Archief
Titel
2.09.130 Inventaris van het archief van de Rijksrecherche, (1919) 1940-2007 [GEANONIMISEERDE VERSIE]
Auteur
Doc-DirektVersie
18-11-2025
Copyright
Nationaal Archief, Den Haag
2019 cc0Beschrijving van het archief
Naam archiefblok
Rijksrecherche Rijksrecherche Rijksrecherche Rijksrecherche
Periodisering
archiefvorming: merendeel 1940-2007 oudste stuk - jongste stuk: 1919-2007
Archiefbloknummer
J57Omvang
858 inventarisnummer(s) 76,75 meterTaal van het archiefmateriaal
Het merendeel der stukken is in het.
Nederlands
Soort archiefmateriaal
Normaal geschreven, getypt en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften, tevens audiovisueel materiaal en glasnegatieven.Archiefdienst
Nationaal Archief, Den HaagLocatie
Den HaagArchiefvormers
Rijksrecherche (1940-2007)Samenvatting van de inhoud van het archief
Het archief bestaat uit processen-verbaal en rapporten van door de Rijksrecherche uitgevoerde onderzoeken.Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
De Rijksrecherche is in 1897 ontstaan uit de Rijksveldwacht. De Rijksveldwacht ontstond bij Koninklijk Besluit van 11 november 1856, en vervulde, naast de al bestaande marechaussee en plaatselijke ordebewakers, een landelijke, burgerlijke politiefunctie. De taken van de Rijksveldwacht omvatten 'het opsporen van misdadigers en het inwinnen van informatiën nopens gepleegde misdrijven'. De functionarissen die deze ambten uitoefenden werden rijksveldwachter genoemd.
Bij Instructie van de minister van Justitie van 29 maart 1897 ontstond de rijksveldwachter-rechercheur, die onder direct, uitsluitend gezag van diens procureur-generaal opereerde. Zo werd deze buiten de normale hiërarchie van de Rijksveldwacht geplaatst. De rijksveldwachter-rechercheur werd later rijksrechercheur genoemd.
Als gevolg van de Politiewet 1993 heeft de Rijksrecherche, als onderdeel van de Nederlandse politie, een eigen plaats gekregen. Artikel 3 vermeldt dat onder ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, mede worden begrepen de bijzondere ambtenaren van politie, als bedoeld in artikel 43 van die Politiewet. Ambtenaren van de Rijksrecherche worden dan ook beschouwd als "bijzondere ambtenaren van politie”. De positie van de rijksrechercheur is daarmee uniek. Als enig onderdeel van de Nederlandse politie valt de Rijksrecherche onder de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie. Dat geldt ook in internationaal opzicht; geen enkel ander land kent een soortgelijke onafhankelijke rechercheorganisatie.
Ook de taak van de Rijksrecherche is, op hoofdlijnen, geregeld in de Politiewet 1993. Taken en werkzaamheden van de Rijksrecherche zijn tussen 1897 en 1997 weliswaar geregeld gewijzigd, de kern van de activiteiten is steeds gelijk gebleven: in opdracht van de procureur-generaal werkzaamheden verrichten, die met het oog op objectiviteit, onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid en/of specialistische kennis niet aan derden kunnen worden opgedragen. Dit houdt in dat Rijksrecherche primair strafrechtelijk en disciplinair onderzoek verricht naar gedragingen van (semi-)overheidsfunctionarissen, waarbij de integriteit van de rechtspleging en/of die van het openbaar bestuur in het geding is. Vanuit haar onafhankelijke positie ten opzichte van de politiekorpsen doet de Rijksrecherche ook onderzoeken naar het optreden van politiemensen die tijdens de uitoefening van hun taak geweld hebben gebruikt of nalatig in hun optreden zijn geweest waarbij letsel is ontstaan. Dit omvat ook antecedentenonderzoek bij aanstellingen of benoemingen in vooral recherchefuncties. Daarnaast verricht de rijksrecherche routinematige onderzoeken, die voortvloeien uit de adviserende taak van de procureur-generaal, als fungerend directeur van politie. Deze betreffen aanvragen, intrekkingen, weigeringen en beroepen in verband met beschikkingen inzake de Jachtwet, de Wet wapens en munitie, de Vreemdelingenwet en de Wet op de weerkorpsen. Inmiddels verricht de rijksrecherche deze onderzoeken niet meer. Tenslotte verricht de rijksrecherche routinematige controletaken in het kader van de uitvoering van, in het bijzonder, de Vreemdelingenwet en de Wet wapens en munitie.
