Archief
Titel
3.03.92 Inventaris van het archief van het Kantongerecht Sommelsdijk, (1908) 1980-1989 (2002)
Auteur
C. van DalenVersie
27-09-2019
Copyright
Nationaal Archief, Den Haag
2010 cc0Beschrijving van het archief
Naam archiefblok
Kantongerecht Sommelsdijk [periode 1980-1989] Kanton Sommelsdijk 1980-1989
Periodisering
archiefvorming: 1980-1989 oudste stuk - jongste stuk: 1908-1989
Archiefbloknummer
37281Omvang
; 54 inventarisnummer(s) 6,00 meterTaal van het archiefmateriaal
Het merendeel van de stukken is in het.
Nederlands
Soort archiefmateriaal
Normale geschreven, gedrukte en getypte documenten, geen bijzondere handschriften.Archiefdienst
Nationaal ArchiefLocatie
Den HaagArchiefvormers
Kantongerecht SommelsdijkSamenvatting van de inhoud van het archief
Het archief bevat vonnissen en verslagen van de terechtzittingen in strafzaken en civiele zaken. Voorts de registratie van de voogdij over minderjarige kinderenen extra-judiciële akten.Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Organisatie van de rechterlijke macht
De vijf wetten uit uit 1877 (Stb. 74-78) waarop de rechtspraak tot dan toe was gebaseerd, werden op 17 november 1933 ingetrokken bij vijf nieuwe wetten, Stb. 601-605. Deze wetten traden in werking op 1 januari 1934, Stb. 623, en stelden de rechtsgebieden van de gerechtshoven en de zetels van de arrondissementsrechtbanken en kantongerechten vast.
Het merendeel van de strafzaken en burgerlijke zaken valt onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbanken. Bij de strafzaken onderscheidt men overtredingen en misdrijven. De berechting van overtredingen, met uitzondering van de overtredingen van bedelarij en landloperij, en het misdrijf stroperij is opgedragen aan de kantongerechten. De berechting van de misdrijven met uitzondering van stroperij, en van de overtredingen bedelarij en landloperij behoort tot de competentie van de arrondissementrechtbanken. De arrondissement- rechtbanken vonnissen in hoger beroep over de daarvoor vatbare vonnissen in strafzaken van de kantonrechter. Daarnaast nemen de rechtbanken in eerste en tevens hoogste ressort kennis van alle jurisdictiegeschillen tussen de kantongerechten binnen haar arrondissement.
In de rechtspraak wordt onderscheid gemaakt tussen absolute en relatieve competentie.
Absolute competentie geeft antwoord op de vraag welke rechter bevoegd is (hoofdregel: de arrondissementsrechtbank; in uitzonderingsgevallen: de kantonrechter). De relatieve competentie geeft antwoord op de vraag welke bepaalde rechter van die soort bevoegd is (hoofdregel: de rechtbank of de kantonrechter van de woonplaats van de gedaagde).
Bij absolute competentie wordt onderscheid gemaakt tussen strafzaken en burgerlijke zaken. In strafzaken is de kantonrechter bevoegd alle overtredingen, met uitzondering van de overtredingen bedelarij en landloperij, en het misdrijf stroperij te berechten. In burgerlijke zaken is de competentie van de kantonrechter een uitzonderingsbevoegdheid. De gewone rechter in eerste aanleg is de arrondissementsrechtbank. Tenslotte behandelt de kantonrechter ook verschillende buitengerechtelijke zaken.
Ook bij relatieve competentie wordt onderscheid gemaakt tussen strafzaken en burgerlijke zaken.
In het burgerlijk procesrecht kent men twee procestypen: het proces, dat met een dagvaarding begint en het proces, dat met een verzoekschrift begint. De dagvaarding is een document waarmee de partij, die een uitspraak van de rechter wenst, zich door bemiddeling van de deurwaarder tot de tegenpartij wendt. Het verzoekschrift is een document, waarmee een partij zich rechtstreeks tot de rechter wendt.
Een groot deel van de door de kantongerechten behandelde burgerlijke zaken bestaat uit arbeids- en huurkoopzaken alsmede pachtzaken. Bij wet van 13 juli 1907, Stb. 193, werden de artikelen 125 a-f ingevoegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Betreffende artikelen golden aanvankelijk alleen voor arbeidszaken en gaven de procedureregels in de volgende zaken:
- een arbeidsovereenkomst;
- een agentuurovereenkomst;
- een collectieve overeenkomst;
- algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een CAO;
- aanneming van werk.
