Terug naar zoekresultaten

3.19.57 Inventaris van het archief van de heerlijkheid Voshol, 1543-1835

Voer een zoekterm in
VorigeVolgende

Archief

Titel

3.19.57
Inventaris van het archief van de heerlijkheid Voshol, 1543-1835

Auteur

L.A.M. Giebels, J.C. Kort

Versie

15-12-2020

Copyright

Nationaal Archief, Den Haag
1985 cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok

Heerlijkheid Voshol
Heerlijkheid Voshol

Periodisering

oudste stuk - jongste stuk: 1543-1835

Archiefbloknummer

35100

Omvang

; 636 inventarisnummer(s) 6,80 meter

Taal van het archiefmateriaal

Het merendeel der stukken is in het
Nederlands

Soort archiefmateriaal

Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefdienst

Nationaal Archief

Locatie

Den Haag

Archiefvormers

Heerlijkheid Voshol

Samenvatting van de inhoud van het archief

De heerlijkheid Voshol bestond aan het eind van de zestiende eeuw uit Zwammerdam, Reeuwijk en Ter Aar. Deze drie rechtsgebieden vormden toch een administratief geheel door hun langdurige vereniging onder het geslacht Brederode. In 1710 werd de heerlijkheid gekocht door de familie Van Aerssen, die de heerlijkheid vervolgens lange tijd beheerden. Het archief bestaat uit persoonlijke stukken van de Familie van Aerssen; stukken betreffende de verwerving en belening van de heerlijkheid (o.a. een akte van verpanding door koning Filips II uit 1564); het beheer, de belastingheffing, het bestuur van de heerlijkheid Voshol en zijn drie rechtsgebieden. Het archief is op microfilm gezet.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer
De heerlijkheid Voshol
De heerlijkheid Voshol bestond aan het eind van de zestiende eeuw uit Zwammerdam, Reeuwijk en Ter Aar ( Leen- en Registerkamer, nr. 139 fO 160-169 (1598 juli 20). ) . Hoewel gescheiden door Aarlanderveen vormden deze drie rechtsgebieden toch een administratief geheel door hun langdurige vereniging onder het geslacht Brederode. Die situatie bestond minstens vanaf het begin van de veertiende eeuw. Iets eerder, in 1283, blijkt de heerlijkheid leenroerig te zijn geweest aan de heer van Teilingen ( S. Muller Hz., Het oude register van graaf Florens, in: BMHG, dl. 22, 1901 , pp. 255-256. ) , wiens rechte lenen samen met het leenhof in dat jaar aan de graaf van Holland kwamen. Bij die gelegenheid werd het leen van de heer van Brederode gespecificeerd als Oud Voshol, Wijk en 's-Gravenbroek. Maar reeds een paar jaar eerder was eveneens sprake van Voshol in het ambacht van Brederode ( Muller, Oude register, p. 230. ) . Wij mogen daarom de omschrijving van 1283 houden voor de heerlijkheid Voshol. Was deze heerlijkheid echter van beginne af aan even uitgestrekt als zij omstreeks 1600 was? Dat is voor enige twijfel vatbaar. In de rekeningen van de grafelijke rentmeester van Noord-Holland, die lopen vanaf 1316, treft men immers "Are" en Voshol gescheiden aan ( H.G. Hamaker, De rekeningen der grafelijkheid van Holland onder het Henegouwsche huis, I, Utrecht 1875, p. 19 en p. 160. ) . Deze situatie bleef de eeuwen door ongewijzigd. Het heeft er daarom veel van, dat Ter Aar pas in een later stadium met het eigenlijke Voshol, waaronder wij Zwammerdam en Reeuwijk verstaan, is verenigd. Dat zal vermoedelijk in de dertiende eeuw zijn gebeurd. Bewijzen ontbreken echter, zodat het bovenstaande een gissing moet blijven. Te wijzen valt wel op een overeenkomstige gang van zaken met 's-Gravenbroek, dat Willem van Brederode kocht van de heer van Teilingen ( L.Ph.C. van den Bergh, Oorkondenboek van Holland en Zeeland, dl. II, Amsterdam-'s-Gravenhage 1873 , nr. 181. ) . Volgens de oorkonde lag het bij Voshol en behoorde het er dus niet toe. In 1283 werd 's-Gravenbroek nog apart genoemd maar daarna nooit meer. Het was in Voshol opgegaan. Nadien bleef de heerlijkheid Voshol probleemloos in handen van de achtereenvolgende heren van Brederode ( H. Obreen, De Heeren van Teylingen en van Brederode, in: "De Nederlandsche Leeuw", jrg. 44 , 1926, kolom 234-243 en 264-266. A.W.E. Dek, Genealogie der Heren van Brederode, in: Jaarboek van het Centraal Bureau.voor Genealogie, 1959, pp. 105-146. ) . Volgens de leenregisters van de graaf van Holland bleef die toestand ook in het begin van de Tachtigjarige Oorlog gehandhaafd. De praktijk was echter anders want Voshol viel bij testament toe aan Adriana Francisca, dochter van Reinout van Brederode en Helena van Manderscheid ( Inv.nr . 