Dit zijn de antwoorden op de vragen van de NA-zomerpuzzel 2025. Bekijk de vragen (pdf).
De foto is gemaakt door Alexine Tinne. Een zoektocht door de archieven naar haar naam levert onder andere hits op in het familiearchief De Constant Rebecque. Hierin bevinden zich brieven gewisseld tussen Alexine en haar nichtje jonkvrouw Henriette Sara Hora Siccama, die haar brieven ondertekende met Smous of Smousje. In 1869 trouwde zij met J.D.C.C.W. de Constant Rebecque.
Jacob Jansen liet zijn kisten na aan Urbanus Urbani uit Corsica. Dit antwoord is te vinden in de serie Oost-Indische testamenten in het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.
Deze testamenten kunnen op naam doorzocht worden via de index VOC: Oost-Indische testamenten.
Opmerkzame puzzelaars maakten ons er op attent dat Jacob zijn testament reeds in 1751 opmaakte. Gelukkig stond dat hen niet in de weg bij het vinden van het juiste antwoord.
De gezochte Ellis is natuurlijk de vorig jaar zomer (op 101-jarige leeftijd!) overleden Ellis Maud Brandon. Zij stak op dinsdag 22 juni 1943 te voet de Pyreneeën over.
Informatie over haar Engelandvaart is bewaard gebleven in verschillende archieven van het ministerie van Oorlog, het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Justitie. In de index Reizen van Engelandvaarders is al die informatie samengebracht. In de bijgevoegde scans is het antwoord te vinden.
De gedigitaliseerde kaarten uit de Atlas Maior van Blaeu zijn te vinden in de verzameling 4.AKF (atlassen, kaartboeken en facsimile-uitgaven). De door ons gebruikte kaart van Nova Belgica en Anglica Nova staat in inventarisnummer 2.11, het deel van de atlas over Amerika. Nu vroegen we, heel gemeen, niet naar die kaart, maar naar de kaart die er achter stond: de kaart van de huidige staat Virginia.
Omdat op deze kaart ook een groot stuk van de staat Maryland te zien is, hebben we dat antwoord ook goed gerekend.
De ‘werving’ van Afrikaanse soldaten voor het KNIL vond plaats vanuit het fort St. George d’Elmina, in het huidige Ghana. Destijds was dit fort en het gebied er omheen een Nederlandse kolonie. In het archief van de Nederlandse bezittingen op de kust van Guinea zijn de controleboeken van het zogeheten werfdepot bewaard gebleven. In deze boeken werden de (meestal ter plekke verzonnen) namen van alle nieuwe soldaten genoteerd.
Othello, Cezar en Apollo werden in het boek van 1837 ingeschreven onder de inschrijfnummers 155, 156 en 157 en kregen de stamboeknummers 144, 145 en 146 (vierde kolom).
In de zesde kolom staat te lezen dat zij met het schip Jacobus naar Java vertrokken.
Van alle mannen werd een zogeheten staat van dienst bijgehouden, een soort militair personeelsdossier. Die staten zijn bewaard gebleven in het archief van het ministerie van Koloniën in het zogeheten Oost-Indisch Boek. De inschrijvingen in dit boek zijn te doorzoeken via een index. In de staat van dienst van Apollo staat te lezen dat hij overleed in Samarang (Semarang) op 14 januari 1838, slechts negen maanden nadat hij de Afrikaanse kust had verlaten.
Tot de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 werden dopen, huwelijken en begrafenissen bijgehouden in kerkboeken. Elke kerk hield de administratie bij voor zijn eigen gemeente. Later zijn deze boeken per gemeente bij elkaar gebracht in wat we nu de DTB-archieven noemen, de afkorting van Doop-, Trouw- en Begraafboeken. Bij het Nationaal Archief kunt u kopieën vinden van alle DTB-archieven van Zuid-Holland, waaronder dus het archief van de DTB van Rijswijk.
Omdat we niet verteld hadden van welke kerkelijke gezindte de ouders van Johannes waren, moest voor het onderzoek in alle doopboeken van het jaar 1686 worden gezocht. Het juiste antwoord, Jan Blanckert en Appolonia Cornelis van Groenevelt, stond in het doop- en trouwboek van de Oudkatholieke kerk.
Het antwoord op deze vraag is te vinden in het deels gedigitaliseerde archief van het Mauritshuis dat bij het Nationaal Archief te vinden is en wel in de serie ingekomen en minuten van uitgaande stukken (de inventarisnummers 1 tot en met 159). In de inventarisnummers 92 t/m 95 zijn de brieven van het jaar 1897 te vinden.
Met bladeren en heel veel lezen is het juiste antwoord wel te vinden maar sneller is het om gebruik te maken van de zogeheten eigentijdse index. In deze door het Mauritshuis zelf gemaakte index uit 1897, te vinden in inventarisnummer 177, staat per onderwerp een overzicht van alle brieven die er over dat onderwerp zijn in- en uitgegaan. Onder het kopje ‘Personeel’ staat een overzicht van de gehele briefwisseling over het ambtskostuum.
De brief van de hoofddirecteur van het Rijksmuseum van 31 juli 1897 heeft briefnummer 214 gekregen. Met dat nummer kan de brief zelf gevonden worden in inventarisnummer 93 en daar leest u dan het woord smeerpoetsen.
Om deze kaart te vinden, is het goed om eerst even na te denken met welke (plaats)namen naar de kaart van worden gezocht. In dit geval was dat de Dollard, het verbrede deel van het estuarium van de Eems op de grens tussen Nederland en Duitsland. De zeventiende-eeuwse kaart van het gebied rondom de Dollard, gemaakt door Cornelis Edzkens is te vinden in de verzameling binnenlandse kaarten Hingman en om specifiek te zijn in inventarisnummer 3083. Gelukkig is de kaart op hoge resolutie gescand want anders was kavelnummer 72, met als eigenaar Poppo Wigboldi, nooit te vinden geweest.
Het Rijksvastgoedbedrijf was vroeger bekend onder de naam Rijksgebouwendienst. De tekeningen van deze dienst worden bewaard in een apart archief. Wie in de inventaris zoekt op Algemeen Rijksarchief , krijgt twee resultaten: één voor een gebouw aan de Bezuidenhoutseweg en één voor het archiefgebouw aan het Bleyenburg. Bij het eerste gebouw staat aangegeven dat het nooit is uitgevoerd. In het archief zitten twee tekeningen van dit gebouw. Op de tweede tekening, in inventarisnummer 348.2, staat het terrein afgebeeld en daarop is te zien dat de naastgelegen villa, Villa Zandvliet heette.