Inhoud
In een rapport van 20 maart 1953 wordt een korte inhoudsopgave van het Nefis/CMI-archief gegeven:
BZ / code 1 / 153.0 Djakarta. Overdracht regeringsarchieven inzake Indonesië via MINUOR aan BuZa, o.a. archief Secretarie en Nederlandse Delegatie Commissie Goede Diensten, 1952-1954
- ca. 6000 documenten (zie inventarisnummers 3013-7112)
- stukken van het Kabinet van Nefis/CMI
- uit het archief gelichte files waarop een registratie werd gemaakt
- uit het archief gelichte files zonder registratie
- 180 m' archief inclusief agenda's
Selectie en vernietiging
Een rapport uit 1950 spreekt ook over vernietiging van het 'rapportenarchief': alle periodieke rapporten tot eind 1948 van de Territoriale onderdelen, bestuur, politie, enz. De motivatie daarvoor was dat de gegevens uit die rapporten verwerkt waren in de eigen Nefis-publicaties. Tevens wordt in dat stuk voorgesteld het 'volgnummer register' te vernietigen en de circulatiebundels van uitgaande stukken.
Met betrekking tot vernietiging en schifting van het archief biedt een rapport van het MINVOR uit 1955 enige duidelijkheid :
BZ/code I / 3e blok / invnr. 42
"Zo kwamen er in januari 1950 155 kisten met het archief van de Centrale Militaire Inlichtingendienst (Netherlands Forces Intelligence Service) naar Nederland. Deze kisten werden ontpakt door 5 speciaal daarvoor tijdelijk bij dit Departement in dienst gestelde, gewezen C.M.I.-ambtenaren, die een deel van dit materiaal voor vernietiging voordroegen, terwijl de rest werd opgeslagen in het kelder-archief. Vervolgens werd de Beveiligings-ambtenaar van dit ministerie opgedragen een nadere schifting en sortering toe te passen, waardoor dit materiaal na een minutieus en tijdrovend onderzoek tot ongeveer 1/3 van de omvang werd gereduceerd; het beslaat thans nog ongeveer 90 strekkende meter in de archiefrekken."
De archieven van de Buitenkantoren zijn hoogstwaarschijnlijk nog vóór de souvereiniteitsoverdracht vernietigd in verband met de veiligheidsrisico's die transport van deze archieven met zich zou kunnen brengen. Waarschijnlijk zijn ze ter plekke vernietigd, maar processen-verbaal van vernietiging of andere verklaringen zijn niet aangetroffen.
Tijdens de inventarisatie zijn alleen dubbelen van rapporten en verslagen vernietigd.
Verantwoording van de bewerking
Of de werkelijke organisatie van de Nefis in de periode tussen oktober 1945 en december 1949 ook werkelijk was zoals de orderning van dit archief naar het organisatie schema van najaar 1945/voorjaar 1946 aangeeft, valt met behulp van de in het Nefis-aanwezige stukken niet met zekerheid vast te stellen daar geen enkel besluit hieromtrent aanwezig is. De aantekeningen met betrekking tot de route die een stuk moest volgen binnen de organisatie maken het echter aannemelijk dat dit ook werkelijk de organisatie van de Nefis was. De - schaars aanwezige - interne stukken versterken die indruk alleen maar.
Een herstel van de oude orde van het archief bleek volstrekt onmogelijk te zijn; althans niet bevorderlijk voor de toegankelijkheid van het archief aangezien bij die ordening de oorspronkelijke toegangen aanwezig hadden moeten zijn.
Ook bleek er geen reden aanwezig te zijn een cesuur te stellen bij twee ontwikkelingen die van invloed hadden kunnen zijn op de ordening van het archief: de reorganisatie van september 1948, waarbij de naam van de Nefis veranderde in CMI had wel grote gevolgen voor de organisatie van de Buitendienst en de Buitenkantoren, maar niet voor de organisatie op het Hoofdkantoor te Batavia; de invoering van de UDC (Universele Decimale Classificatie) als ontsluitingsinstrument voor het archief per 1 januari 1949 bracht evenmin wezenlijke veranderingen met zich mee, want de indeling van de bestaande dossiers en 'files' veranderde hiermee niet, alleen de letter/cijferaanduidingen werden veranderd in UDC-notaties.
De 'onderwerpsindeling' is gebruikt daar waar het correspondentie betreft die oorspronkelijk volgens het bij de Nefis gangbare rubriekenstelsel werd geborgen. Aangezien dit ordeningsstelsel zodanig was verstoord dat herstel hiervan niet mogelijk bleek, en ook weinig zinvol zou zijn geweest omdat de originele toegangen niet meer aanwezig zijn, is gekozen voor een onderwerpsindeling, gebaseerd op de oorspronkelijk zeer ruime onderwerpsindeling van het rubriekenstelsel. (Bij eerdere pogingen tot inventarisatie van het Nefis/CMI-archief zijn de oorspronkelijke rubrieken volledig uit elkaar getrokken en zijn de agenda's, klappers en indices, die ongetwijfeld op het archief zijn gemaakt, vernietigd; wanneer deze vernietiging heeft plaatsgevonden is niet bekend). Dit 'correspondentiearchief' werd bijgehouden door de afdeling VI-1: Secretariaat.
De indeling van het archief van het secretariaat is gebaseerd op de hoofdindeling in rubrieken in de door de Nefis opgestelde 'Hoofdenlijst'. In deze hoofdenlijst worden de verschillende rubrieken gekenmerkt door een combinatie van twee letters en één cijfer.
Voor de "Hoofdenlijst", zie inventarisnummer 605
Binnen de rubrieken geschiedde de ordening door middel van het verbaalstelsel.
Lexicon van Nederlandse Archieftermen, 's-Gravenhage 1983, p. 15-16
Het overgrote deel van de stukken werd geborgen volgens de principes van het verbaalstelsel: de voorstukken bergen bij het laatst gevormde of ingekomen stuk.
In het Secretariaats-archief bevinden zich vooral ingekomen en minuten en doorslagen van uitgaande brieven. De rapporten en verslagen die met een zekere regelmaat binnenkwamen werden op een totaal andere wijze ingedeeld en geborgen. De indeling hiervan is een regionale. Elk eiland of groep eilanden en de archipel kreeg een letter (Sumatra: A, Java: B, Celebes: C etc.). Binnen deze regionale ordening werd een onderverdeling gemaakt naar de daar aanwezige Buitenkantoren en Buitenposten (BK Medan: A100). Het eerste cijfer werd gebruikt om de regio van het betreffende Buitenkantoor aan te geven, de laatste twee cijfers om de afzender van het rapport of verslag te identificeren. Over het algemeen kreeg een serie rapporten van een Buitenkantoor een eigen indeling en werd aan bijvoorbeeld de ontvangen rapporten en verslagen van de civiele instanties in het betreffende ressort tevens een eigen codering toegekend. Leidraad hierbij was duidelijk de kwantiteit van de ontvangen rapporten en verslagen. Ook andere in het ressort opererende militaire onderdelen kregen een 'eigen' codering, zodat meestal sprake is, per 'BK ressort' van drie series: één van het BK zelf, één van de civiele instantie en één van de militaire instanties. Aangezien ook op deze series elke oorspronkelijke toegang ontbreekt (en die zal gezien de aanduidingen op de stukken zeer zeker aanwezig zijn geweest) zijn deze drie 'basiscoderingen' niet tot grote series hersteld, maar gesplitst in kleinere series, waarbij blijvend onderscheid is gemaakt tussen militaire en civiele instanties.