10 fO 5vo. ) . Het testament werd door de vertegenwoordigers van de hoofdlinie evenwel aangevochten en de zaak bleef slepend tot zij in 1620 de rechten van Adriana Francisca voor ƒ 36.000,- afkochten. Daarna bleef Voshol wederom aan de hoofdtak tot deze in 1679 uitstierf. Erfgename was Amelia Wilhelmina van Brederode, gehuwd met Armand de Caumont, markies van Montpouillan, die de heerlijkheid aan hun dochter Amelia vermaakten ter gelegenheid van haar huwelijk met William Paulet. Dit echtpaar zag zich wegens financiële moeilijkheden gedwongen tot verkoop van Voshol over te gaan. Koper werd in 1710 Cornelis van Aerssen voor de som van ƒ 90.000,-. De nieuwe heer had juist zijn loopbaan in dienst van de Staten als ontvanger-generaal van Holland afgesloten. Zijn kundigheden zouden de heerlijkheid uitstekend van pas komen. Door jarenlange nalatigheid bij de ontvangst der belastingen waren de financiën van het ambacht Ter Aar ( Zie voor ambachtsfinanciën: A.S. de Blécourt, Ambacht en Gemeente. De regeering van een Hollandsch dorp gedurende de 17e, 18e en 19e eeuw, Zutphen 1912, pp. 54-78. ) in een vrijwel onontwarbare knoop geraakt. In wanhoop richtten schout en ambachtsbewaarders zich in 1712 tot hun nieuwe heer, die als geen ander in staat zou zijn hen uit het moeras te halen. En inderdaad slaagde van Aerssen er in de problemen in acht jaar vrijwel uit de weg te ruimen. Als dank boden zij aan jaarlijks een post van ƒ 100,- voor hem op de ambachtsrekening uit te trekken. Dat vond hij echter overdreven maar met een vierde daarvan kon hij zich wel verenigen ( Inv.nr. 570. ) .
Op dit punt gekomen gaf van Aerssen, die al in de zeventig was, de heerlijkheid aan zijn gelijknamige zoon bij gelegenheid van diens huwelijk met Anna Albertina van Beijeren Schagen. Van deze vererfde zij op hun zoon Albert Nikolaas van Aerssen Beijeren, die zijn moeders naam aan de vaderlijke toevoegde. Hij kon echter geen waardige erfgenaam voor de heerlijkheid vinden, daar zijn kleinzoon een avonturier bleek. Ook de verlokking van een kornalijnen ring, wanneer hij zijn leven zou beteren, mocht niet baten. Zo werd de heerlijkheid na de dood van Albert Nikolaas in 1805 voor de gezamenlijke erfgenamen geadministreerd door Wolf Floris baron van Hemert tot Dingshof tot zij in 1834 werd verkocht aan Gerard Johannes Beeldsnijder, die zich "van Voshol" ging noemen. Alleen de grafkelder in de kerk van Zwammerdam, die niet verkocht mocht worden, bleef tot de dag van vandaag het teken van de band tussen de familie Van Aerssen en de heerlijkheid Voshol.
De heerlijkheid Voshol, bestaande uit Zwammerdam, Reeuwijk en Ter Aar:
Embedded Image
Geschiedenis van het archiefbeheer
In 1898 werd de inventaris, samengesteld door F. Berends, reeds gedrukt in de Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven10. Bij hun aankomst in het Algemeen Rijksarchief waren de stukken grotendeels samengevoegd tot bundels, die als dossiers zullen hebben gediend. Zij waren genummerd maar de bijbehorende inventaris bleek niet aanwezig. Berends handhaafde de oude orde maar voegde wel enige bundels bijeen. Zijn summiere inventaris kon daarom met 211 nummers volstaan voor het gehele archief, dat ruim zes strekkende meters beslaat.
Het archief van de heerlijkheid Voshol werd aan het einde van de negentiende eeuw door Jacob Willem des Tombe, kleinzoon en enig erfgenaam van Gerard Johannes Beeldsnijder, aan het Algemeen Rijksarchief geschonken.
De verwerving van het archief
Het archief is door schenking verworven.

