4.VTH Inventaris van de verzameling binnenlandse kaarten Hingman, ca. 1500-1813 (ca. 1870)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van het archiefbeheer

Voorwoord op de gedrukte inventaris [1871]

Thans ontvangt men hier het tweede deel van den inventaris onzer kaartverzameling,
Voor het eerste deel zie toegang 4.VEL.
van de hand van den heer Hingman, commies-chartermeester aan het Rijksarchief, en bevattende de kaarten van Nederland. Ik behoef over het belang dier verzameling, niet uit te wijden, wie den inventaris raadpleegt, zal er van overtuigd worden; maar ik mag den wensch niet terughouden, dat waar nog gapingen bestaan, degenen die in staat zijn die aan te vullen, daartoe welwillend ten nutte zoo der wetenschap als van andere belanghebbende mogen medewerken.
De Archivaris van het Rijk, L.Ph.C. van den Bergh.

Inleiding op de gedrukte inventaris, door J.H. Hingman [1871]

Nadat in den zomer van het jaar 1855, de toenmalige rijksarchivaris dr. R.C. Bakhuizen van den Brink, met zijnen op het gebied der archieven schier alles omvattenden blik het groote nut had ingezien, om alle de in het rijksarchief aanwezige kaarten tot ééne verzameling bijeen te brengen, werd de grondslag gelegd der collectie, waarvan deze inventaris de beschrijving bevat.
Het toen
d.w.z.: in 1855.
aanwezige betrekkelijk geringe aantal kaarten, was eensdeels afkomstig uit het archief van de Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden, anderdeels uit dat van de voormalige provincie Holland, voor zoover dit niet nog onder het domeinbestuur beruste. Hierbij konden destijds gevoegd worden de in april 1855 te Arnhem aangekochte kaarten uit de nalatenschap van den hoofdingenieur van den waterstaat M.H. Conrad, en een niet onaanzienlijk aantal, meest gedrukte rivierkaarten, herkomstig uit de in het jaar 1854 aan het rijksarchief gelegateerde papieren van den gewezen minister van koloniën mr. J.C. van der Hoop.
Een paar jaren later werden de liassen der ingekomene stukken bij den voormaligen Raad van State onderzocht,
Zie toegang 1.01.19, inv.nrs. 573 t/m 1225.
de zich daarin bevindende kaarten en plans er uit genomen en bij de kaartverzameling gevoegd. Het op die wijze verkregene bestond hoofdzakelijk uit plans van vestigen en fortificatiën, en eenige kaarten van polders in Staats-Vlaanderen. De herkomst dezer laatste rubriek wordt in den inventaris met de letters R.v.S. aangeduid. Ook uit de minuut-notulen van de Staten van Holland werden later nog enige kaarten geligt, meerendeels op den waterstaat betrekking hebbende.
Onze verzameling verkreeg echter hare grootste uitbreiding door de overname van nog bij de departementen van algemeen bestuur berustende archieven. Sedert werd zij nog verrijkt door eenige geschenken en door van tijd tot tijd gedane aankoopen.
Onder de eerste rubriek behoort de overname in 1860 en 1862 der domeinarchieven van het departement van Financiën. Achtereenvolgens gingen aan het rijksarchief over de archieven en kaarten van de voormalige Rekenkamer van Holland en der opgevolgde domeinbesturen in die provincie, die van de geestelijke kantoren van Holland, gevestigd geweest zijnde te Delft en te Brielle, de kaartboeken der voormalige abdijen van Rijnsburg en Leeuwenhorst,
Rijnsburg: zie inv.nrs. L1, L2, M, N en O; Leeuwenhorst: zie inv.nrs. P, Q en R.
de kaarten afkomstig van de domeinraad van het huis van Oranje en Nassau en die van de Commissie van Administratie der in 1800 door de Fransche aan de Bataafsche Republiek gecedeerde landen, waartoe ook de kaarten van het Markiezaat van Bergen-op-Zoom behoorden.
Later ontvingen wij nog van hetzelfde departement de kaarten herkomstig van de commissie van superintendentie over het onderzoek der duinen van het voormalig gewest Holland van 1796 en eindelijk in 1868 een aantal domeinkaarten, die bleken op de kantoren van de ontvangers der registratie en domeinen in Zuid-Holland te zijn verbleven.
Het aantal der op deze wijze verkregene, meest allen geteekende kaarten, mag met gerustheid op vijftien honderd worden geschat.
Eene andere niet minder belangrijke aanwinst gewerd ons van het departement van Binnenlandsche Zaken.
In de jaren 1859 en 1860 werden op verzoek van den rijksarchivaris inventarissen opgemaakt der destijds nog onder de hoofdingenieurs van den waterstaat berustende papieren en kaarten van vroeger dagteekening dan november 1813. Ook deze kaarten werden achtereenvolgens aan onze verzameling toegevoegd. Later in 1866 gingen mede op voorstel van den archivaris van het rijksarchief over al de nog bij de afdeeling waterstaat van het departement van Binnenlandsche Zaken berustende kaarten van voor november 1813. De collectie werd alleen daardoor weder met meer dan twaalf honderd kaarten vermeerderd.
Hoewel het door schenking verkregene gedeelte der verzameling niet uitgebreid is, worden daaronder toch eenige zeer belangrijke kaarten gevonden. Vermelding verdienen de door de Staten van sommige provinciën aan ons afgestane exemplaren van provinciale kaarten; een vijftal zeer belangrijke kaarten van Gooiland uit de XVIde en XVIIde eeuw, ons door den heer notaris Perk te Hilversum geschonken; en eene kleinere bijdrage van eenige gedrukte en geteekende polderkaarten door den heer C.F.J.A. Giudici te Rotterdam aan het rijksarchief aangeboden. Bovendien zij nog vermeld, dat in den loop van het jaar 1868 door regenten van het hofje van Hoogelande te 's Gravenhage welwillend aan het rijksarchief in bruikleen werden afgestaan een vijf-en-twintigtal zoo gedrukte als geteekende kaarten, waarvan de onder de nummers 2309, 2317, 2318, 2319 en 3803 in den inventaris voorkomende, bijzondere belangstelling verdienen.
Het door aankoop verkregene is mede in vergelijking met het in de eerste plaats vermelde, van zeer ondergeschikt belang. Behalve de in 1855 aangekochte kaarten van den hoofdingenieur Conrad, bekwamen wij nog uit de nalatenschap van den heer Hattinga Raven, de groote kaarten der Zeeuwsche eilanden en van Goeree en Overflakkee door de Hattinga's in de helft der vorige eeuw opgenomen en geteekend. Ook eene in 1867 van den heer W. Eeckhof te Leeuwarden aangekochte verzameling geteekende platte gronden van een veertiental Zuid-Hollandsche steden, uit de helft der XVIde eeuw,
Bedoeld worden de stadsplattegronden door Jacob van Deventer, die inmiddels uit deze inventaris afgezonderd zijn als 4.DEF inv.nrs. 1.1 t/m 1.12.
was eene welkome aanwinst. De nu en dan zoo op auctiën als elders gedane aankoopen zijn niet belangrijk genoeg om hier afzonderlijk melding te verdienen.

De verwerving van het archief

Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.