4.MIKO Inventaris van kaarten en tekeningen behorende tot het archief van het Ministerie van Koloniën en rechtsopvolgers, (1702) 1814-1963

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking

Eigentijdse ordening (1993)

In 1816 werd in de charterkamer van het ministerie het uit Parijs teruggevoerde kaarten- en tekeningenarchief gedeponeerd. De overdracht geschiedde met behulp van het in de Bataafs-Franse tijd vervaardigde register.
Dit register werd gebruikt bij de afdeling Koloniën van het te Amsterdam tot -1811 gevestigde Dépôt-Generaal van Oorlog, Marine en Koloniën. In dit register waren de kaarten en tekeningen in 27 geografisch ingedeelde rubrieken beschreven.
ARA II, Archief Buitenlandse Zaken Legatie Frankrijk inventarisnummer. 60. Ook in Archief van Oorlog en Topografisch Bureau inventarisnummer. nr. 15.
De inkomende kaarten werden in de decennia na 1814 niet ingeschreven in het bestaande register of in een nieuw register.
Zie Memorie aanwijzende de bronnen voor het zamenstellen eener algemeene hydrographische kaart van den Oost-Indischen Archipel van Van de Velde (uitg. 1847): ARA, Ministerie van Koloniën voor 1850, inventarisnummer. 3222.
Dit in tegenstelling tot de situatie bij het vergelijkbare Historisch bureau van de Algemene secretarie te Batavia.
Omstreeks 1860 werden de oude kaarten- en tekeningenbestanden in beheer van het ministerie overgedragen aan het ARA. De resterende kaarten en tekeningen bij het ministerie werden nadien beschreven in een geografisch ingericht register. Het is mogelijk dat dit nieuwe register ingericht werd met gebruikmaking van het model dat in de Bataafs-Franse tijd vervaardigd was.
In navolging van het ARA en enkele ministeries besloot men vervolgens bij Koloniën een gedrukte catalogus samen te stellen van het bestand. Deze catalogus verscheen in 1884 voor het eerst in druk. Die uitgave werd in 1898 door A. Hartmann in herziene en bijgewerkte vorm uitgegeven: Catalogus van de boeken en kaarten uitmakende de bibliotheek van het Departement van Koloniën.Op pagina 741 tot 902 beschreef Hartmann de kaarten. Tot 1930 verschenen acht vervolgdelen.
Vanaf 1930 werden geen vervolgdelen meer uitgegeven. Het gehele bestand werd nadien (tot 1963) beschreven op fiches.
De collectie van Busscher werd bij het ministerie verspreid opgenomen in het bestand. De beschrijving van het gedeponeerde archief is vervaardigd aan de hand van de indertijd opgestelde overdrachtslijst. In de nota benes bij de beschrijvingen wordt, zo mogelijk, verwezen naar de huidige vindplaatsen.
In deze inventaris is slechts de beschrijving van de stukken behorende tot de collectie Henrici opgenomen. Eerder verscheen een uitgebreidere inventaris van de collectie Henrici van E. Glas (1981).
Van haar hand is ook een artikel verschenen over Henrici's werkzaamheden: E. Glas, 'Een Oostenrijker op Borneo: Leven en werk van H.A. Henrici 1783-1838', in: Caert-thresoor 1 (1985) p. 8-20.

Bewerking en aanvullingen naar aanleiding van de digitalisering

Verantwoording van de bewerking (2022)
Inleiding
In de periode 2021-2022 is het gehele bestand ter voorbereiding op systematisch digitalisering nagelopen. Hierbij werden standplaatsen, nummeringen en beschrijvingen gecontroleerd en waar nodig aangepast. Meerbladige kaarten die onder één inventarisnummer in de inventaris waren opgenomen zijn nu uniek genummerd. Aangetroffen niet-beschreven materiaal is van een beschrijving voorzien. De dubbel voorkomende vermeldingen van de gedeponeerde collectie Busscher is zo aangepast dat elke tweede beschrijving nu verwijst naar de beschrijving binnen de ordeningsstructuur van de hoofdinventaris. De verdere toelichting over de bewerking volgt hieronder.
