Selectie en vernietiging
1 Algemeen
Selectie en de uiteindelijke vernietiging van alle archieven vond plaats aan de hand van de Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden van het ministerie van Defensie (hoofdstuk Algemeen), 1987.
Tussen de verschillende instanties en het ministerie van Defensie/Oorlog te Londen was uiteraard veelvuldig schriftelijk contact. Dit heeft tot gevolg dat frequent zowel het minuutexemplaar als de expeditie van een exemplaar in deze verzamel inventaris kunnen worden aangetroffen. Circulaires kunnen zelfs in alle archieven worden teruggevonden. Het was ondoenlijk om bij de selectie steeds daadwerkelijk na te gaan of een archiefstuk al dan niet reeds op een hoger bewaarniveau aanwezig is. Doublures komen dus zeker voor. Bij de selectie van het archief van de Inspecteur der Nederlandse Troepen, 1940-1944 (1957) is bij wijze van proef wel steeds nagegaan of een minuut van een uitgaande brief of een ingekomen brief van het ministerie ook voorkwam in laatsgenoemd archief. Dit leverde het volgende resultaat op.
Overzicht van vernietigde stukken welke zowel aanwezig waren in het archief van de Inspecteur der Nederlandse Troepen, 1940-1944 (1957) als in het gewoon verbaal archief ministerie van Defensie/Oorlog te Londen:
- 25 april 1941, nr. 2
- 17 mei 1941, nr. 1
- 10 juli 1941, nr. 4
- 11 juli 1941, nr. 12
- 18 augustus 1941 , nr. 1
- 29 augustus 1941 , nr. 26
- 8 september 1941 , nr. 26
- 17 september 1941, nr. 8
- 4 november 1941, nr. 12
- 22 december 1941, nr. 8
- 31 december 1941, nr. 12
- 15 januari 1942, nr. 10
- 22 januari 1942, nr. 6
- 23 januari 1942, nr. 10
- 24 januari 1942, nr. 10
- 26 januari 1942, nr. 8
- 26 januari 1942, nr. 10
- 30 januari 1942, nr. 4
- 30 januari 1942, nr. 16
- 3 februari 1942, nr. 18
- 4 februari 1942, nr. 3
- 16 februari 1942, nr. 1
- 16 februari 1942, nr. 18
- 19 februari 1942, nr. 4
- 2 maart 1942, nr. 7
- 16 maart 1942, nr. 9
- 30 maart 1942, nr. 21
- 16 april 1942, nr. 4
- 21 april 1942, nr. 9
- 21 mei 1942, nr. 16
- 27 mei 1942, nr. 14
- 2 juni 1942, nr. 15
- 10 juni 1942, nr. 11
- 15 juni 1942, nr. 20
- 22 juni 1942, nr. 17
- 3 juli 1942, nr. 15
- 16 juli 1942, nr. 17
- 27 juli 1942, nr. 13
- 28 juli 1942, nr. 11
- 19 augustus 1942, nr. 2
- 20 augustus 1942, nr. 6
- 27 augustus 1942, nr. 3
- 5 september 1942, nr. 8
- 24 september 1942, nr. 18
- 12 oktober 1942, nr. 20
- 23 oktober 1942, nr. 5
- 3 november 1942, nr. 8
- 23 november 1942, nr. 15
- 15 december 1942, nr. 15
- 16 december 1942, nr. 3
- 29 december 1942, nr. 16
- 11 januari 1943, nr. 8
- 20 januari 1943, nr. 26
- 1 februari 1943, nr. 4
- 1 februari 1943, nr. 6
- 3 februari 1943, nr. 2
- 19 februari 1943, nr. 4
- 13 maart 1943, nr. 5
- 18 maart 1943, nr. 1
- 11 mei 1943, nr. 25
- 17 juli 1943, nr. 5
- 8 juni 1943, nr. 22
- 23 juni 1943, nr. 17
- 23 juli 1943, nr. 9
- 27 augustus 1943, nr. 10
- 6 september 1943, nr. 11
- 14 september 1943, nr. 3
- 18 september 1943, nr. 11
- 18 september 1944, nr. 23
- 20 september 1943, nr. 29
- 28 september 1943, nr. 7
- 5 oktober 1943, nr. 5
- 13 oktober 1943, nr. 1
- 15 oktober 1943, nr. 9
- 1 december 1943, nr. 6
- 13 december 1943, nr. 17
- 17 maart 1944, nr. 1
