Archief
Titel
2.25.117 Inventaris van het archief van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers, Centrale Beleidsstaf, (1958) 1973-1994 (1999)
Auteur
BECIS | DIOR, Den HaagVersie
18-02-2025
Copyright
Nationaal Archief, Den Haag
2025 cc0Beschrijving van het archief
Naam archiefblok
Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers, Centrale Beleidsstaf Kadaster / Centrale Beleidsstaf
Periodisering
archiefvorming: 1973-1994 oudste stuk - jongste stuk: 1958-1999
Archiefbloknummer
P96Omvang
673 inventarisnummer(s) 19,40 meterTaal van het archiefmateriaal
Het merendeel der stukken is in het.
Nederlands
Soort archiefmateriaal
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.Archiefdienst
Nationaal Archief, Den HaagLocatie
Den HaagArchiefvormers
Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers, Centrale Beleidsstaf (1973-1994)Samenvatting van de inhoud van het archief
De archiefstukken hebben hoofdzakelijk betrekking op de organisatie van het Kadaster in het algemeen, de reorganisatie van het Kadaster en haar provinciale directies vanaf 1960-1991, privatisering, verzelfstandiging en structuur van het Kadaster, strategieontwikkeling van het Kadaster Nieuwe Stijl en de centralisatie/decentralisatie van het bestuur. Daarnaast bevat het archief te bewaren stukken met betrekking tot het financieel- en personeelsbeleid van het Kadaster, diverse dienstvoorschriften en stukken met betrekking tot het archiefbeheer en automatisering.Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Het Kadaster in Nederland is een overheidsdienst, die gegevens bijhoudt over grond, gebouwen en adressen en andere geografische informatie voor Nederland (het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden). Het Kadaster in Nederland is in 1832 opgericht (als Dienst voor het kadaster en de openbare registers (Kador)) en is sinds 1994 een zelfstandig bestuursorgaan.
Tot het einde van de 18e eeuw kende het gebied van het huidige Koninkrijk der Nederlanden geen eenduidige administratie van onroerend goed. Hoewel pogingen waren ondernomen hierin verandering aan te brengen, bleef de administratie rommelig en gedateerd. Hierdoor was het niet mogelijk om juiste waardebepalingen en belastingaanslagen te geven.
Met de totstandkoming van de eenheidsstaat Nederland in 1798 werd, in lijn met het Franse ideaal egalité, getracht een rechtvaardige belastingheffing in te voeren. Om dit doel te verwezenlijken, werd een administratieve organisatie opgezet per departement.
Nadat het Koninkrijk Holland in 1810 definitief werd ingelijfd in het Franse keizerrijk, golden ook in het Hollands gebied de Franse wetten. Holland diende daarom te voldoen aan het hebben van een uniforme belastingwetgeving. Omdat de bestaande registraties in de Hollandse departementen niet voldeden aan de eisen van het Franse Recueil Méthodique, werd in oktober 1811 het kadaster op Franse wijze in gebruik genomen.
In 1810 en 1811 werd het gehele grondgebied in kaart gebracht, met daarbij een overzicht van gegevens over het soort perceel, de eigenaren en de oppervlakte. Het project mislukte echter en de kaarten werden afgekeurd voor gebruik in het kadaster naar Frans model in 1811, omdat deze weinig systematisch waren en onvolledig van opzet.
Hoewel Nederland enkele jaren later van Frankrijk onafhankelijk werd, bleven de Franse voorschriften toch van kracht. Het proces van kadastrering verliep echter traag. Pas in 1825 werd er tempo gemaakt door de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, met daarin de geplande invoering van de samenhang tussen grondboekhouding en hypothecaire boekhouding.
Ofschoon in de periode tussen 1826 en de invoering van het kadaster op 1 januari 1832 een inhaalslag werd gemaakt in het maken van kartering, waren de gemaakte kaarten in deze periode van aanzienlijk lagere kwaliteit dan de kaarten die voor 1825 zijn gemaakt.
In Nederland registreert de Dienst voor het kadaster en de openbare registers sinds 1832 gegevens over een bepaalde onroerende zaak (het perceel) en alle wijzigingen die zich daarin voordoen.
Zo legt men de naam van de eigenaar of vruchtgebruiker vast. Ook wordt vermeld waar het perceel ligt, wat de afmetingen ervan zijn en hoe de grond wordt gebruikt. Ook wordt vastgelegd of er een recht van hypotheek of erfdienstbaarheden op het perceel rusten, of dat er bodemverontreiniging aanwezig is.
Om een perceel aan te duiden gebruikt men de kadastrale aanduiding, die altijd bestaat uit de naam van de kadastrale gemeente, de letter van de sectie en het nummer van het perceel, eventueel aangevuld met de appartementsindex wanneer het perceel is gesplitst in appartementsrechten.