Max Bosschaart en Gijs Boink
Herstel van bewerkingsfouten en opmerking over nummering
In 2021-2022 heeft er een herbewerking van de inventaris plaatsgevonden. De nog bestaande inventaris van 4.MIKO uit 1993
Bibliotheek Nationaal Archief Den Haag, Inventaris van de kaarten en tekeningen van het Ministerie van Koloniën (1702), 1814-1963 / inventaris: G.L. Balk, F.E.Ch. Hoste ; red. en inl.: K. Zandvliet, vindplaats: V 880.4
is namelijk tot stand gekomen in het ‘papieren tijdperk’. Dit betekent dat er bij digitalisering van de inventarisnummers problemen kunnen ontstaan doordat er meerdere stukken c.q. exemplaren van een object onder één inv.nr. beschreven worden.
Het nadeel hiervan is dat bij het scannen van de inventarisnummers er dan meerdere scans getoond worden die niet op bladniveau zijn beschreven. Bij de bewerking van dit archief is getracht om zoveel mogelijk een unieke bladnummering aan te houden die zoveel mogelijk overeenkomt met de bestaande nummering. Dit heeft als voordeel dat stukken op een juiste manier geborgen worden en beter vindbaar zijn binnen de inventaris.
Een voorbeeld ter illustratie van de aangepaste nummering en verbeterde beschrijvingen zijn inv.nrs. 641-641Z uit de vernieuwde inventaris van 4.MIKO. In de oude inventaris uit 1993
Idem.
waren deze kaarten en tekeningen onder één inventarisnummer geplaatst hetgeen strookt met de eigentijdse ordening die bij de eerdere inventarisatie is gebruikt. De kaarten die onder inv.nr. 641 geborgen waren, werden beschreven maar waren niet als losse eenheden aan te vragen. In dit geval worden er namelijk 57 unieke bladen onder hetzelfde nummer 641 geborgen. In bovengenoemd voorbeeld is daarom gekozen om elk blad uniek te nummeren, dat wil zeggen door een combinatie van 641 met een letter en nummer toe te voegen (alfanumeriek).
Verrijking van de beschrijvingen
Allereerst is voor alle beschrijvingen een grove uiterlijke vorm meegegeven, het gaat dan om de unieke beschrijvingen of deelbeschrijvingen die dit nog niet hadden. Met uiterlijke vorm doel ik op de techniek waarmee het object is gemaakt, bijvoorbeeld met de hand getekend (manuscript) of door een drukproces (gedrukt), hier zijn allerlei nuanceringen en specificeringen mogelijk. Omdat dit specialistische kennis vergt is dit laatste onderdeel minimaal verwerkt in deze inventaris.
Bij meerbladige kaarten onder een verzamelbeschrijving is ervoor gekozen om een nadere beschrijving van het specifieke blad mee te geven en niet slechts ‘Blad 1, Blad 2.' enz. Voor een raadpleger ontbreekt dan metadata, tijdens de bewerking zijn hier toevoegingen gedaan om dit te verbeteren. Natuurlijk is dit alleen gedaan als deze informatie van de bladen af te lezen is. De individuele kaartbladen onder een verzamelbeschrijving kunnen namelijk één geheel vormen als ze aan elkaar gezet worden. Dit fenomeen komt veel voor in 4.MIKO.
In aanvulling op voorgaande is er in sommige gevallen gekozen om het deel van de kaart of tekening dat getoond wordt ook te benoemen. Dus bijvoorbeeld 'Blad 1. Linkerdeel, Blad 2. Rechterdeel' als een kaart in twee delen is gemaakt. Hetzelfde is ook gedaan om de verschillende varianten van een kaart of tekening c.q. versies inzichtelijk te maken voor de raadpleger. In deze bewerking is de datum veelal leidend geweest bij de ordening, al zijn er ook aanduidingen als eerste exemplaar, tweede exemplaar (herziene versie)
Voor een voorbeeld van deze werkwijze zie inv.nrs. 2220.1-.2
toegevoegd om de verschillende versies/drukken van een kaart aan te duiden. De hydrografische kaarten in 4.MIKO zijn daar een goed voorbeeld van. Deze kaarten stonden voorheen op datum geordend en daardoor verspreid. Er is gekozen om deze kaarten, indien zij een verband hebben, zoveel mogelijk gegroepeerd onder één verzamelbeschrijving te plaatsen. Voor de raadpleger is het dan beter inzichtelijk dat er van deze kaart meerdere versies zijn.
