niet met een ingezonden brief of artikel, regelmatig op (zijns inziens) incorrecte of onzorgvuldige uitlatingen van anderen. Daarbij hechtte hij veel belang aan bewust en accuraat gebruik van termen (bijvoorbeeld ‘bezetting’ in plaats van ‘oorlog’ met betrekking tot de situatie in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog).
Drees was een veelgevraagd spreker en schreef regelmatig artikelen, voor zowel vak- als dag- en weekbladen. Daarnaast publiceerde hij enkele boeken, waaronder(1995). Hij schreef, op verzoek, tevens zijn memoires, die postuum werden uitgebracht onder de titel. Ontwrichting: Budgettaire chaos van Nelissen tot Kok Gespiegeld in de tijd: de nagelaten autobiografie
De toevoeging ‘jr.’ achter zijn naam of bijnamen als ‘de jonge Drees’ zou hij nooit helemaal kwijtraken. Zijn frequente gepikeerde reacties op zulke aanduidingen, zij het vaak met een kwinkslag, lijken een aanwijzing dat hij de schaduw van zijn gelijknamige vader op zijn minst ten dele als een last ervoer.
| Datum |
Gebeurtenis |
| 1922 |
geboren te Den Haag, 24 december |
| 1928-1934 |
Openbare school voor gewoon lager onderwijs, Den Haag |
| 1934-1940 |
Gymnasium Haganum (gymnasium bèta), Den Haag |
| 1940-1946 |
studie economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool (NEH), Rotterdam |
| 1942-1945 |
actief in het verzet, onder meer als ambtenaar in de distributie |
| 1945-1947 |
hoofdcommies afdeling Globaal Plan, Centraal Planbureau |
| 1947 |
huwelijk met Anna Erica Grescher |
| 1947-1950 |
econoom bij het IMF: eerst, na opheffing daarvan op de afdeling Brits Gemenebest Indonesian Desk |
| 1950-1953 |
hoofd Financiële Zaken (financieel raad), Hoge Commissariaat te Jakarta |
| 1953-1954 |
hoofd afdeling Multilaterale Betrekkingen, ministerie van Financiën |
| 1955 |
promotie in de economische wetenschappen aan de NEH |
| 1955-1956 |
adjunct-directeur, Centraal Planbureau |
| 1955-1969 |
lid van het curatorium van de Wiardi Beckman Stichting |
| 1956-1969 |
directeur Rijksbegroting, ministerie van Financiën |
| 1963-1971 |
buitengewoon hoogleraar openbare financiën, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam |
| 1969-1971 |
thesaurier-generaal, ministerie van Financiën |
| 1971 |
lijsttrekker voor DS’70 |
| 1971 jul-1972 jul |
minister van Verkeer en Waterstaat |
| 1972-1977 |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor DS’70 |
| 1973-1977 |
fractievoorzitter DS'70, Tweede Kamer der Staten-Generaal |
| 1974-1975 |
lid gemeenteraad van Den Haag voor DS'70 |
| 1977-1984 |
lid Algemene Rekenkamer |
| 1980-1992 |
directeur bij Geska en Geska Onroerend Goed BV, onderdeel van meubelbedrijf Gescher en Kemper |
| 1986-1987 |
voorzitter van de Commissie Financiering Oudedagsvoorziening |
| 1991-1992 |
huwelijk, respectievelijk breuk met Noor Voorhoeve |
| 1998 |
overleden te Den Haag, 5 september |
Geschiedenis van het archiefbeheer
Tot aan de overdracht berustte het archief thuis bij Drees’ zoon Willem B. Drees, die het archief heeft geordend en beschreven in een plaatsingslijst. Soms heeft hij door hem bijeengebrachte stukken van korte beschrijvingen voorzien. Drees zelf had ook al werk gemaakt van de ordening van zijn archief, mede ten behoeve van het schrijven van zijn autobiografie en andere publicaties. Ook hij heeft het materiaal geregeld van korte (toelichtende) aantekeningen voorzien, veelal op de stukken of enveloppen zelf. Een deel van zijn archief met betrekking tot DS’70 had hij bij leven al overgedragen aan het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) te Groningen.
Schenking van een particulier archief.
De verwerving van het archief
Inhoud en structuur van het archief
Inhoud
Het archief van Willem Drees heeft betrekking op zowel zijn hele loopbaan, inclusief nevenfuncties, als zijn privéleven. De archivalia omvatten correspondentie, dagboeken, notitieblokken, agenda’s, nota’s, verslagen van vergaderingen en knipsels. Drees’ archief bevat daarnaast een groot aantal eigen artikelen en teksten van inleidingen en colleges, alsmede stukken betreffende enkele boekpublicaties, waaronder zijn (postuum verschenen) autobiografie.
