2.21.422 Inventaris van het archief van de familie Immink-Ninaber, 1721-1944

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Sluiten

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Voor zover bekend is de familiale band tussen de families Immink en Ninaber gelegd door het huwelijk tussen dominee Wernerus Immink en Johanna Elisabeth Ninaber dat op 21 juli 1829 werd gesloten in Hellendoorn, waar Wernerus toen predikant was.

Familie Immink

Een genealogisch overzicht van de familie Immink is te vinden in: Nederlands Patriciaat, jaargang XXIX (1943), 145-191. Daarin komen ook leden van verwante families aan de orde.
De familie Immink zou als een predikantengeslacht getypeerd kunnen worden. Diverse generaties waren werkzaam als dominee. Van vader op zoon werd het predikantenambt doorgegeven door achtereenvolgens: Warnerus Immink (1671-1724), predikant te Eibergen, aan zijn zoon Jacobus Immink (1698-1767), predikant te Enschede, aan diens zoon Warnerus Immink (1734-1778), predikant te Enschede, aan diens zoon Petrus Immink (1776-1841), predikant en rector Latijnse school te Ootmarsum. Hij gaf het ambt op zijn beurt door aan zijn zonen Wernerus Immink (1806-1876), predikant te Kamperveen en te Doesburg, en Willem Arnold Immink (1808-1875), predikant te Zeddam.
Ook de schoonzoon van Petrus was dominee, te weten Antonius Jacobus Josinus Warnsinck (1816-1892) die in 1841 in het huwelijk trad met Petrus’ dochter Petronella Jacoba Immink (1813-1861).
De zoon van deze laatste Wernerus zette de traditie voort: Petrus Immink (1830-1900) was Nederlands Hervormd predikant, op het laatst van zijn leven in Bergen in Noord-Holland.
Ook de schoonvader van Petrus was dominee: Adam Philip(pus) Winold Noordink, de vader van Petrus’ echtgenote Johanna Jacoba Noordink, was predikant.
Naast deze religieuze activiteiten waren de leden van de familie Immink ook actief in bestuurlijke functies. Adrianus Johannes (1838-1914) en Johan Elisa (1861-1924) zijn daarvan goede voorbeelden.
Adrianus Johannes Immink werd op 12 maart 1838 in Doesburg geboren. Hij studeerde rechten in Utrecht, en sloot zijn studie af met een promotie in 1861 op een proefschrift over brandstichting. Daarna ging hij studeren aan de Koninklijke Academie in Delft. Na zijn grootambtenaarsexamen te hebben afgelegd werd hij in 1864 benoemd tot ambtenaar van de eerste klasse voor de burgerlijke dienst in Nederlands-Indië. Dit was het begin van een langdurige carrière in de Nederlands-Indische rechterlijke macht, waarin hij het uiteindelijk in 1882 bracht tot raadsheer van het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië. Op zijn eigen verzoek werd Adrianus Johannes in 1889 eervol ontslag verleend. Hij keerde toen terug naar Nederland. Daar werd hij in 1892 lid van de Staatscommissie tot herziening van het Indisch privaatrecht. A.J. Immink bleef daarnaast ook wetenschapper. Gedurende zijn gehele bestuurlijke en ambtelijke carrière heeft hij publicaties over het Nederlands-Indische rechtssysteem en de rechterlijke macht in Nederlands-Indië het licht doen zien.
Zie voor meer informatie over mr. A.J. Immink: C. Fasseur, “Immink, Adrianus Johannes (1838-1914)” in: Biografisch Woordenboek van Nederland (te raadplegen via internet: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN). Enkele publicaties van de hand van A.J. Immink zijn terug te vinden in het familiearchief: zie inventarisnummers 68, 71, 72 en 75.
De op 7 januari 1861 in Noord-Scharwoude geboren Johan Elisa maakte een bescheiden bestuurlijke carrière door op te klimmen van ambtenaar op de secretarie van de gemeente Sloten (1883) via burgemeester van Buiksloot en van Kuinre en Blankenham tot burgemeester en secretaris van Stolwijk aan het einde van zijn carrière (vanaf 1905 tot zijn dood in 1924).
Een aantal leden van de familie Immink waren als militair actief. De broers Willem Arnold (1801-1875) en Antonie Johannes Bernardus Immink (1810-1882) namen deel aan de militaire campagne in het huidige België, de Tiendaagse Veldtocht. In augustus 1831 schreven zij vanuit Hasselt en Leuven een brief aan hun vader Petrus Immink in Ootmarsum. Daarin vertellen zij over hun ervaringen en maken zij melding van de succesvol afgeronde vredesonderhandelingen.
Zie inventarisnummer 41
Antonie Johannes Bernardus bleef vervolgens in de Zuidelijke Nederlanden achter, om zich daar als koopman te vestigen. In 1854 trouwde hij in Namen met Rosalie Bailly. Willem Arnold keerde na de militaire activiteiten terug naar het noorden om als predikant de familietraditie voort te zetten.