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud
Hoewel de archiefstukken betreffende Voshol vrij volledig lijken, moeten wij toch wijzen op verliezen, die vermoedelijk van de vorige eeuw stammen. Meermalen worden immers rekeningen van Frank van Alkemade van het baljuwschap over de jaren 1484 tot 1520 vermeld ( . Inv.nrs. 94-95. ) . Deze ontbreken thans en zij zullen niet de enige zijn. Waarschijnlijk zijn deze stukken in 1839 door Gerard Johannes Beeldsnijder bij de verkoop van de heerlijkheid aan de nieuwe rechthebbenden gegeven. Het is evenwel niet bekend, hoe het de nieuwe eigenaren en hun stukken is vergaan. Tenslotte is een aanwinst uit 1984 vermeldenswaard. Deze bestaat uit een aantal stukken, verzameld door de heer ter documentatie van de rechtsgang bij het baljuwschap ( Inv.nr. 23. ) . Zij werden aangetroffen in de collectie Van der Poest Clement, die bij het Gemeentearchief van Schiedam werd bewaard. De gemeentearchivaris was zo bereidwillig deze stukken aan het Algemeen Rijksarchief te willen afstaan.
Verantwoording van de bewerking In het kader van haar stage vatte mejuffrouw L.A.M. Giebels in 1979 de herinventarisatie aan, die in 1984 door de tweede auteur werd voltooid. Als richtsnoer werd de indeling, gevolgd bij het huis Offem ( J.C. Kort, Het archief van het huis Offem en de families Van Limburg Stirum, Doys en Van der Does, 1428-1937, 's-Gravenhage 1983, pp. XVIII-XIX. ) , gehanteerd. De rubrieken van de heerlijkheid Voshol en van de aparte delen daarvan, Zwammerdam, Reeuwijk en Ter Aar, werden zo veel mogelijk op dezelfde wijze ingericht. Alleen was het bij Ter Aar noodzakelijk een rubriek betreffende de sanering der ambachtsfinanciën in te voeren. Deze rubriek betreft zowel de sanering van de eigen gelden als die van de landsbelastingen. Daarom kon zij niet onder een van deze rubrieken gebracht worden. Het betreft de stukken, die vanaf 1712 door Cornelis van Aerssen en zijn helpers in ruime mate werden verzameld en geproduceerd bij hun arbeid. Hun werk was zelfs zo grondig, dat van deze sanering in de rest van het archief van het ambacht nauwelijks iets te merken valt ( A.P. Dees, Inventaris van het archief van het dorps-, ambachts-, gemeente- en armbestuur van Ter Aar tot 1930, 's-Gravenhage 1971. ) . Intussen is door bovengeschetste gang van zaken de grens met andere rubrieken soms moeilijk te trekken. Het archief was sinds 1898 niet ongewijzigd gebleven. In 1953 verkreeg het Algemeen Rijksarchief een belangrijk register, dat Cornelis van Aerssen met het oog op zijn rechten bij zijn verwerving van de heerlijkheid had aangelegd. Het was sinds de vorige eeuw in twee stukken uiteengevallen. Het eerste gedeelte werd aangekocht van de Historische Vereniging voor Zuid-Holland. Het tweede werd geschonken door de heer J.S. Willems-le Clerq te Brussel, die het aldaar op een boekenmarkt had aangetroffen ( VROA, 1953, p. 30. ) . Voorts bleek bij inventarisatie van de archieven van de familie Van Aerssen, aanwezig op de Eerste Afdeling van het Algemeen Rijksarchief ( VROA, 1915, I, pp 77-192. ) , en van de familie Des Tombe, dat berust op het Rijksarchief in Utrecht ( C. Dekker, Inventaris van het archief van de familie Des Tombe, 1485-1948, Utrecht 1980. ) , dat zich ook daarin stukken van de heerlijkheid Voshol bevonden. Deze zijn hier met blanco nummers op de passende plaats vermeld. Eventueel werd volstaan met een verwijzing.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Openbaarheidsbeperkingen
Volledig openbaar.
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
  1. Creëer een account of log in.
  2. Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
  3. Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Heerlijkheid Voshol, nummer toegang 3.19.57, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Heerlijkheid Voshol, 3.19.57, inv.nr. ...

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën
Inventarisnummers van dit archief zijn in kopievorm beschikbaar
Verwante archieven
Weinige stukken betreffende Voshol zijn bij het geslacht Brederode achtergebleven ( VROA, 1909, pp. 113-184 nrs. 35, 40, 193, 278, 344, 352 en 415. ) . Deze berusten thans in het Fürstliches Haus- und Landesarchiv te Detmold. In 1971 werd ongeveer een meter uit het archief Voshol overgebracht naar de gemeente Ter Aar ( VROA, 1971, pp. 72-73; Dees, .als noot 12, p. I ) . Het betrof voornamelijk dorpsrekeningen.

Archiefbestanddelen