- 11 april 1944, nr. 11
- 19 april 1944, nr. 28
- 9 juni 1944, nr. 2
- 16 juni 1944, nr. 18
- 29 juni 1944, nr. 15
- 5 juli 1944, nr. 7
- 22 januari 1941, nr. 28 P
- 10 februari 1943, nr. 72 P
- 4 maart 1943, nr. 131 P
- 10 mei 1943, nr. 266 P
- 28 juli 1943, nr. 521 P
- 24 juli 1943, nr. 527 P
- 6 september 1943, nr. 642 P
- 16 november 1943, nr. 889
- 30 december 1943, nr. 953 P
- 14 januari 1944, nr. 1097 P
- 17 maart 1944, nr. 1324 P
- 28 april 1944, nr. 1480 P
- 30 juni 1944, nr. 1621 P
- 4 augustus 1944, nr. 1742 P
2 Ministerie van Defensie/Oorlog
In 1995 werd begonnen met het selecteren, vernietigen en indexeren van het algemeen gedeelte. Er werd 20,5 meter algemeen verbaalarchief vernietigd. Met onderbrekingen kwam de index op het algemeen verbaalarchief gereed in 1997. Van het archief van het bureau Londen werd 13 meter archiefbescheiden vernietigd. Het betrof hier vooral financiële bescheiden.
3 Bureau Inlichtingen
3.1 BI Londen
In totaal werd bij de selectie van dit archief 3,5 meter archiefstukken vernietigd. Het betrof hier vooral minuten van uitgaande aanbiedingsbrieven waarbij het aangeboden stuk niet werd aangetroffen, bedankbriefjes voor ontvangen inlichtingenrapporten, benoemingen, bevorderingen, salarisbetalingen en -verhogingen, onkostenvergoedingen aan agenten, tewerkstellingen, onderscheidingen, verklaringen van geheimhouding, in zijn algemeenheid personeelsbescheiden en kopieën van (buitenlandse) krantenknipsels.
3.2 BI Eindhoven
Tijdens de selectie en herinventarisatie in 1997 werd in totaliteit 36 centimeter archiefbescheiden vernietigd. Het betrof hier voornamelijk dubbelen.
3.3 BI Maastricht
Voor aanvang van de werkzaamheden in juli 1997, had het archief een omvang van 0,12 meter. Na selectie op te bewaren en te vernietigen archiefbescheiden resteert 0,06 meter.
3.4 BI Stockholm
Er werd 12 centimeter archiefbescheiden vernietigd. Het betrof hier bijna uitsluitend dubbele exemplaren in de vorm van doorslagen.
4 Militaire Voorbereiding Terugkeer
Slechts dubbelen en stukken die zich controleerbaar op een ander bewaarniveau bevonden - bijvoorbeeld in het archief van het ministerie van Defensie/Oorlog te Londen - zijn vernietigd.
5 Collectie Commando Nederlandse troepen in Engeland
Bij de selectie ter vernietiging werd in 1996 6,72 meter en tijdens de inventarisatie in 1997 2,5 meter archiefbescheiden vernietigd. Dit gebeurde op basis van de lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het ministerie van Defensie, 1987 en VS 2-1112 (4e druk), KL.
6 Bureau Bijzondere Opdrachten
Van dit archief werd in totaal 1 meter archiefbescheiden vernietigd.
7 Militair attaché Brussel
Uit dit archief is niets vernietigd. De omvang van het archief is 24 centimeter.
8 Marineattaché Londen
Uit het archief werden alleen dubbele stukken verwijderd.
9 Koninklijke Militaire Missie / Bureau militair attaché bij hr. Ms. Ambassade bij het hof van St. James
Na selectie bleef 12 centimeter algemeen en 24 centimeter geheim archief over.
Er werd 40 centimeter archiefbescheiden vernietigd. Het betrof hier voornamelijk stukken welke op een hoger bewaarniveau, namelijk het ministerie van Oorlog te Londen, ook aanwezig zijn.
