Lockheed-affaire: onderzoek geruchten steekpenningen prins Bernhard

Koningin Juliana en premier Den Uyl, 1973. Foto: Bert Verhoeff, Nationaal Archief / Collectie Anefo
16 februari 2026

Vijftig jaar geleden stelde toenmalig kabinet-Den Uyl de zogeheten Commissie van Drie in. De commissie moest onderzoeken wat er waar was van de geruchten dat prins Bernhard steekpenningen zou hebben aangenomen van de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed. Het internationale omkoopschandaal staat bekend als de Lockheed-affaire.

De Lockheed-affaire omvat een reeks steekpenningen van de Amerikaanse vliegtuigfabrikant Lockheed om de verkoop van toestellen wereldwijd te bevorderen. Die bijdragen waren vaak betalingen aan buitenlandse politieke partijen en politici, campagnes en aan invloedrijke personen.

Hoge Nederlandse regeringsfunctionaris 

De affaire kwam aan het licht door hoorzittingen van de Amerikaanse Senaat over smeergeldaffaires waarbij Lockheed betrokken was. Tijdens die verhoren werd op vrijdag 6 februari 1976 in het openbaar gesproken over een ‘hoge regeringsfunctionaris in Nederland’ die steekpenningen zou hebben ontvangen. Al snel bleek dat daarmee prins Bernhard, de echtgenoot van koningin Juliana, werd bedoeld. De prins ontkende nadrukkelijk geld te hebben aangenomen. Toch besloot het kabinet-Den Uyl op 9 februari 1976 een commissie van wijze mannen in te stellen. Deze Commissie van Drie werd vier dagen later beëdigd.

Wel of geen ambtenaar

Direct na de aankondiging van het onderzoek belde een ambtenaar van het Kabinet van de Minister-President met het ministerie van Defensie ‘om op ambtelijk niveau te worden geïnformeerd over de ambtenarenrechtelijke aspecten van de positie van Z.K.H. de Prins der Nederlanden als Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht’. In de antwoordbrief van Defensie, die zich in het Nationaal Archief bevindt, wordt ingegaan op de juridische positie van de prins in zijn hoedanigheid van Inspecteur-Generaal. Kernvraag die moest worden beantwoord: is prins Bernhard ambtenaar en daarmee in overheidsdienst? Dit bepaalde namelijk of hij strafrechtelijk vervolgd kon worden voor corruptie (het aannemen van steekpenningen van Lockheed). Hoewel prins Bernhard een unieke positie had, werd vastgesteld dat hij in zijn functie van Inspecteur-Generaal in de zin van het wetboek van Strafrecht wel degelijk ambtenaar was. Zijn handelen was niet alleen een morele kwestie, maar ook een ernstig ambtsmisdrijf.

Knipselkranten 

In het betreffende dossier is ook een aantal knipselkranten te vinden getiteld ‘Beleid beschouwd’. Deze werden dagelijks door de afdeling Interne Voorlichting van de Rijksvoorlichtingsdienst samengesteld. Gelet op de omvang ervan werden de berichtgeving en uitlatingen over het onderzoek en de verdenking van de prins nauwlettend door de regering gevolgd.

Interviews

Een dag na de beëdiging van de Commissie van Drie werd prins Bernhard al op paleis Soestdijk geïnterviewd. Zijn (vermogens)administratie werd doorgelicht en zijn activiteiten bij een aantal instellingen onderzocht. Daarna volgden meerdere gesprekken met de prins. De commissie interviewde ook een flink aantal personen in Europa en de Verenigde Staten, waaronder een aantal (ex)Lockheed-functionarissen.

Schuldig

Op 12 augustus 1976 overhandigde de Commissie van Drie het eindrapport aan minister-president Joop den Uyl. De commissie concludeerde hierin dat Prins Bernhard van Lockheed 1,1 miljoen dollar aan smeergeld had aangenomen. De prins werd niet strafrechtelijk vervolgd voor zijn betrokkenheid. Het kabinet-Den Uyl besloot af te zien van vervolging omdat koningin Juliana anders dreigde af te treden en ook kroonprinses Beatrix aangaf niet bereid te zijn de troon over te nemen als haar vader te hard werd aangepakt. Het kabinet besloot zo de monarchie te redden. Wel moest Bernhard zijn militaire functies neerleggen en mocht hij geen uniform meer dragen.

Northrop

In het eindverslag noemde de commissie uitsluitend de verdachte transacties van Bernhard met Lockheed. In een vertrouwelijke bijlage bij het onderzoek naar de Lockheed-affaire, alleen bedoeld voor minister-president Den Uyl, stond dat er aanwijzingen waren dat de prins ook van de Amerikaanse vliegtuigbouwer Northrop steekpenningen had ontvangen. Dat zou gaan om een bedrag van ongeveer $750.000. Deze bijlage is lange tijd geheim gehouden en kwam pas in 2005 aan het licht dankzij een publicatie in Vrij Nederland. Het genoemde bedrag is nooit officieel bevestigd, noch is bewezen dat Bernhard dit persoonlijk heeft ontvangen.

Schok

De Lockheed-affaire leidde tot grote ophef in de Nederlandse samenleving. Het publiek reageerde geschokt, want het was de eerste keer dat het koningshuis zo openlijk met een corruptieschandaal werd geconfronteerd. Prins Bernhard gaf later toe het geld van Lockheed te hebben aangenomen. Er is geen eenduidig antwoord op wat hij met het bedrag heeft gedaan. De prins heeft altijd ontkend dat hij in deze zaak persoonlijk financieel voordeel heeft behaald.

Nationaal Archief

2.09.105 Inventaris van het archief van het Ministerie van Justitie, A-dossiers en voorlopers, (1923) 1949-1987 (2005) >  (3.2.03. Lockheed-affaire)