Enkele taken zijn in de loop der tijden verdwenen. De belangrijkste hiervan is het verzamelen van politieke inlichtingen, met name in de eerste decennia van het bestaan van de rijksrecherche. Naarmate de procureur-generaal minder taken kreeg in het waken voor de openbare orde en veiligheid, nam deze bijzondere rijksrecherchewerkzaamheid in betekenis af.
De operationele Rijksrecherche kent een hoofdkantoor, gevestigd te Den Haag, en afdelingen onderverdeeld in vier geografische regio’s te weten:
- Noord-Oost in Zwolle (gekoppeld aan de arrondissementen Groningen, Leeuwarden, Assen, Almelo, Zwolle, Arnhem en Zutphen);
- Zuid in Den Bosch (gekoppeld aan de arrondissementen Maastricht, Roermond, Den Bosch, Breda en Middelburg);
- West I gevestigd in het hoofdkantoor in Den Haag (gekoppeld aan de arrondissementen Dordrecht, Rotterdam en Den Haag);
- West II gevestigd in het hoofdkantoor in Den Haag (gekoppeld aan de arrondissementen Alkmaar, Haarlem, Amsterdam en Utrecht).
Behoudens noodzaak is elke operationele afdeling verantwoordelijk voor, en reageert op incidenten binnen het aan haar toegewezen arrondissement. In het hoofdkantoor zijn gevestigd de directie, stafbureau en de afdeling bedrijfsvoering, en de afdeling Recherche Informatie en Specialismen (RIS) met de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE).Geschiedenis van het archiefbeheer
Voor de bewerking door Doc-Direkt in 2011 was het archief van de Rijksrecherche deels in het pand van de Rijksrecherche in Den Haag en deels (vanaf jaarblok 1985) in het toenmalige archiefdepot van het ministerie van Justitie in Rijswijk opgeslagen. Het archief was op jaar en vervolgens op procesverbaal- of rapportnummer geordend. De dossiers uit de periode 1940 - 1945 (en de eerste naoorlogse periode) waren niet numeriek geordend maar op naam van rechercheur. Vanaf 1992 zijn ook dozen aangetroffen die buiten de numerieke reeks vallen. Een deel van het archief was al door de Rijksrecherche geselecteerd. Het betreft de periode 1940 - 1979. Uit het archief uit de periode 1940 - 1945 is niet vernietigd. Uit de periode na 1945 zijn de standaard Rijksrecherche zaken voor vernietiging aangewezen. Er heeft nog geen eerdere overbrenging naar het Nationaal Archief plaatsgevonden. In 2011 is het archief voor bewerking aangeboden aan Doc-Direkt. In 2015 werd een aanvulling op het archief aangeboden met een aantal zaken uit de al bewerkte jaren en nieuwe zaken vanaf 1997. De in 2015 ter bewerking aangeboden dossiers waren het resultaat van een door de Rijksrecherche uitgevoerde selectie in het totale dossierbestand uit de periode t/m 2007
De verwerving van het archief
Het archief is in 2019 door Ministerie van Justitie overgebracht naar het Nationaal Archief, krachtens artikel 12 van de Archiefwet 1995
Inhoud en structuur van het archief
Inhoud
Het archief heeft een looptijd van 1940-2007 en bestaat uit processen-verbaal en rapporten van de Rijksrecherche, inzake:
- strafrechtelijke en disciplinaire onderzoeken binnen de politie, gericht op strafbare feiten gepleegd door politieambtenaren (vuurwapengebruik, wapensmokkel, mishandeling, diefstal) of andere onoirbare gedragingen;
- strafrechtelijke en disciplinaire onderzoeken binnen het ambtelijk apparaat (alsmede tijdens de Duitse bezetting), of algemener geformuleerd: onderzoeken naar gedragingen van gezagsdragers of gezaghebbende personen (bijvoorbeeld notarissen, artsen en burgemeesters);
- routinematige onderzoeken in het kader van enkele wetten. De onderzoeken hebben betrekking op onder meer aanvragen, intrekkingen, weigeringen en beroepen in verband met administratieve beschikkingen inzake de Jachtwet, de Wet wapens en munitie, de Vreemdelingenwet en de Wet op de weerkorpsen;
- onderzoeken naar spionage en ontvluchtingen daarnaast het verwijderen van ongewenste buitenlandse personen;
Daarnaast bevat het archief dossiers inzake de opsporing van gezochte personen en het verzamelen van politieke inlichtingen (met name uit de beginperiode). Selectie en vernietiging
Het archief is door de Rijksrecherche en Doc-Direkt geselecteerd op basis van BSD 100 Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Justitie en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Politie over de periode 1945 – 1993, (Stcrt. 6 november 2007, nr. 215), handeling 68. Deze handeling geeft aan dat bepaalde onderzoeken die van bijzonder belang zijn op basis van artikel 5e van de Archiefwet kunnen worden uitgezonderd van vernietiging. Voor de archieven van de Rijksrecherche zijn de archiefbescheiden van vernietiging uitgesloten die betrekking hebben op:
- zaken gerelateerd aan de Tweede Wereldoorlog;
- zaken waarover politieke of maatschappelijke onrust bestond;
- zaken die internationaal of landelijk ophef hebben veroorzaakt;
- zaken waarbij belangrijke personen of instellingen betrokken waren.