10 Militair attaché te Washington; registratiebureau dienstplichtigen New York; het militair bureau van het consulaat-generaal der Nederlanden te New York
Het archief van de militair attaché Washington had bij aanvang van de inventarisatie in 1994 een omvang van bijna 11,5 strekkende meter. Een groot deel hiervan betreft persoons- en medische dossiers van rekruten afkomstig uit de Verenigde Staten en Canada. Deze zijn tijdens de inventarisatie buiten beschouwing gelaten. Deze bescheiden zullen op termijn vernietigd worden. De overgebleven stukken hadden een omvang van 1,3 meter. Na selectie resteerde nog 18 centimeter archief. Het grootste deel van de vernietigde stukken betrof documentatiemateriaal.
11 Marineattaché Washington
Bij aanvang van de selectie en inventarisatiewerkzaamheden van onderhavig archief in 1994 werd circa 4,5 meter archief aangetroffen. Hiervan werd circa 1,6 meter vernietigd. Deze vernietiging werd uitgevoerd met als leidraad het voorschrift voor het vernietigen en inleveren van archiefbescheiden van de Koninklijke Marine, circulaire Z. 2484 en de hoofdstukken Algemeen en 6100 van de lijst van de te vernietigen archiefbescheiden van het ministerie van Defensie.
12 Generaal-Majoor A.Q.H. Dijxhoorn in zijn functie als gedelegeerde bij de Combined Chiefs of Staff; Wervingskantoor New York van het vrouwenkorps Koninklijk Nederlandsch-Indisch leger
Het archief van Generaal Majoor A.Q.H. Dijxhoorn in zijn functie als gedelegeerde bij de Combined Chiefs of Staff, 1942-1943, 1945 had een omvang van 8 centimeter. In 1994 werd tijdens de selectiewerkzaamheden vier centimeter vernietigd.
De omvang archief van het Wervingskantoor New York van het Vrouwenkorps Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger 1944-1945 bedraagt, na selectie 1 centimeter. Tijdens deze selectie werd 1 centimeter vernietigd.
13 Militair bureau van het consulaat-generaal te Montreal
Het archiefgedeelte tot en met 1945 had bij aanvang van de werkzaamheden in 1994 een omvang van 6 centimeter. Na selectie en inventarisatie resteert 1 centimeter archief.
14 Militair attaché te Bern
Een groot deel van dit archief bestaat uit persoonsdossiers en andere niet operationele gegevens van vluchtelingen. Nog tijdens de inventarisatie van dit archief bereikte het CAD verzoeken om gegevens uit deze dossiers. Deze dossiers komen niet in aanmerking voor overdracht en zijn op termijn vernietigbaar. Het betreft hier de uitvoering van standaardzaken zoals verzoeken om kledinggeld, alsmede vrijwilligers- en geneeskundige verklaringen van vrijwilligers, Ein- en Austrittsmeldungen et cetera welke vernietigbaar zijn in het jaar 2000. Wel is van alle procedures één formulier in de inventaris opgenomen.
15 Nederlandse troepen in Canada
Bij de selectie en inventarisatie in 1994/1995 werd 4,25 meter archief vernietigd, voornamelijk persoonsdossiers.
16 Eerste Divisie Koninklijke Marechaussee
In 1982 werd het archief van de 1e divisie Koninklijke marechaussee 1940-1965 geselecteerd volgens het bepaalde in de lijst van voor vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden van het Ministerie van defensie, hoofdstuk 40 en het VS 2-1112 (3e druk), hoofdstuk 2, punt 7. Of ook stukken uit de periode 1940-1942 werden vernietigd is niet bekend.
Verantwoording van de bewerking
1 Algemeen
De aanwezigheid in deze verzamelinventaris van de archieven van de marineattaché Londen, 1937, 1940-1945 en de marineattaché Washington, (1933, 1936) 1938-1944, 1947 doen wellicht misplaatst aan, maar kunnen verklaard worden uit het feit dat deze functionarissen tot de afsplitsing en instelling van het ministerie van Marine van het ministerie van Defensie op 27 juli 1941 onder de verantwoordelijkheid van de minister van Defensie vielen.