Drees werkte in 1947 en van 1950 tot 1953 in Indonesië, in de periode in aanloop naar en vlak na de zwaarbevochten soevereiniteitsoverdracht in 1949. Dit archief bevat correspondentie en notities uit die tijd over de situatie in Indonesië en latere stukken over deze episode, ook met betrekking tot de rol die Drees sr. hierin speelde als minister-president.
De hoeveelheid materiaal uit zijn vroege loopbaan is relatief beperkt, en betreft vooral correspondentie. Zijn bekendheid dankt Willem Drees, naast zijn hoedanigheid van ‘zoon van’, vooral aan zijn jaren als politicus. De stukken uit zijn tijd bij DS’70 omvatten correspondentie, nota’s, partijorganen, teksten van spreekbeurten van Drees in de Tweede Kamer en de Haagse gemeenteraad en correspondentie en beschouwingen uit later jaren. ( Bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) berust het partij- en fractiearchief van DS’70, alsmede persoonsarchieven met betrekking tot de partij van onder meer W. Drees jr. en J.M. Drees. ) Ook ten aanzien van zijn ministerschap nemen latere beschouwingen een centrale plaats in, vooral met betrekking tot de breuk in het kabinet-Biesheuvel die hier vroegtijdig een einde aan maakte. Het archief bevat tevens een omvangrijke reeks notieblokken, die zijn gehele politieke loopbaan beslaat en hier ook voornamelijk betrekking op heeft. Als fractievoorzitter van DS’70 vertolkte Drees het geluid van een middenpartij met enkele duidelijke stokpaardjes: selectief autogebruik en streng parkeerbeleid; gedegen openbaar vervoer; vóór het profijtbeginsel (de gebruiker betaalt) en het terugdringen van (indirecte) subsidies (zoals lage collegegelden); kritisch op de onevenredige invloed van belangengroepen ten opzichte van het algemeen belang. Veel van deze onderwerpen keren vaak terug in inleidingen en artikelen van Drees, ook van vóór en na zijn politieke loopbaan. Ook over zijn eigen vakgebied, de overheidsfinanciën, bleef Drees zo nu en dan publiceren. Vaak terugkerende onderwerpen op dit terrein zijn de AOW en de financiering van het wetenschappelijk onderwijs.
Tijdens de bezetting gedurende de Tweede Wereldoorlog was Drees actief in het verzet. Het archief bevat het origineel van het dagboek hierover dat hij in mei 1945 opstelde, dat later in beperkte oplage is gedrukt. Drees bleef zich, onder meer via ingezonden brieven, zijn leven lang uitspreken over de bezetting en hieraan gerelateerde onderwerpen. Hetzelfde geldt, in iets mindere mate, voor de onafhankelijkheid van Indonesië en Suriname.
Dit archief bevat tevens archief dat is gevormd door Drees’ echtgenote, A.E. Drees-Gescher en enkele andere familieleden. Het betreft onder meer correspondentie, bijvoorbeeld omtrent zijn overlijden.
Selectie en vernietiging
Bij de bewerking is vooral veel overtollig materiaal verwijderd (zoals dubbele afschriften en kopieën). Niet opgenomen zijn verder: facturen rondom het overlijden van dochter E.M. Drees en van lunches/diners; Miljoenennota’s en andere Kamerstukken uit zijn periode als minister/Tweede Kamerlid; verzamelde Kamerstukken en andere gedrukte stukken die Drees vermoedelijk nodig had voor zijn publicaties; nummers vanzonder bijdrage van Drees en restanten van tijdschriften waar artikelen van Drees uitgeknipt zijn; jaarverslagen van de NS en Nederlandse Vereniging van Wegenbouwers; stukken betreffende (vakantie)reizen van Drees (zoals vliegtickets, facturen/bonnetjes en brochures). Economisch-Statistische Berichten
Aanvullingen
Er zijn geen aanvullingen te verwachten op dit archief.
