Met het einde van de oorlog in Azië op 15 augustus 1945 begon de organisatie van de berechting van Japanse oorlogsmisdaden in de stad Tokio. Het Tokio Tribunaal nam formeel een voorbeeld aan het Neurenberg Tribunaal, maar de uitkomst was eigenlijk voor iedereen teleurstellend.
Nederlandse rechter
Toen het Tokio Tribunaal op 3 mei 1946 begon, leefde nog het idee dat het allemaal niet zo lang zou duren. De Nederlandse strafrechtjurist Bert Röling (1906 – 1985) was gevraagd om als rechter zitting te nemen bij het Internationale Tribunaal voor het Verre Oosten, zoals het Tokio Tribunaal officieel heette.
Een paar maanden, een half jaar, maar veel langer toch niet. Het werden ruim twee jaar. Die jaren bepaalde Rölings loopbaan en maakte hem tot een pionier op het gebied van het internationaal strafrecht.
Dat Nederland een rechter leverde, en dan ook nog de jongste, was vooral het gevolg van de Japanse oorlogsmisdaden in het toenmalige Nederlands-Indië. Na China, telde de toenmalige Nederlandse kolonie met ruim vier miljoen doden, het hoogste aantal burgerslachtoffers in Azië.
Anders dan Neurenberg
In 1945 was internationaal strafrecht nog vrij jong. Neurenberg was in zijn vorm baanbrekend, maar Tokio was geen Neurenberg. Want Azië stond nog grotendeels onder koloniaal bestuur van Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Canada en Australië leverden ook rechters, maar die landen vielen onder de Britse kroon.
In wezen verschilden nazi-Duitsland en Japan niet veel wat betreft hun idee over hun positie in de wereld. Moreel en raciaal superieur, bestemd om grootse dingen te doen en het bestuur te voeren over hun werelddelen. En ruimte te maken voor het superieure volk. Dat streven rechtvaardigde in hun ogen oorlog met alle bijbehorende misdaden, inclusief de tientallen miljoenen burgerslachtsoffers.
Die overtuiging van superioriteit was voor Aziaten in zekere zin vergelijkbaar met die van hun koloniale machtshebbers. Het Tribunaal van Tokio had daardoor ook iets schijnheiligs, zo vond in ieder geval de rechter uit Brits-Indië, Radhabinod Pal.
Vernietigd bewijs
Daarnaast was er een ernstig probleem met bewijs. Direct na de capitulatie in augustus 1945, vernietigden het Japanse overheidsapparaat en het leger op grote schaal belastend archiefmateriaal. Het maakte een goed proces niet onmogelijk, maar wel ingewikkeld. Tokio duurde twee keer zolang als Neurenberg. In totaal stonden 28 Japanners terecht voor oorlogsmisdaden of verantwoordelijkheid daarvoor. Op 12 november 1948 begon de Australische voorzitter van het Tribunaal met het voorlezen van de vonnissen: zeven keer doodstraf, zestien keer levenslang. Vijf verdachten waren tijdens het proces overleden of ontoerekeningsvatbaar verklaard.
Verdeeld
De rechters waren echter niet unaniem. Röling had grote problemen met het proces dat in zijn ogen niet eerlijk was verlopen. Daarom vond hij dat vijf verdachten vrijgesproken moesten worden. Bovendien vond een aantal rechters dat ook keizer Hirohito terecht had moeten staan.
Tot de overgave in 1945 had de keizer een goddelijke status. Er gebeurde niets zonder zijn opdracht. Maar Hirohito was voor het Amerikaanse naoorlogse bestuur van Japan onmisbaar voor de opbouw van een democratisch Japan en bleef zo buiten schot. En behield zijn positie als keizer.
Nasmaak
Na de afsluiting van het Tokio Tribunaal bleef het onbestraft laten van keizer Hirohito een bron van woede en onbegrip. In 1950 eiste de Sovjet-Unie alsnog actie. Een eis die gezien werd in het licht van de Koude Oorlog tussen het westen en het communistische blok. In de aanloop naar het Japanse staatsbezoek aan Nederland in 1971 ontstond grote woede onder slachtoffers van de Japanse bezetting en nabestaanden. Koningin Juliana had de keizer tegenereus ontvangen.
Bert Röling
Strafjurist Bert Röling groeide na Tokio uit tot autoriteit op zijn vakgebied. Ondanks zijn verzet tegen de druk van de regering om zich aan te sluiten bij de meerderheid van de rechters van het Tribunaal.
Het oordeel van Röling over de vonnissen van Tokio is onderdeel van het archief van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarin zit ook correspondentie over de eis van de Sovjetunie om de Japanse keizer alsnog te vervolgen. In de beeldbank van het Nationaal Archief is materiaal te vinden van het Tribunaal en van het staatsbezoek in 1971.

Zelf onderzoek doen?
- 2.21.273 Inventaris van het archief van B.V.A. Röling [levensjaren 1906-1985], (1915) 1928-1985
- 2.05.117 Inventaris van het code-archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, 1945-1954
- 2.05.116 Inventaris van het archief van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Japan (Tokio), 1946-1954