Algemeen uitgangspunt bij de inventarisatie was om de oude orde, zoals deze voor bewerking van de onderscheidene archieven door medewerkers van het archief KL bestond, zo veel mogelijk te herstellen. Indien herstel hiervan niet mogelijk was - bijvoorbeeld omdat een oude orde niet meer te herkennen was - werd de structuur zoals deze door het archief KL in de vijftiger of zestiger jaren werd aangebracht als uitgangspunt genomen bij de inventarisatie. De plaatsingslijsten vervaardigd door medewerkers van het archief KL werden hierbij opnieuw geredigeerd en treft men in meerdere gevallen aan als nadere toegang.
De archieven van instanties, vallend onder verantwoordelijkheid van de minister van Defensie/Oorlog te Londen zijn geordend naar chronologie.
2 Ministerie van Defensie/Oorlog
Bij het herinventariseren van de betreffende archieven moesten een aantal zaken worden herzien. Afgedwaalde archiefstukken moesten naar het oorspronkelijke archiefdeel worden teruggebracht (het kabinetsarchief bevatte stukken die zijn teruggebracht naar de serie P-verbalen, et cetera) en archiefdelen dienden als gedeponeerd archief onderkend en herkenbaar gemaakt worden.
Hiertoe werden afgedwaalde archiefbescheiden teruggebracht naar de oorspronkelijke plaats waar zij thuishoorden. Zo werden op allerlei plaatsen afgedwaalde P- en algemene verbalen, K- en BI stukken aangetroffen welke op de juiste plek in de betreffende serie werden ingevoegd. Verder dienden archiefvormers goed te worden onderscheiden, en in het archiefschema moesten de verschillende afdelingen worden onderkend.
In mei 1995 werd gestart met de vervaardiging van een index op het P-archief. Deze serie verbalen werd als proefproject gekozen omdat het een relatief beperkte omvang had, geen bewerking behoefde in de vorm van selectie en als apart archiefdeel kon worden beschouwd.
Doel van het project was om ervaring op te doen met het vervaardigen van automatische naamindexen dmv WP 5.1, het indexeren met een team van een afgesloten archiefdeel en om een indruk op te doen hoeveel tijd een en ander in beslag zou nemen. In het laatste kwartaal van 1995 kwam de betreffende index gereed.
Hierna werden de kleinere archief delen geïnventariseerd. Nadat het serieel verband van de verscheidene archief delen was beschreven, waarin vele afgedwaalde terug waren ingevoegd, bleef een gedeelte over wat enkel nog te ordenen viel naar onderwerp. Deze stukken zijn ondergebracht in de afdeling niet serieel.
De oorspronkelijke omvang van de serie doorslagen van "Verbalen persoonlijk", uitgaande stukken van het P-archief van ministerie van Oorlog te Londen, 1941-1945 bedroeg 24 centimeter. Doorslagen die in verbaalserie "Verbalen persoonlijk" reeds voorkwamen zijn vernietigd. Alleen doorslagen die in genoemde verbaalserie niet voorkwamen zijn bewaard.
3 Bureau Inlichtingen
3.1 BI Londen
De indeling in restricted archief en het "overige" archief is gehandhaafd. Dit laatste archiefblok is verdeeld in Stukken van algemene aard en in Stukken betreffende bijzondere onderwerpen.
Onder de eerste categorie vallen de dossiers op correspondent, alsmede telegrammen en afschriften daarvan, van algemene aard. Onder de tweede categorie ressorteren de dossiers op onderwerp en de (afschriften van) telegrammen, welke geordend zijn op onderwerp.
De aangetroffen rolfilms zijn beschouwd als schaduwarchief en als een apart blok in de inventaris opgenomen.
De serie(s) verhoren van vluchtelingen/(adspirant-)vrijwilligers in de buitenposten te Lissabon, Madrid en Stockholm zijn niet compleet. De stukken betreffende de verhoren van personen met achternamen beginnend met A t/mn F ontbreken.
3.2 BI Eindhoven
Wat betreft de herkomst van de gedeponeerde archiefbescheiden inzake een door de Duitse SS ingesteld onderzoek naar de groep Fiat Libertas; dit dossier werd door medewerkers van BI eind 1944 gevonden te Vught. Gezien de aard van de stukken wordt aangenomen dat deze zich oorspronkelijk bevonden in het archief van der Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD für die besetzen niederländischen Gebiete.