Verantwoording van de bewerking
Bij de bewerking is de door Willem B. Drees aangebrachte indeling in grote lijnen gehandhaafd. Hij had het archief voor een deel op thematische gronden geordend. Deze ordening is aangehouden en uitgebreid, resulterend in een rubriek met ‘aandachtsgebieden’ (A2.2). De meeste van deze rubrieken/bestanddelen bestrijken een lange periode en bevatten tevens (enkele) stukken uit Drees’ tijd als politicus of een andere functie. Een deel van de correspondentie is herschikt en alfabetisch (in plaats van chronologisch) geordend. Het archief bevatte door Drees jr. gevormde series met teksten van publicaties en inleidingen. Deze series zijn goeddeels intact gelaten, maar veelal aangevuld met losse stukken die elders in het archief zijn aangetroffen. In het archief zoals dat aan het Nationaal Archief werd overgedragen zat het materiaal van de verschillende archiefvormers door elkaar. In de huidige toegang zijn de betreffende stukken, uitzonderingen daargelaten, ondergebracht bij de respectieve personen. Archief gevormd door W. Drees sr., C. Drees-Hent en Jan Drees is, behoudens de van W. Drees jr. en Erica Drees-Gescher ontvangen stukken, verplaatst naar het archief van W. Drees sr., dat eveneens berust bij het Nationaal Archief (toegangsnummer 2.21.286).
Ordening van het archief
Het archief is onderverdeeld in enerzijds dat van Willem Drees (A) en anderzijds plukjes archief van enkele familieleden (B). Drees’ archief is opgedeeld in een algemeen deel (A1) en rubrieken over zijn openbare (A2) en zijn particuliere leven (A3). Het algemene deel bevat een groot deel van zijn correspondentie, alsmede zijn aantekeningen, dagboeken, publicaties en teksten van voordrachten. De rubriek met publicaties en teksten van voordrachten (A1.5.2) bevat stukken die qua onderwerp in een andere rubriek thuishoren; hoewel sommige teksten van inleidingen/publicaties dubbel voorkomen, kan raadpleging van de algemene serie daarom lonen. Deze rubriek (A1.5.2) bevat ook teksten van spreekbeurten van Drees in de Tweede Kamer, op partijcongressen en andere bijeenkomsten van DS’70 en in de Haagse gemeenteraad. Bij zijn functies (A2.1) is een onderscheid gemaakt tussen hoofd- en nevenfuncties. Een aparte rubriek is gewijd aan een aantal onderwerpen dat Drees gedurende een groot deel van zijn leven heeft beziggehouden (A2.2).
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Deels openbaar, deels beperkt openbaar (A). Inv.nr. 39 is beperkt openbaar en is raadpleegbaar na het verkrijgen van toestemming van de Algemeen Rijksarchivaris.
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van kwetsbare of slechte materiële staat.
Andere toegang
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
- Creëer een account of log in.
- Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
- Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Willem Drees [levensjaren 1922-1998], nummer toegang 2.21.407, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, W. Drees jr., 2.21.407, inv.nr. ...
Verwant materiaal
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar
Bij het Nationaal Archief berust:
- het archief van W. Drees sr. en enkele familieleden 1853-2002, toegangsnummer 2.21.286
Bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) berusten:
- het partij- en fractiearchief van Democratisch Socialisten 1970 (DS’70), 1970-1983
- het persoonlijk archief van W. Drees met betrekking tot DS’70, 1970-1983
- persoonlijke archieven van J.M. Drees en diverse andere personen met betrekking tot DS’70
Bij het Stadsarchief Amsterdam berust:
- het archief van Gescher en Kemper N.V. 1717-1990, toegangsnummer 1064
Bij het Haags Gemeentearchief berust:
- het archief van Interieurverzorging Gescher en Kemper B.V. 1917-1969, toegangsnummer 0556-01
Deze opsomming is niet uitputtend.
Publicaties
- Breedveld, Willem, 'De lachende vulpen', in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis , 2001, 129
- Drees, W., On the level of government expenditure (Leiden: Stenfert Kroese, 1955).
- Drees, W en Gubbi, F.Th., Overheidsuitgaven in theorie en praktijk (Groningen: Wolters-Noordhoff, 1968).
- Drees, W., Nederlandse overheidsuitgaven (Den Haag: VUGA, 1985).
- Drees, W., ‘‘‘Vleugellam’’, het conflict in DS’70, voorjaar 1975’, in: Jaarboek 1990 (Groningen: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, 1991).
- Drees, W., Ontwrichting: budgettaire chaos van Nelissen tot Kok (Utrecht: Jan van Arkel, 1995).
- Drees, W., Gespiegeld in de tijd: De nagelaten autobiografie (Amsterdam: Balans, 2000).
- Parlementair Documentatie Centrum, Biografie dr. W. (Wim) Drees jr., www.parlement.com
- bibliografie (van wetenschappelijke publicaties) in het themanummer ‘Het gelijk van Drees’, Openbare Uitgaven 24 (6, 1992), 308-312.