De kantonrechter was bij uitsluiting bevoegd in bovengenoemde zaken, ongeacht de som van de vordering. Hoger beroep was mogelijk als de vordering meer dan f 2500,- bedroeg. Bij wet van 23 april 1936, Stb. 202, werden de artikelen 125 g-j aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsverordening toegevoegd. Deze artikelen regelden de procedure inzake huurkoopzaken.
De Crisispachtwet van 17 juni 1932, Stb. 301, omschreef begrippen als "pachter", "pachtovereenkomst" en "pachtprijs". Volgens de Crisispachtwet kon de pachter een verzoek doen tot ontheffing van de verplichting tot betaling van de pachtprijs. De verzoeken tot ontheffing werden behandeld door de kamers voor crisispachtzaken. Deze kamers bestonden uit de kantonrechter als voorzitter en twee leden, die niet tot de rechterlijke macht behoorden.
De Pachtwet van 31 mei 1937, Stb. 205, regelde onder meer:
- de pachtovereenkomst moest "op straffe van nietigheid" schriftelijk worden aangegaan;
- de pachtrechters, bij de kantongerechten en het Gerechtshof te Arnhem, moesten de verplichtingen van de pachter toetsen;
- een tussentijdse wijziging van de bepalingen in de pachtovereenkomst werd mogelijk;
- pachtovereenkomsten golden voor onbepaalde tijd, slechts bij uitzondering was een termijn van 1 tot 3 jaar mogelijk.
De pachtkamer bestond uit een voorzitter, de kantonrechter en twee deskundigen ten aanzien van de verhoudingen op het pachtgebied. Deze deskundigen behoorden niet tot de rechterlijke macht.
Door de Pachtwet 1937 werden zogenaamde pachtbureaus ingesteld. Deze waren bevoegd beslissingen te nemen over de duur van pachtovereenkomsten. De beslissingen hadden dezelfde rechtskracht als die van de pachtkamers.
De Crisispachtwet 1932 en de Pachtwet 1937 werden met ingang van 25 november 1941 buiten werking gesteld en vervangen door het Pachtbesluit.
Het Pachtbesluit kende een aantal nieuwe regelingen:
- men kon schriftelijke vastlegging van een mondeling aangegane pachtovereenkomst vragen bij de grondkamers;
- de toetsing van de pachtovereenkomsten werd voortaan door de grondkamers verricht;
- de pachtovereenkomst moest worden aangegaan voor bepaalde tijd, namelijk twaalf jaar voor een hoeve en zes jaar voor "los land";
- naast de grondkamers bleven de pachtkamers bij de kantongerechten en bij het Gerechtshof Arnhem bestaan.
Voor uitgebreide informatie over de organisatie van de rechterlijke macht in Nederland, de procedures bij rechtszaken alsmede taak, samenstelling en werkwijze van de rechtbanken en kantongerechten wordt verwezen naar het "Werkboek rechterlijke archieven 1838-1940" onder redactie van R. Huijbrecht en "Berecht en gestraft: een geschiedenis van de rechterlijke organisatie en de strafinstellingen, 1811-1993" van G. Beks en H.J.Ph.G. Kaajan
Geschiedenis van de kantons in het arrondissement Rotterdam
Het gebied en de indeling van het arrondissement Rotterdam is tussen 1828 en 1989 nogal eens gewijzigd. Zo omvatte he op 1 oktober 1838 de volgende kantons: Rotterdam 1, Rotterdam 2, Vlaardingen, Schiedam, Hillegersberg en Schoonhoven. In 1877 werden de kantons Brielle en Sommelsdijk toegevoegd, terwijl de kantons Vlaardingen en Hillegersberg werden opgeheven en de overige kantons werden vergroot (wet van 9-4-1877, Stb. 76 en 79)
Door uitbreiding van de gemeente Rotterdam werd in 1895 een kanton Rotterdam 3 toegevoegd (wet van 20-6-1895, Stb.133 en KB 21-9-1895, Stb. 163). Per 01-01-1911 werden de 3 kantons Rotterdam weer tot één verenigd (wet 5-7-1910. Stb. 181 en KB 1-11-1910, Stb. 312). Door op heffing van het kanton Schoonhoven in 1933 werd het kanton Gouda flink vergroot (wet 17-11-1933, Stb. 603 en KB 2-12-1933, Stb. 650). Het kanton Gouda is per 1-1-1994 overgegaan naar het arrondissement Den Haag (wet 16-09-1993, Stb.515 art. 5)