Op 1 juli 1970 werd de Dienst losgemaakt van de Belastingdienst en ging verder als het zelfstandige directoraat-generaal van het Kadaster en de Domeinen. Op basis van historische banden bleef het nog wel ressorteren onder het Ministerie van Financiën. Aan die situatie kwam op 4 juni 1973 een einde en ging Kador over van Financiën naar het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Vrijwel direct daarop volgde een ingrijpende reorganisatie van de hele Dienst. De Centrale Directie verhuisde van Den Haag naar Apeldoorn en er volgde een centralisatie van de kantoren.
Naast de directies in de provincies beschikt het Kadaster ook over een aantal bijzondere bureaus: het bureau van de Bijhoudingsdienst der Rijksdriehoekmeting (dat de zorg heeft voor het meetkundige driehoeksnet), het bureau van de fotogrammetrische dienst (dat karteerbladen maakt voor ruilverkavelingen en hermetingen) en een eigen centraal teken- en opleidingsbureau. Later is daar ook nog een automatiseringscentrum te Heerlen bijgekomen.
Sinds 1975 heeft het Kadaster er een nieuwe opdracht bij, namelijk het vervaardigen, bijhouden en uitgeven van een Grootschalige Basiskaart van Nederland (GBKN). Deze raamkaart op grote schaal heeft als hoofddoelstelling het bevorderen van de uitwisselbaarheid van decentraal beheerde vastgoedgegevens door het creëren van een uniforme basis. Eind 1994 was 56% van de oppervlakte van Nederland verwerkt in de GBKN. De toename van de dienstverlenende taken van het Kadaster hadden tot gevolg dat de wettelijke basis van het Kadaster te smal werd, zeker na het wegvallen van de fiscale doelstelling van de Dienst in 1970. Daarom is Kador juridisch ondergebracht in een afzonderlijke Kadasterwet. De eerste aanzet daartoe werd al in 1964 gegeven. In 1982 werd het wetsontwerp ingediend, en na acceptatie zou de invoering van de wet nog tot 1990 op zich laten wachten.
In 1994 wordt het Kadaster een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO).
De herdefinitie van het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoeksmeting met GNSS-metingen zoals GPS en koppeling aan het Europese coördinatensysteem vindt plaats in 2000. Sinds 2004 is de Topografische Dienst onderdeel van het Kadaster. Topografische informatie wordt verzameld via luchtfoto’s en terreinverkenning en vervolgens verwerkt tot digitale bestanden.
Naast een groot aantal nutsbedrijven gebruiken vrijwel alle overheden zoals ministeries, provincies, gemeentes en waterschappen deze bestanden van de Basisregistratie Topografie.
Sinds 2007 wordt het Kadaster aangewezen als onderdeel van het stelsel van basisregistraties als bronhouder van de Basisregistratie Kadaster (BRK) en de Basisregistratie Topografie (BRT).
In ditzelfde jaar krijgt het Kadaster een nieuwe taak: informatie verstrekken over door gemeenten opgelegde publiekrechtelijke beperkingen op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB).
Het Kabels en Leidingen Informatiecentrum (KLIC) gaat op in het Kadaster in 2008. De Wet Informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) wordt van kracht. De Landelijke voorziening Basisregistratie Adressen en Gebouwen (LV BAG) is gereed in 2009. Het Kadaster beheert deze en verzorgt de informatieverstrekking.
In 2010 is de Landelijke voorziening Ruimtelijkeplannen.nl (voorheen RO-online) gereed en in beheer genomen door het Kadaster. TOP10NL, het belangrijkste product van de Basisregistratie Topografie (BRT) is van heel Nederland klaar in 2012 en als open data beschikbaar.
Het Kadaster start met het beheer van de Landelijke voorziening Waarde Onroerende Zaken (LV-WOZ) in 2013 en verzorgt de informatieverstrekking. Het Kadaster neemt de Landelijke voorziening Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) in beheer en verzorgt hieruit de informatieverstrekking in 2014. De digitale kadastrale kaart is van heel Nederland beschikbaar als open data in 2016.
Vanaf 2017 valt het Kadaster onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het Kadaster onderhoudt ook het Nederlandse coördinaatsysteem, het Stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD) en de koppeling met en Nederlandse realisatie van het Europese coördinatensysteem ETRS89 als onderdelen van de geodetische infrastructuur.
Het Kadaster verzorgt de registratie van de eigendom en de hypotheken op zogenaamde registergoederen zoals schepen en vliegtuigen. Schepen worden teboekgesteld in het Scheepsregister. Landinrichtingsprojecten zoals ruilverkaveling behoren ook tot de taken van het Kadaster.
