Inhoud
Het archief van de begin 1919 opgerichte Directie Economische Zaken bevat de stukken betreffende de buitenlandse economische betrekkingen, met uitzondering van de consulaire zaken. DEZ vormde in de jaren 1919-1923 een zelfstandige administratie met een eigen secretarie en archief. Ook na 1923 bleef het gevormde archief bestaan uit een aparte serie dossiers. De informatiewaarde van het archief neemt vanaf 1933 af, omdat toen de primaire verantwoordelijkheid voor dit beleidsterrein en de economische voorlichting kwam te ressorteren onder het ministerie van Economische Zaken..
Ordening van het archief
Net als bij de A- en B-dossiers in het hoofdarchief van het ministerie (archiefinventaris 2.05.01), is er ook hier veelal sprake van rubrieken, die in verband met hun omvang weer zijn onderverdeeld in sub-rubrieken.
In het jaar 1919 werden de stukken nog chronologisch geborgen op agendanummer (inv.nrs. 1-8).
In 1920 ging men over op een zogenaamd ‘zaken-dossier’-stelsel, met een nummering in volgorde van ontstaan.
Omdat dit leidde tot een onoverzichtelijk aantal dossiers, schakelde men per 1 januari 1921 over op ordening op (ruimere) onderwerpen; in de praktijk leidde dit tot een beperkter aantal (330) dossiers, die meestal een sub-nummering kenden.
In 1924 startte men een nieuwe reeks `dossiers' (lees: rubrieken), waarbij indeling en nummering overigens vrijwel geheel overeen kwamen met die uit de periode 1921-1923. Wel vervielen nu de sub-nummers en werden de stukken binnen een rubriek meestal op jaar, maar ook wel op land geordend. Dit laatste was bijvoorbeeld het geval bij dossiers inzake de handelsverdragen of inzake certificaten van oorsprong voor goederen bij invoer in andere landen.
Het aantal dossiers nam licht toe van 330 tot 339, binnen welke nummering nogal wat lacunes zijn te constateren.
Waarschijnlijk zijn in de Tweede Wereldoorlog vrij wat stukken verloren gegaan. Anderzijds bevatten sommige dossiers uit de periode 1924-1940 stukken uit jaren vóór 1924.