3.3 BI Maastricht
De aangetroffen blokken - Ingekomen post, Uitgaande post, Politieke rapporten en Personeel - zijn gehandhaafd, alsmede de daarin aangetroffen orde.
3.4 BI Lissabon
De oorspronkelijke staat van de archieven is goed bewaard gebleven. Bij de bewerking in februari 1997 stond de hoofdindeling van het archief in twee afdelingen centraal. Tot het vertrek van Maas Geesteranus werd gewerkt volgens het agendastelsel, daarna volgens het rubriekenstelsel. Analoog daaraan is de inventaris in twee afdelingen gesplitst.
3.5 BI Madrid
Bij dit archief werden enkele gedeponeerde stukken aangetroffen. Deze stukken werden oorspronkelijk ontvangen door de gezant te Madrid. Het betreft hier retroacta inzake vluchtelingen.
De oorspronkelijke staat van het archief is goed bewaard gebleven. De bewerking in februari 1997 bestond dan ook alleen uit het volgens de regels beschrijven van de stukken.
4 Militaire Voorbereiding Terugkeer
Bij de herbewerking in 1996 is als uitgangspunt genomen de ordening naar onderwerp, zoals deze in 1960 werd aangebracht. Voorts werd er voor gekozen de bundeling per omslag (of per lias) te handhaven. Dit omdat het doorbreken hiervan de vervaardiging van een concordantie goeddeels onmogelijk zou maken.
Bij inspectie van de bundels bleek dat vermenging van archiefvormers heeft plaatsgevonden. In één omslag kwamen (en komen) zowel archiefstukken voor van bureau MVT als van de militaire inlichtingendienst.
Van enige oude orde was geen sprake meer.
Verder moest het in 1993 overgedragen archief deel afkomstig van het instituut voor Maritieme Historie van de Koninklijke marine ingebed worden in deze inventaris.
Op grond van bovenstaande werd besloten bij de herbewerking uit te gaan van het volgende:
- de bestaande nummering te vervangen door inventarisnummers;
- toevoegen van een inleiding;
- opnieuw vervaardigen van een inventaris en een nadere toegang welke tevens fungeert als concordantie;
- het chronologisch ordenen van de beschrijvingen.
Begonnen werd met het opnieuw vervaardigen van de nadere toegang. Per omslag of pak werd - aan de hand van de oude nummering - een korte beschrijving gemaakt. Daarna werden de omslagen voorzien van opvolgende inventarisnummers. Vervolgens werd - aan de hand van de nadere toegang - een inventaris samengesteld. Sommige beschrijvingen werden samengesteld uit diverse inventarisnummers.
Tenslotte werden de beschrijvingen chronologisch geordend.
Bij de beschrijvingen is tevens aangegeven - indien dit van toepassing is - de pagina('s) waar men de nadere toegang op het/de betreffend(e) inventarisnummer(s) kan vinden.
5 Collectie Commando Nederlandse troepen in Engeland
Deze collectie, welke archiefbescheiden bevat, afkomstig uit een groot aantal archieven, werd aangetroffen in wat bij het CAD bekend stond als het archief van de commandant Nederlandse troepen in Engeland. Nadere bestudering van deze verzameling bracht aan het licht dat hier sprake was van een fonds van archieven.
Aangezien voor het overgrote deel van de tot de collectie behorende archieven de oorspronkelijke structuur niet meer viel te achterhalen, laat staan te reconstrueren, is er voor gekozen het geheel als een collectie te beschouwen en de tot de collectie behorende archiefbescheiden te ordenen naar onderwerp, hierbij het structuurbeginsel negerend.
Een uitzondering vormde het persoonlijk archief van D. van Voorst Evekink: dit archief kon wel in zijn oorspronkelijke orde worden hersteld.
6 Bureau Bijzondere Opdrachten
Het archief werd in 1996 in ongeordende staat aangetroffen. Archiefdelen, series en dossiers waren dooreen geraakt. Het archief is zeer incompleet.