Overzicht van de rechters werkzaam bij het kanton
| Kantonrechter |
Geboortedatum |
Benoemd |
| mr. P van Schravendijk |
7-3-1920 |
20-3-1973 |
| mr. LJ den Hollander |
29-1-1912 |
23-6-1959 |
| mr. CA Brandenburg |
22-10-1921 |
15-5-1972 |
| mr. JHBM Saelman |
30-9-1926 |
1-3-1974 |
| mr. D Müller |
13-11-1926 |
16-1-1978 |
| mr. A Boekwinkel |
12-8-1914 |
16-1-1978 |
| mr. HDM Dolk |
1-7-1917 |
16-1-1978 |
| mr. HJ Sarolea |
24-8-1926 |
16-1-1978 |
| mr. H Vles |
29-2-1916 |
16-1-1986 |
| mr. JMR Pompe |
25-8-1933 |
16-1-1978 |
| mr. DJ Bolderman |
15-12-1924 |
16-3-1978 |
Geschiedenis van het archiefbeheer
[...]
Inhoud en structuur van het archief
Selectie en vernietiging
Als basis voor de bewerking diende de selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Justitie en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Rechterlijke macht over de periode vanaf 1950, 12 december 2006/Nr. C/S&A/06/3399 (Stcrt. 8 januari 2007, nr. 5)
Bij de curatele zaken is na overleg met Justitie besloten om op basis van handeling 134 van het beleidsterrein Rechterlijke Macht de jongste en de oudste jaarrekening met beoordeling van de rechter te bewaren. Alle tussenliggende jaarrekeningen zijn voor vernietiging voorgedragen. Ook de tussentijdse uitgaven die bij beschikking door der rechter zijn goedgekeurd zijn voor vernietiging voorgedragen.
Bij aanvang van de bewerking had het archief een omvang van 45 meter. Hier van is 6 meter voor bewaring aangewezen en zal ter zijner tijd worden overgebracht naar het Nationaal Archief. Er is 1 meter aangewezen als vreemd archief omdat het archief van een andere archiefvormers is, dit bestand is geretourneerd naar de beheerder. De 39 meter vernietigbaar archief is afgevoerd door Van Gansewinkel Nederland BV en is daar op de gebruikelijke manier vernietigd.
Verantwoording van de bewerking
In het archief had voor de bewerking al vernietiging plaatsgevonden. Van de strafzaken zijn alleen de registers bewaard.
Van alle zaken is de omslag bewaard vanwege de informatie die het bevat over het verloop van de zaak. Het bewaren van de omslag is consequent toegepast, ook als deze niet of nauwelijks informatie bevat.
Het archief is bewerkt volgens de standaardafspraken met betrekking tot de materiële verzorging zoals verwoord in de Normen Goede Staat.
De strafregisters en de diverse kaartsystemen zijn van een afwijkend formaat.
Ordening van het archief
Voogdij zaken; De registerkaarten werden aanvankelijk geselecteerd op jaar van meerderjarig worden. Bij de wet van 1 juli 1987, welke in werking is getreden op 1 januari 1988, is de leeftijd waarop de meerderjarigheid wordt bereikt verlaagd van eenentwintig tot achttien jaar.
Om het systeem makkelijk toegankelijk te maken is er voor gekozen om te archiveren op geboorte jaar van het (jongste) kind. Verwijzingskaarten ( van bv. verhuizing) zitten op geboortejaar tussen de voogdij kaarten.
Aanwijzingen voor de gebruiker
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
- Creëer een account of log in.
- Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
- Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Kantongerecht Sommelsdijk [periode 1980-1989], nummer toegang 3.03.92, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Kanton Sommelsdijk 1980-1989, 3.03.92, inv.nr. ...
KantonrechterGeboortedatumBenoemd