Naast het verbeteren van de beschrijvingen van meerbladige en kaarten en tekeningen is getracht om de geografische aanduidingen beter te krijgen in de inventaris, zodat er preciezer gezocht kan worden op bijvoorbeeld een plaatsnaam of gebied. Een voorbeeld van een dergelijke toevoeging aan de beschrijving zijn inv.nr. 4061.-4061.2. Hier zijn bewust de volgende trefwoorden aan toegevoegd namelijk: 'bij de vlakte van Ambarawa, Midden-Java' om gedetailleerder aan te geven waar de afgebeelde forten en verdedigingswerken precies lagen. De spellingswijze van de geografische namen in deze inventaris blijft echter een aandachtspunt, een raadpleger zal zich er echt van bewust moeten zijn dat plaatsnamen/gebieden tegenwoordig anders gespeld worden. Het is daarom raadzaam om op verschillende trefwoorden te zoeken of om na te gaan hoe een gebied in de betreffende periode bekend stond.
Ordening van de beschrijvingen
De volgorde van sommige beschrijvingen is ook veranderd in de vernieuwde inventaris. Bij de bewerking is gekozen om de bladen, die voorheen onder één inventarisnummer waren geborgen, op volgorde te leggen volgens de nummering van een bladwijzer. Bij veel kaarten binnen deze inventaris is een bladwijzer aanwezig en is deze samen met een eventuele losse legenda vooraan geplaatst bij het ordenen. Dit is alleen gedaan bij een reeks inv.nrs. die behoren tot dezelfde kaart.
De bladwijzer bevat veelal ook per grid (raster) een kenmerk dat is doorgevoerd in de beschrijvingen van ieder (kaart) blad. Met behulp van deze kenmerken die ook op de bladen zelf te vinden zijn, is het mogelijk om de verschillende kaartdelen gemakkelijk op te sporen.
Een voorbeeld van deze werkwijze, zijn inv.nrs. 1960A-B, 1960.1-.18.
Indien er geen bladwijzer aanwezig was hebben we deze opgezocht in de portefeuilles met bladwijzers in rubriek ‘V EIGENTIJDSE EN VERVALLEN TOEGANGEN’ van de bestaande inventaris. Enkele schoolvoorbeelden van het op volgorde leggen en identificeren van verschillende versies/edties, zijn de aanpassingen m.b.t. 1361.1-.292. Hier is met behulp van de bladwijzer een nieuwe ordening gehanteerd om de verschillende edities van deze kaart van Borneo zichtbaar te maken en op volgorde te leggen. Deze kaart zat namelijk in een aantal portefeuilles door elkaar heen.
Inv.nrs. 1361.1-.292 zijn een voorbeeld hoe een portefeuille met ongenummerde bladen is herbewerkt. Allereerst zijn de twee versies namelijk een kleinschalige en grootschalige versie geïdentifceerd, te weten de 1:200.000 en 1:50.000. Gijs Boink heeft hier een belangrijk aandeel in gehad om dit te realiseren. Een dergelijke bewerking is op een aantal punten toegepast, maar niet voor alle aangetroffen portefeuilles met kaartmateriaal. De reden hiervoor was de beschikbare tijd. Het identificeren, opnieuw nummeren, versies naast elkaar leggen en vergelijken is erg arbeidsintensief.
Een andere voorbeeld zijn inv.nrs. 2534.1-.25. Hierbij zijn telkens bladwijzers gebruikt als 'referentiemateriaal' uit inv.nrs. 1965 en 6594 en de bladwijzers die digitaal aanwezig waren bij de Universiteitsbibliotheek Leiden of via andere erfgoedinstanties.