Tijdens de bewerking werd er voor gekozen de oude staat van het archief zo veel mogelijk te herstellen. Begonnen werd het archief weer te splitsen in de twee archiefgedeelten waaruit het archief oorspronkelijk was opgebouwd - namelijk Londen en de missie te Utrecht. Vervolgens werden, onder meer aan de hand van inboekingskenmerken, de twee archiefgedeelten zo goed als mogelijk opnieuw geordend volgens de oorspronkelijke orde, zowel series als dossiers. Vervolgens werden de aldus ontstane series en dossier verder ontsloten door nadere toegangen.
Betreffende de inv.nrs 3004-3009 het volgende. De persoonsdossiers zijn waarschijnlijk gevormd door de missie te Utrecht voor de belangenbehartiging van nabestaanden van gesneuvelde agenten en gedemobiliseerd personeel.
Daarvoor werden uit diverse archiefdelen bescheiden gelicht en in de betreffende dossiers opgenomen. Daarnaast werden de dossiers aangevuld met bescheiden, die door de missie te Utrecht zelf zijn opgemaakt en ontvangen. Ook tijdens de afwikkeling van genoemde missie en zelfs daarna - toen de dossiers reeds onder beheer van het ministerie van Oorlog waren - zijn aan deze dossiers nog stukken toegevoegd. Om het verband binnen een dossier niet te verstoren, is besloten om de persoonsdossiers intact te laten.
7 Militair attaché Brussel
Bij nadere inspectie van wat tot dan toe bekend stond als de archieven van de militair attachés Parijs en Brussel bleek dat laatstgenoemd archief bestond uit brieven, afkomstig van de militair attaché Parijs welke bij de militair attaché Brussel ingekomen waren. De twee archiefdelen werden weer bij elkaar gevoegd. De stukken werden onderwerpsgewijs geordend.
8 Marineattaché Londen
Dit archief bevat hoofdzakelijk stukken ontvangen en opgemaakt door de adjunct militair attaché, C. Moolenburgh. De stukken hebben voornamelijk betrekking op luchtbombardementen op en inundaties van bezet gebied in Nederland. Meer informatie over deze onderwerpen kan men vinden in het archief van het ministerie van Oorlog
Verbaal van 13-11-1946, nr. 342 (beheerd door het CAD) bevat een overzicht van de bombardementen uitgevoerd door de geallieerde luchtstrijdkrachten op doelen in Nederland over de jaren 1940-1945.
alsmede in het archief van de Militair Inlichtingen Documentatie.
9 Koninklijke Militaire Missie / Bureau militair attaché bij hr. Ms. Ambassade bij het hof van St. James
De looptijd van het archief betrof de jaren 1940-1949. Na afronding van de definitieve nummering en nadat de omslagen en dozen reeds van inventarisnummers waren, maar nog voor de overdracht van het gehele archief deel aan het ARA werd in het depot van het CAD nog een doos met archiefbescheiden van het onderhavige archief over 1946-1948 aangetroffen. Deze doos is waarschijnlijk tijdens de verhuizing van het CAD afgedwaald van het hoofdbestand. Besloten werd een aan het eind van de inventaris een afdeling Aanvullingen te creëren waarin ook mogelijke toekomstige aanvullingen geplaatst kunnen worden. Van het archiefdeel 1946-1948 werd 10 centimeter vernietigd.
10 Militair attaché te Washington; registratiebureau dienstplichtigen New York; het militair bureau van het consulaat-generaal der Nederlanden te New York
Tijdens de inventarisatie in 1994 bleek, dat het archief van de militair attaché Washington veel stukken bevatte die afkomstig waren uit het archief van het registratiebureau te New York en ook van het militair bureau van het consulaat-generaal der Nederlanden te New York. Hoe en wanneer deze stukken vermengd zijn met het archief van de militair attaché Washington viel niet meer te achterhalen. Wellicht dat, na opheffing van het registratiebureau, het archief is gedeponeerd en dat tijdens de inventarisatie van 1957 de stukken zijn vermengd en door de toenmalige inventarisator tot één archief zijn bestempeld. De stukken, oorspronkelijk behorend tot het archief van het registratiebureau en het militair bureau van het consulaat-generaal te New York zijn op grond van het structuurbeginsel tijdens de inventarisatie in 1994 weer afgescheiden van het archief van de militair attaché Washington en als separate archieven geïnventariseerd.
