Suriname en Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde slaven (Emancipatie 1863), Voornaam: Jozias
Periode:
1863
VoornaamJozias
AchternaamPardo
Beroep-
Straat en huisnummer-
PlaatsParamaribo
LandSuriname
Plaats plantageBruinendaal
Locatie plantageSuriname
Aantal slaven112
Vergoed eigenaren111
BorderelnummerPL032
OpmerkingenOp 12-02-1759, tevens diens sterfdag, beschikte Jozias Pardo in een uiterste wilsbeschikking ten overstaan van Laurens Goede, gezworen klerk (notaris), het volgende: a) plantage Bruinendaal mocht nimmer worden verkocht, verguurd of verdeeld; en b) de netto revenuen dienen ten goede te komen aan de erfgenamen. De erfgenamen zijn zijn neven David Haïm Pardo en Josias Pardo jr, beiden zonen van zijn broer Abraham Pardo en Hana Pacheco als mede hun wettige erfgenamen in de mannelijke lijn. Indien Abraham Pardo nog meer zonen zou verwekken, dan deelden zij gelijkelijk mee in de erfenis. Verder bepaalde Pardo dat '... alsoo ik niet wil dat eenige van vrouwelijke sexe iets van mijn nalatenschap sal genieten zoo lang er eenig lid van de manlijke successie leeft'. Wanneer de neven geen mannelijk nageslacht hebben, dan zou de erfenis vervallen aan hun zusters ',,, soo lange zij ongetrouwd blijven'. Bij een echtverbintenis verkreeg de inhuwende man geen zeggenschap over de boedel. De conclusie in 1863 luidde dat de boedel een stichting vormde, er werd géén inzicht gegeven wie in 1863 de belanghebbenden waren vermoedelijk omdat de gehele tegemoetkomingssom aangewend werd om schulden af te lossen. Henri Guillaume Roux. administrateur, vulde het borderel in en was de Surinaamse zaakwaarnemer van de Amsterdamse administrateurs Baruch Lopes de Leao en Elias Salomon Catz
Deze vertaling is automatisch gegenereerd en kan fouten bevatten. Pagina's die persoonlijke informatie bevatten worden vanwege de privacy niet automatisch vertaald en zijn alleen beschikbaar in het Engels. Lees hier meer over onze vertaalde website.