Ontbrekende stukken en portefeuilles
Tenslotte is er in de bewerkingsfase gekeken om de koppeling tussen de logistiek en de uiteindelijke beschrijvingen kloppend te krijgen. Binnen 4.MIKO ontbraken namelijk veel stukken of was de koppeling verloren gegaan/niet aanwezig. In de bewerking zijn ook een groot aantal als ‘ontbrekend’ aangemerkte stukken teruggeplaatst, zoals inv.nr 671. dat in de eerdere inventaris niet genoemd wordt, maar wel in de Catalogus van de boeken en kaarten, uitmakende de bibliotheek van het departement van Koloniën door A. Hartmann wordt beschreven.
Bibliotheek Nationaal Archief Den Haag, Catalogus van de boeken en kaarten uitmakende de bibliotheek van het Departement van Koloniën met naam- en zaakregister / met voorw. van A. Hartmann ... [et al.], meerdere uitgaven (vervolgen) in periode 1898-1930. Vindplaats: 447 B 26.
Gezien de beschikbare tijd zijn nog niet alle bewerkingsfouten opgelost. Zo kent 4.MIKO een aantal portefeuilles die een verband kennen met een andere inventaris 4.TOPO. dit dient in een later stadium uitgezocht te worden en zijn daarom ook niet opgenomen in de digitalisering die in 2022 heeft plaatsgevonden. Dit betekent dus dat een deel van de portefeuilles minder toegankelijk zijn en dus ook niet op bladniveau zijn beschreven. Bij dergelijke inv.nrs hebben we de volgende opmerking toegevoegd: 'Let op: meerdere bladen onder één inv.nr. geplaatst.'Deze portefeuilles zullen voor het merendeel niet opgenomen worden in de digitalisering, omdat deze nog niet goed ontsloten zijn.
Max Bosschaart

Ordening van het archief

Ordening (1993-2022)

Bij de ordening van het bestand is in hoofdlijn de systematiek van het ministerie gevolgd. De beschrijving van de kaarten en tekeningen is gedaan met behulp van de beschrijvingen die bij het ministerie vervaardigd waren. Deze beschrijvingen waren consistent genoeg om af te zien van een volledige herinventarisatie. In zekere zin is deze inventaris dus te beschouwen als een bewerkte eigentijdse toegang. Indien de beschrijving van de inhoud letterlijk is overgenomen van het document, dan is deze beschrijving gecursiveerd. Documenten die uit meer bladen bestaan, zoals portefeuilles en atlassen, zijn summier op bladniveau beschreven. Met deze werkwijze is beoogd dat elk blad systematisch ontsloten is.
De oude nummering van Koloniën is in deze inventaris gehandhaafd. Er is van afgezien een nieuwe nummering aan te brengen omdat deze arbeidsintensieve operatie nauwelijks winst zou opleveren voor het dépôtbeheer.
Als titel voor deze inventaris is niet zoals gebruikelijk uitgegaan van de laatste archiefvormer maar van de naam van de archiefvormer die het langste dit bestand beheerde en vormde.
In het 'geschreven' archief van het ministerie van koloniën zijn veel kaarten en tekeningen ingevouwen te vinden bij de daarop betrekking hebbende brieven en andere stukken. Een klein aantal van deze ingevouwen kaarten en tekeningen is in de loop der jaren gelicht om redenen van materiële aard. Deze kaarten en tekeningen zijn ingevoegd in deze inventaris.
Aanpassingen in de ordening in 2022 In de situatie anno 2022, zijn deze cursiveringen voor letterlijk overgenomen beschrijvingen niet meer aanwezig of vervangen door aanhalingstekens. Dit komt doordat bepaalde beschrijvingen zodanig zijn aangepast dat ze niet meer letterlijk zijn overgenomen. De bestaande rubrieken en nummering zijn zoveel als mogelijk behouden. In de gevallen waar dat gewenst was, is een subnummering toegepast, waarbij het oorspronkelijke nummer de basis vormt. Zie voor verdere toelichting op de wijzigingen in de ordening en structurering het vorige hoofdstuk 'Verantwoording van de bewerking 2022' in deze inventaris.