Momenteel zijn er vestigingen in Apeldoorn, Amsterdam, Arnhem, Eindhoven, Groningen, Rotterdam en Zwolle.
Geschiedenis van het archiefbeheer
De zorgdrager voor dit archief is het Kadaster, waar het archief tot aan de overbrenging in beheer is geweest. Er is geen informatie gevonden over het beheer in de dynamische en semi-statische fase, anders dan dat er dossiervorming heeft plaatsgevonden.
De verwerving van het archief
Het archief is in 2024 door de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers overgebracht naar het Nationaal Archief krachtens artikel 12 van de Archiefwet 1995.
Inhoud en structuur van het archief
Inhoud
De archiefstukken hebben hoofdzakelijk betrekking op de organisatie van het Kadaster in het algemeen, de reorganisatie van het Kadaster en haar provinciale directies vanaf 1960-1991, privatisering, verzelfstandiging en structuur van het Kadaster, strategieontwikkeling van het Kadaster Nieuwe Stijl en de centralisatie/decentralisatie van het bestuur. Daarnaast bevat het archief te bewaren stukken met betrekking tot het financieel- en personeelsbeleid van het Kadaster, diverse dienstvoorschriften en stukken met betrekking tot het archiefbeheer en automatisering.
Selectie en vernietiging
Het archief heeft niet eerder een selectie ondergaan. Voor de waardering van het archief is de ‘Selectielijst voor de neerslag van het handelen van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers’ gehanteerd (Staatscourant nr. 13417, d.d. 20 mei 2015). In totaal zijn in deze serie te bewerken archief 50 dozen, 6,25 meter als te vernietigen geselecteerd.
Aanvullingen
Op dit archief worden geen aanvullingen verwacht.
Verantwoording van de bewerking
Oorspronkelijk bestond de eerste bewerking 2021 uit 222 dozen (27,75 meter). Hierna zijn in 2022 nog 70 dozen (8,75 meter) toegevoegd die in de eerste bewerking niet waren meegenomen. In totaal is er 36,5 meter verwerkt. Het officiële (te bewaren) archief bestaat uit beleidsstukken uit de periode 1973-1994. Stukken voor of na deze periode zijn opgenomen in een aparte serie Buiten Scope. Van deze serie zijn dossiers die gestart zijn voor 1973 en gedeeltelijk doorliepen in de periode 1973-1994 alsnog opgenomen in deze inventaris. Hetzelfde geldt voor die dossiers die voor 1994 gestart zijn, maar nog doorliepen na 1994. In beide gevallen gaat het om dossiers waarbij het zwaartepunt binnen de periode 1973-1994 lag. Opgemerkt moet worden dat de vergaderseries niet altijd compleet zijn. Met name de periodes 1973-1974 en 1993-1994 ontbreken vaak.
Dossiers die volledig buiten de periode lagen en die in deze serie waren opgenomen, zijn uit de bewerking gehaald. Dit betreft 6 dozen, 0,875 meter. Het archiefmateriaal dat is geselecteerd voor vernietiging is beschreven in een vernietigingslijst.
Alle te bewaren stukken zijn van nietjes, plakband en overige hechtmiddelen ontdaan en verpakt in zuurvrije omslagen en zuurvrije archiefdozen, ieder voorzien van zuurvrije etiketten.
BECIS | DIOR is gestart met de bewerking van het archief in 2021 en dit is gereedgemaakt voor overbrenging naar het Nationaal Archief in 2024.
Ordening van het archief
Voor de opstelling van de inventaris is de oude ordeningsstructuur, bestaande uit overlegnummers en het jaartal van uitbrenging overgenomen. De beschrijvingen zijn gebaseerd op de oorspronkelijke dossieromschrijvingen van de archiefvormer. De inventaris van het beleidsarchief is zoveel mogelijk serieel van opbouw. Waar mogelijk is er gebruik gemaakt van verzamelbeschrijvingen.
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Volledig openbaar.
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Voor zover bekend zijn er geen beperkingen krachtens de auteurswet.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van kwetsbare of slechte materiële staat.
Andere toegang
Voor dit archief is geen andere toegang beschikbaar.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
- Creëer een account of log in.
- Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
- Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers, Centrale Beleidsstaf, nummer toegang 2.25.117, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Kadaster / Centrale Beleidsstaf, 2.25.117, inv.nr. ...
Verwant materiaal
Bewaarplaats van originelen
Niet van toepassing.
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar
Afgescheiden archiefmateriaal
Niet van toepassing.
Niet van toepassing.
Publicaties Riessen, W. van, Kadaster , Leiden, 1975 Wolferen, M.D. van, ‘Het kadaster: toen en nu.’ In: Geodesia 81, nr. 11 (1981), 410-416