3.20.14 Inventaris van de familiepapieren van het Geslacht Van Egmond, 1572-1590 en z.d.

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van het archiefbeheer

Van het geslacht der heren, latere graven van Egmond, dat zo'n belangrijke rol in de Nederlandse geschiedenis heeft gespeeld, bevindt zich het hoofdarchief - voor zover bewaard gebleven - in de Archives Nationales te Parijs
P.J. Blok "Verslag aangaande een voorlopig onderzoek te Parijs naar archivalia belangrijk voor de geschiedenis van Nederland op last der Regeering ingesteld" ('s-Gravenhage 1897), blz. 49-51. G. Busken Huet en J.S. van Veen "Verslag van onderzoekingen naar archivalia te Parijs belangrijk voor de geschiedenis van Nederland op last van der Regeering ingesteld" ('s-Gravenhage 1899), blz. 81-133.
. Een van de bestanddelen is een archiefinventaris van 1718, waarvan sinds 1960 een fotokopie berust in de bibliotheek van het Algemeen Rijksarchief.
Brieven gericht aan leden van het geslacht van Egmond, die niet tot het hoofdarchief hebben behoord of daarvan zijn afgedwaald, werden 8 april 1859 door de boekhandelaar G. Theod. Bom op een auctie in het lokaal Diligentia, Kalverstraat E 274 te Amsterdam verkocht. Ze waren afkomstig uit de bekende verzameling van C. van Alkemade en P. van der Schelling. Ten gevolge van de verkoop zijn deze brieven helaas verspreid geraakt. Zeven ervan met nog een achtste gericht aan de heer van Matenesse heeft het Algemeen Rijksarchief ten slotte verworven ingevolge een ruilovereenkomst met de abt van de Regale Abdij van St. Adelbert te Egmond-Binnen (Aanwinsten van het A.R.A. Derde Afdeling 1960 XII). Het zijn de nrs. 36, 49, 64, 78, 79, 84, 129 en 253 uit de gedrukte veiling-catalogus. Ze worden in deze inventaris nader beschreven.
De acht brieven dateren uit de jaren 1572-1590. Een is gericht aan Philips prins van Gavre, graaf van Egmond; twee aan jkvr. Françoise van Egmond; een vierde aan een zonder voornaam aangeduide freule van Egmond, die vermoedelijk toch ook weer Françoise zal zijn. Philips en Françoise waren kinderen van de beroemde Lamoraal, graaf van Egmond, die in 1568 op last van de hertog van Alva werd onthoofd
Men zie in het algemeen voor de familieverhouding in het huis Egmond: A.W.E. Dek "Genealogie der heren en graven van Egmond" ('s-Gravenhage 1958).
. Ten slotte is de jongste van de acht brieven gericht aan Johan heer van Matenesse. Deze was executeur-testementair van Jkvr. Françoise van Egmond († 1589) en het is aannemelijk, dat hij alle brieven uit haar nalatenschap in die hoedanigheid onder zich heeft gehad
Onder de stukken betreffende het huis Egmond, die zich bevinden bij de papieren van de landsadvocaat J. van Oldenbarnevelt, zijn er enkele, die betrekking hebben op de boedel van Jkvr. Françoise van Egmond (Archief van de Staten van Holland en West-Friesland inv. nr. 2616). Hieruit blijkt, dat de heer van Matenesse executeur-testamentair was.
. Hoe ze sindsdien terecht gekomen zijn in de verzameling van C. van Alkemade en P. van der Schelling, valt niet meer na te gaan.
Zo onzeker als de lotgevallen van het merendeel der brieven sedert 1859 moet zijn, de acht meergenoemde moeten toen zijn aangekocht door gravin Nahuys. Dit kan worden afgeleid uit een getypt blad met aantekeningen, dat zich bij de stukken bevindt. De belangstelling van de gravin voor het huis van Egmond ging zo ver, dat ze ook een akte van 5 september 1580 betreffende leden van dit geslacht kopieerde.
De betrokken kopie, die door het Algemeen Rijksarchief tezamen met de brieven was verworven, is in een aanhangsel tot de inventaris opgenomen. Op de omslag, waar de stukken aan de Algemene Rijksarchivaris werden toegezonden, staat de naam: I. Diepenbroek. Aangenomen mag worden, dat de Heer Diepenbroek eigenaar is geweest vóór de stukken aan de abt van Egmond overgingen.
In 2011 heeft het Nationaal Archief uit handen van het Haags Gemeentearchief twee 16de eeuwse brieven ontvangen ter aanvulling op het Familiearchief van Egmond. Deze brieven zijn mogelijk afkomstig uit dezelfde verzameling van C. van Alkemade en P. van der Schelling als de eerder verworven acht brieven. Deze twee brieven zijn opgenomen als inventarisnummers 10 en 11.

De verwerving van het archief

De rechtstitel is (nog) onbekend.