Familie Ninaber

Waar de familie Immink duidelijke kenmerken van een domineesfamilie vertoont, is de familie Ninaber minder gemakkelijk te duiden. Dat heeft te maken met het feit dat over de diverse leden van de familie Ninaber in het familiearchief minder materiaal aanwezig is dan over de familie Immink. Toch zijn ook hier wel enkele karakteriseringen te geven.
Allereerst kende de familie Ninaber, evenals de familie Immink, een aantal opvolgende generaties van dominees: Henricus (†1711) was predikant te Wilpe, zijn zoon Engelbertus Cornelius (1692-1725) was predikant te Amboine en diens zoon Adrianus Johannes (1717-1765) was predikant te Hoevelaken.
Andere leden van de familie Ninaber waren actief in bestuurlijke (soms deels militaire) functies: Wilhelmus Antonius (1747-1803) was actief als lid van het bestuur van het Departement van de Ouden IJssel/Overijssel
Zie inventarisnummer 11. Een overzicht van de bestuurlijke functies van W.A. Ninaber is opgenomen op de website van Parlement & Politiek (www.parlement.com).
en Adrianus Johannes (1775-1851) maakte deel uit van de gewapende burgermacht.
Zie inventarisnummer 13.
Daarnaast studeerden zowel Adrianus Johannes Ninaber (1717-1765) als zijn naamgenoot, achter-achter-kleinzoon Adrianus Johannes (1847-1896), rechten, respectievelijk aan de Gelderse Academie te Harderwijk en aan de Universiteit Leiden.
Zie inventarisnummers 10 en 31. Zoals hiervoor reeds is vermeld studeerde ook de naamgenoot uit de Immink-tak, Adrianus Johannes Immink (1838-1914), rechten aan de Universiteit Leiden.
Deze laatste Adrianus Johannes Ninaber doorliep vervolgens ook een bestuurlijke carrière die hem via de vervulling van het ambt van burgemeester van Wanneperveen in 1875 het burgemeesterschap van Hellendoorn opleverde.
Zie inventarisnummers 32 en 33.
Enkele leden van de familie Ninaber doorliepen een militaire carrière. Johan Derk (1782-1812) begon zijn militaire loopbaan in 1799 als cadet in het Bataafse leger, om uiteindelijk te eindigen als 1e Luitenant van het 2e Regiment de Grenadiers a Pied de la Garde in het Franse leger.
Zie voor meer informatie over Johan Derk Ninaber: Mathieu Willemsen, “Joan Derk Ninaber” in: Hattem, Mark van, Mariska Pool & Mathieu Willemsen (samenst.), Voor Napoleon. Hollanders in oorlogstijd 1792-1815 (Bussum 2005), 76-79.
In die hoedanigheid maakte hij deel uit van het Franse leger dat onder leiding van keizer Napoleon de Russische Veldtocht ondernam. Tijdens deze expeditie maakte Johan Derk op 7 september 1812 de slag bij Borodino op afstand mee en was hij vervolgens diep onder de indruk van de intocht in het brandende Moskou. Op 17 november 1812 kwam hij om in de slag bij Krasnoe. De brieven die Johan Derk tijdens deze militaire expeditie naar huis schreef, geven een zeer direct en indringend beeld van zijn ervaringen in het napoleontische leger.
Zie inventarisnummer 17.
Naast Johan Derk doorliepen ook Johannes Coenradus Ninaber, een broer van Johan Derk, een carrière als beroepsmilitair. Hij begon zijn loopbaan in het Bataafse Gemenebest en kwam via het leger van Lodewijk Napoleon terecht in het Franse leger als kapitein (1813). Daarna maakte hij nog carrière in het Nederlandse leger, en was hij een (korte?) tijd gelegerd op Curacao.
Zie inventarisnummer 14.
Een van het voorgaande afwijkende loopbaan had Johan Derk Ninaber (1817-1848), die werd vernoemd naar zijn in Rusland omgekomen oom. Johan Derk studeerde medicijnen in Leiden en promoveerde aldaar op een proefschrift over groeistoornissen. Daarna vestigde “Doctor Ninaber” zich als “Stads-Doctor”.
