Franse vluchtelingen in de Republiek (1681)

De Republiek geeft hugenoten een warm ontvangst

Plakkaat over naturalisatiewet voor hugenoten (1709).
Alles uitklappen

In de 16e eeuw woedt in Frankrijk een gewelddadige strijd tussen protestanten en katholieken. In 1598 wordt het Edict van Nantes afgesloten, waarna er officieel sprake is van godsdienstvrijheid. Na een aantal decennia worden er echter anti-protestantse wetten aangenomen. Veel hugenoten (Franse protestanten) verlaten daarom vanaf 1680 het land. Wanneer het Edict in 1685 wordt opgeheven, slaan meer dan 300.000 hugenoten op de vlucht.

Warme ontvangst

In de Nederlandse Republiek wonen in de 17e eeuw al veel religieuze vluchtelingen, zoals protestanten uit Vlaanderen en joden uit Spanje. Ook de Franse vluchtelingen worden welkom geheten. Nederlandse protestanten bieden hun geloofsgenoten graag een veilig thuis. Er worden zelfs grote collectes georganiseerd om geld op te halen voor arme vluchtelingen. Er spelen ook economische overwegingen mee. Bestuurders hopen dat het geld, de vaardigheden en de handelscontacten van de hugenoten de Nederlandse economie weer tot bloei zullen brengen.

Belastingvoordeel

Verschillende steden en gewesten bieden zelfs allerlei voordelen aan om hugenoten aan te trekken. Zo besluit Holland in 1681 dat protestantse vluchtelingen twaalf jaar lang geen extra belastingen hoeven te betalen. Deze extra belastingen (“extraordinaris lasten”) worden bovenop de vaste belastingen geheven, wanneer de Staat meer geld nodig heeft (zoals in oorlogsjaren). Het plakkaat uit 1681 verwijst bijvoorbeeld naar de tweehonderdste penning, een extra vermogensbelasting van 0,5%. Daarnaast kunnen gevluchte hugenoten vaak heel goedkoop lid worden van een gilde en kunnen ze makkelijk geld lenen om een bedrijfje te beginnen.
 

Het vluchtelingenbeleid van de Nederlandse steden en gewesten is succesvol. Tienduizenden hugenoten komen in de Republiek wonen. In Amsterdam is rond 1700 ongeveer 6% van de inwoners van Franse afkomst. Maar na een aantal jaar verandert de houding ten opzichte van de vluchtelingen. De gewenste economische bloei blijft uit en er is kritiek op de belastingvoordelen. De voordelen worden rond 1700 dan ook weer afgeschaft, al blijven er ook daarna nog steeds hugenoten naar de Republiek komen.

Inburgering

Hoewel de voordelen voor hugenoten worden afgeschaft, wil de Republiek niet dat ze weer vertrekken. Vooral de grote steden zijn voor hun groei afhankelijk van immigranten. Daarnaast leveren de hugenoten een belangrijke bijdrage aan de economie, ook al heeft hun komst niet voor een bloeiperiode gezorgd. Daarom geeft Holland de hugenoten in 1709 het recht om te naturaliseren (burger te worden). In het plakkaat wordt dit recht gepresenteerd als beloning voor hun economische bijdrage. Zij moeten wel kunnen bewijzen echt als religieus vluchteling naar Holland te zijn gekomen. In 1715 voert de Staten Generaal dezelfde regeling in voor heel de Republiek.

Transcriptie en hertaling plakkaat 1681

Twee hertalingen op verschillende taalniveaus en een transcriptie van het plakkaat uit 1681, waarmee hugenoten belastingvoordeel krijgen van de Staten van Holland.

Transcriptie en hertaling plakkaat 1709

Twee hertalingen op verschillende taalniveaus en een transcriptie van het plakkaat uit 1709, waarmee hugenoten het recht op naturalisatie krijgen van de Staten van Holland.

Onderstaande gegevens zijn nodig om de archiefstukken op te vragen in het Nationaal Archief. Gedigitaliseerde stukken kunnen in hoge kwaliteit gedownload worden.

Belastingvoordeel voor hugenoten (1681)
Inventaris van het archief van de Staten van Holland en West-Friesland, 1572-1795
3.01.04.01, inventarisnummer 5113
Nog niet digitaal beschikbaar

Naturalisatiewet voor hugenoten (1709)
Inventaris van het archief van het Hof van Holland, 1428-1811
3.03.01.01, inventarisnummer 6038
Nog niet digitaal beschikbaar