De in deze toegang opgenomen dossiers voldoen aan bovengenoemde criteria. De standaard recherche-onderzoeken zijn voor vernietiging aangewezen. De standaard Rijksrecherche zaken uit de periode vanaf 1946-2007 zijn door de Rijksrecherche zelf geselecteerd aan de hand van bovenstaande criteria.
Aanvullingen
Voor dit archief worden geen aanvullingen verwacht.
Verantwoording van de bewerking
Het archief tot 1997 is in de loop van 2011 geselecteerd en bewerkt door Doc-Direkt. Het archiefblok besloeg in totaal 78,125 meter. Na selectie bleef 14,875 meter te bewaren archief over, de rest is vernietigd. De in 2015 ter bewerking aangeboden dossiers waren het resultaat van een door de Rijksrecherche uitgevoerde selectie in het totale dossierbestand uit de periode t/m 2007. De totale omvang van dit bestand bedroeg 19,125 meter. Daarvan bleef na bewerking …. meter over. Na samenvoeging en herordening van beide blokken (het totale archief) bedraagt de omvang .... meter.
Alle stukken zijn van nietjes, plakband en overige hechtmiddelen ontdaan en verpakt in zuurvrije omslagen en zuurvrije archiefdozen. Ze zijn daarna genummerd volgens de inventaris. De omslagen en dozen zijn voorzien van etiketten. Van de te vernietigen stukken zijn vernietigingslijsten opgesteld en deze zijn aan het ministerie van Justitie overgedragen.
Voorafgaand aan publicatie zijn namen van verdachten en personen in processen-verbaal in deze inventaris geanonimiseerd.
Ordening van het archief
Om te komen tot een helder, duidelijk overzicht van de te bewaren documenten is gekomen tot de volgende ordening:
- Conform de oorspronkelijke ordening zijn de archiefbescheiden uit de periode 1940 - 1965 op achternaam van de onderzoekende rechercheur geordend.
- De archiefbescheiden uit de periode 1969 - 2007 zijn primair geordend op jaar en vervolgens zaaksgewijs.
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Deels openbaar, deels beperkt openbaar (B).
Beperkingen aan het gebruik
Niet van toepassing.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van kwetsbare of slechte materiële staat.
Andere toegang
Voor dit archief is geen andere toegang beschikbaar.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
- Creëer een account of log in.
- Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
- Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Rijksrecherche Rijksrecherche, nummer toegang 2.09.130, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Rijksrecherche Rijksrecherche, 2.09.130, inv.nr. ...
Verwant materiaal
Bewaarplaats van originelen
Niet van toepassing.
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar
Afgescheiden archiefmateriaal
Er is geen afgescheiden archiefmateriaal.
- 3.03.89 Inventaris van het archief van het Parket van de Procureur-Generaal te 's-Gravenhage, 1945-1979.
Publicaties Bunt H.G. van de en E. Niemeijer, ed., Honderd jaar Rijksrecherche. Terugblik en toekomst (Den Haag 1997).
Bijlagen
Geen bijlagen.