Zie inventarisnummers 26, 27 en 30. De naambordjes “Doctor Ninaber” en “Stads-doctor” zouden wellicht ook kunnen hebben toebehoord aan Engelbertus Cornelius Ninaber (1789-1868). Deze bekleedde diverse medische functies in het Bataafsche Leger (waarmee hij onder andere de Spaanse Veldtocht mee in 1810) en vestigde zich daarna als burger-geneesheer in Arnhem. Zie hiervoor zijn “Levensschets” in inventarisnummer 1.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Zoals mr. dr. Petrus Wernérus Adam Immink (1908-1965) de schenker was van het archief van zijn oudoom, mr. A.J. Immink, aan het toenmalige Algemeen Rijksarchief, was hij vermoedelijk ook de archivaris voor de bescheiden over (de) andere leden van de gelieerde families Immink en Ninaber. Het Familiearchief Immink – Ninaber waarvan dit de inventaris is, is hoogstwaarschijnlijk door hem bijeengehouden en wellicht –gebracht.
Door Petrus Immink is uitgebreid onderzoek gedaan naar zijn voorouders. Hij is daarmee een belangrijke verzamelaar en archivaris van het Familiearchief Immink – Ninaber. Waarschijnlijk is om die reden het zwaartepunt van het archief enigszins op de familie Immink komen te liggen.
Daarnaast heeft echter Adrianus Johannes Ninaber (1775-1861) een cruciale rol gespeeld in het bijeenbrengen en bijeenhouden van een familiearchief. Daarvan getuigen de door hem verzamelde en opgestelde aantekeningen over de geschiedenis van de familie Ninaber en aangetrouwde families.
Zie inventarisnummer 12.
Via zijn naar hem genoemde kleinzoon zijn de familieaantekeningen terechtgekomen bij zijn achter-kleindochter Jacoba Aleida Johanna Ninaber. De ongetrouwd gebleven Jacoba heeft de familie-papieren overgedragen aan Petrus Wernerus Immink.
Een deel van het Familiearchief Immink-Ninaber berust al 60 jaar op het Nationaal Archief, een ander deel is in 2007 aan het Nationaal Archief in bewaring gegeven.
De Collectie A.J. Immink (1838-1924), 1892-1902 is door prof.mr. P.W.A. Immink afgestaan aan de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Door de universiteit is het archief in 1948 overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief. Van deze collectie is een inventaris opgesteld (toegangsnummer 2.21.091.01). De omvang van deze collectie is ongeveer 0,20 meter.
In 2007 is door mevrouw dr. G.K. Immink een collectie archiefmateriaal afkomstig van de familie(s) Immink en Ninaber over de periode 1740-1920 aan het Nationaal Archief in bewaring gegeven. Dit archief heeft een omvang van ongeveer 1 strekkende meter.
Zoals vrijwel altijd bij familiearchieven geldt ook voor het Familiearchief Immink – Ninaber dat de verdeling van het archiefmateriaal over de verschillende leden van de beide families zeer ongelijkmatig is. Over vooral Adrianus Johannes en Johan Elisa is erg veel materiaal te vinden, terwijl over anderen weinig tot niets in het archief is overgeleverd. Ook zijn de leden van de familie Ninaber in sterke mate ondervertegenwoordigd ten opzichte van de familie Immink.
Deze laatste onevenwichtigheid zal te maken hebben met het feit dat mr. dr. Petrus Wernérus Adam Immink (1908-1965) zeer uitgebreid onderzoek heeft gedaan zijn voorouders. Hij is daarmee een belangrijke verzamelaar en archivaris van het Familiearchief Immink – Ninaber. Waarschijnlijk is om die reden het zwaartepunt van het archief enigszins op de familie Immink komen te liggen.
Daarnaast heeft echter Adrianus Johannes Ninaber (1775-1861) een cruciale rol gespeeld in het bijeenbrengen en bijeenhouden van een familiearchief. Daarvan getuigen de door hem verzamelde en opgestelde aantekeningen over de geschiedenis van de familie Ninaber en aangetrouwde families.
Zie inventarisnummer 12.
Via zijn naar hem genoemde kleinzoon zijn de familieaantekeningen terechtgekomen bij zijn achter-kleindochter Jacoba Aleida Johanna Ninaber. De ongetrouwd gebleven Jacoba heeft de familie-papieren overgedragen aan Petrus Wernerus Immink.

De verwerving van het archief

Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.