Aanwijzingen bij het gebruik

Kaarten en tekeningen
In het eerste en het tweede gedeelte van de inventaris zijn de kaarten beschreven die vervaardigd zijn of ingekomen zijn in verband met het bestuur van de Nederlandse koloniën.
In vrijwel iedere geografische rubriek is een onderverdeling gemaakt in drie subrubrieken: topografische en thematische kaarten, plattegronden en tekeningen (kaarten en tekeningen van objecten) en hydrografische kaarten. Het zal geregeld voorkomen dat raadpleging van meerdere rubrieken en subrubrieken noodzakelijk is. Vaak is het nuttig zowel met behulp van de inhoudsopgave als met behulp van de index te zoeken. Er zij hier op gewezen dat het in veel gevallen nuttig is bij het raadplegen van de subrubrieken 'topografische en thematische kaarten' en 'hydrografische kaarten' ook de kaartenarchieven van de Topografische Dienst (TOPO) en de Marine (MCAL en HYDRO) te betrekken.
In het derde gedeelte van de inventaris zijn de gedeponeerde archieven beschreven. Zie voor deze bestanden p. 287-307.
In het vierde gedeelte van de inventaris (p. 308-3 17) zijn de kaarten beschreven van koloniën van andere staten en overige verzamelde, gedrukte kaarten.
Het kaarten- en tekeningenbestand van het ministerie van koloniën is integraal verfilmd. De microfiches zijn te raadplegen in de studiezaal Kaarten en Tekeningen van het ARA.
Er zijn betrekkelijk weinig bronnenuitgaven van kaarten en tekeningen van de koloniën van na 1814 beschikbaar. Voor Oost-Indië zijn er facsimilé-uitgaven van de Atlas van Tropisch Nederland (oorspronkelijke uitgave 1938) en de plattegronden van Batavia (zie literatuuropgave onder Brommer). Wat de West (Suriname) betreft is er de bronnenuitgave van Koeman (1973).
Atlassen en aardrijkskundige woordenboeken
Een gevolg van de discussie over de overdracht van het bestand naar de universiteitsbibliotheek Leiden of het ARA is geweest dat een deel van de atlassen niet aan het ARA werd overgedragen. De atlassen waren niet geborgen in de kaartenkasten maar in de stellingen tussen de boeken. Zij werden tezamen met de boeken aan de universiteitsbibliotheek in Leiden overgedragen.
Voor de gebruiker is dit minder gelukkig. Een aantal atlassen en aardrijkskundige woordenboeken is vervaardigd in opdracht van het ministerie van koloniën in Den Haag of de Gouverneur-generaal in Oost-Indië. Deze officiële standaardwerken geven inzicht in de geografische kennis en gebruikte namen in een bepaalde periode. Zij zijn vervaardigd op basis van de beschikbare grootschalige kaarten.
Bij de studie van Nederlands koloniaal gebied in een bepaalde periode verdient het dan ook aanbeveling hierbij de atlas van dat tijdvak te gebruiken. In Bijlage 1 zijn deze werken chronologisch gerangschikt. In deze opgave worden de inventarisnummers vermeld waaronder zij te vinden zijn in het ARA. Als bij het ARA de vermelde werken niet aanwezig zijn dan is het mogelijk met behulp van de bibliografie van Koeman een andere vindplaats te traceren.
In de bijlage zijn ook de titels van enkele schoolatlassen opgegeven. Deze atlassen van Pijnappel en Van Gelder zijn weliswaar niet in opdracht van het Departement uitgegeven maar desondanks is de vermelding van die werken hier nuttig. Pijnappel maakte zijn atlas mede ten behoeve van zijn werk als leraar aan de Koninklijke Academie te Delft waar hij taal-, land- en volkenkunde doceerde voor aankomende Indische bestuursambtenaren. Van Gelder werkte in de Oost als inspecteur van het onderwijs. Zowel Pijnappel als Van Gelder maakten gebruik van de kennis en de kaartenverzamelingen bij de verschillende overheidsinstellingen in Den Haag en Batavia.
Het salaris van Pijnappel werd uit de koloniale fondsen betaald, zie verbalen Koloniën 3 en 28 mei 1850 no. 19 en 20. Uit de inleiding van Pijnappel en uit een kritiek van Veth blijkt voldoende hoezeer Pijnappel steunde op de door het Koloniën beheerde en/of uitgegeven kaarten. Veth (p. 163-164) wijst er bovendien op dat het jammer is dat Pijnappel voor zijn kaart van Timor geen gebruik mocht maken van een recente, getekende kaart van dat eiland in beheer bij het Departement (MIKO 663), P.J. Veth, 'Nieuwe kaarten en atlassen', in: De Gids, nieuwe serie 8, 2e deel, augustus (1855) p. 158-198.
De relatie tussen het kaarten- en tekeningenarchief en de 'geschreven' archieven en de eigentijdse literatuur
Studie van de hier beschreven kaarten en tekeningen kan aan waarde winnen als men deze documenten in relatie brengt met de besluitvorming over de aanleg van werken, de exploitatie van djatibossen of kadastrale opnamen. De neerslag van de besluitvorming is te vinden in de 'geschreven' archieven van het ministerie. In deze archieven zal men ook kaarten en tekeningen opgevouwen aantreffen bij overige stukken die op een bepaalde zaak betrekking hebben.
Een eerste overzicht van die archieven (2730 strekkende meter) is te vinden in: J.A.M.Y. Bos-Rops e.a. (red.), De archieven in het Algemeen Rijksarchief, with an English summary (Deel IX van de serie Overzichten van de archieven en verzamelingen in de openbare archiefbewaarplaatsen. in Nederland, Alphen aan den Rijn 1982) p. 169-170. In dit overzicht wordt een opgave gegeven van de inventarissen en de eigentijdse toegangen. De inventarissen zijn niet in druk verschenen.
Een meer uitgebreide analyse van de samenstelling van de archieven van koloniën, met handreikingen voor effectief onderzoek, wordt gegeven in het werk van F.G.P. Jacquet, Sources of the History of Asia and Oceania in the Nerherlands, Part II: Sources 1796-1949 (Guides to the sources for the history of the Nations, 3rd Series, Volume 4, München etc., 1983) p. 63-67 en 193-194.
Deze naar onderwerp ingerichte uittreksels over de periode 1814-1859 ("Statistieke Aantekeningen"), later opgezet als registers met systematisch ingedeelde rubrieken ("Zakelijke Aantekeningen"), bevatten over de periode 1859 tot 1933 niet alleen verwijzingen naar stukken in het archief maar ook naar artikelen in tijdschriften.
De eigentijdse toegangen - agenda's, indices, zakelijke aantekeningen en dergelijke - maken het mogelijk efficiënt onderzoek te doen in de verbalen en dossiers. Naast de verbalen en dossiers zijn er archivalia buiten het verbaal bewaard. Een aantal van deze losse stukken heeft direct betrekking op in deze inventaris beschreven kaarten en tekeningen. In deze inventaris wordt daarom bij beschrijvingen in de nota bene direct verwezen naar deze elders geborgen losse stukken. Men dient er op bedacht te zijn dat het aantal verwijzingen beperkt is en nimmer in de plaats kan komen van eigen onderzoek in het 'geschreven' archief.
Studie van de in deze inventaris beschreven kaarten en tekeningen in combinatie met het geschreven archief is mogelijk met behulp van de hierboven genoemde hulpmiddelen. Het is bovendien mogelijk de kaarten te bestuderen in combinatie met contemporaine artikelen, gedrukte jaarverslagen en boeken. Inzicht in deze publicaties kan verworven worden met behulp van de gedrukte catalogus van de bibliotheek van koloniën (inventarisnummer 6584), waarin ook naar kaarten verwezen wordt die zijn opgenomen in boeken, en met behulp van de bibliografieën die door de commiezen van koloniën, later vervolgd door anderen, gepubliceerd zijn. Zie voor deze bibliografieën de literatuuropgave onder Hooykaas.