11 Marineattaché Washington
Het archief werd oorspronkelijk gevormd volgens het dossierstelsel.
Zie het registratuurplan.
In dit geval was hier sprake van dossiers waar "( ... ) de op verschillende zaken betrekking hebbende stukken ( ... ) in één map (waren) opgeborgen, waarbij de stukken chronologisch waren geordend."
Lexicon van Nederlandse archieftermen. 's-Gravenhage, 1983. 24.
In het verleden werd bij de historische sectie (later bureau Maritieme Historie) van de Marinestaf een toegang op dit archief vervaardigd. Deze inventarisatie vond plaats door het aanbrengen van codes op een deel van de archiefbescheiden. Een hoofdletter (bijvoorbeeld de J) gaf het archief aan, een kleine letter ontsloot het archiefstuk. Waarschijnlijk werd de oorspronkelijke structuur van het archief doorbroken, de stukken werden op onderwerp geordend. Een groot deel van de stukken werden echter niet beschreven en gecodeerd omdat zij blijkbaar geen (krijgs-) historische gegevens bevatten.
Bij de inventarisatie in 1994-1995 werd er voor gekozen bovengenoemde ordening te doorbreken. De stukken werden vervolgens opnieuw onderwerpsgewijs geordend, waarbij het oorspronkelijke registratuurplan bij het ontwerpen van het archiefschema als basis werd genomen.
In 1995 ontving het CAD 4 centimeter, van onderhavig archief afgedwaalde archiefbescheiden welke waren opgenomen in de collectie Tweede Wereldoorlog bij de sectie Maritieme Historie.
De archiefbescheiden beschreven onder de afdeling Aanvulling, inventarisnummers 3053-3063, werden aangetroffen in het archief van de Netherlands Purchasing Commission te New York. Dit archief bevatte vele afgedwaalde archiefbescheiden. Een tweede aanvulling, beschreven onder inv. nrs. 3067-3070, werd aangetroffen in het archiefdeel inlichtingen van het archief van de bevelhebber der zeestrijdkrachten in het oosten, dat begin 1995 door medewerkers van het CAD bij het instituut Maritieme Historie werd aangetroffen.
12 Generaal-Majoor A.Q.H. Dijxhoorn in zijn functie als gedelegeerde bij de Combined Chiefs of Staff; Wervingskantoor New York van het vrouwenkorps Koninklijk Nederlandsch-Indisch leger
Genoemde archieven werden reeds eerder bewerkt in 1956 door een medewerker van het archief der Koninklijke Landmacht te Leiden. Deze archieven zijn in het verleden vervlochten geraakt met het archief van de Nederlandse troepen in Canada. Volgens het structuurbeginsel werden de afgedwaalde archiefstukken afgescheiden en apart beschreven.
De stukken van het archief van Generaal Majoor A.Q.H. Dijxhoorn in zijn functie als gedelegeerde bij de Combined Chiefs of Staff, 1942-1943, 1945 werden waarschijnlijk in 1956 ontvangen door het Archief van de Koninklijke Landmacht.
Zestiende jaarverslag, 1 januari 1956 - 1 januari 1957, 5.
13 Militair bureau van het consulaat-generaal te Montreal
Tijdens de selectie en inventarisatie van dit archief werd een tweetal kopergravures en twee stempels aangetroffen. Deze werden afgescheiden van het archief en in juli 1994 overgedragen aan het Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum Generaal Hoefer.
Het archief bevat ook stukken van voor de oprichting van het Bureau. Deze stukken behoren waarschijnlijk tot het archief van het consulaat-generaal te Montreal. Aangezien het militaire zaken betreft werd de behandeling van deze stukken mogelijk overgenomen door het militair bureau.
14 Militair attaché te Bern
Het overgedragen deel heeft een omvang van 73 centimeter. Het CAD houdt nog onder zijn beheer circa 3,5 meter.
In het archief werden ook bescheiden van het fonds Katz aangetroffen. Dit fonds voerde een eigen, zij het eenvoudige boekhouding (overzichten van uitgaven en inkomsten). Uitgaande correspondentie die de militair attaché voerde als beheerder van het fonds werd ondertekend met "militair attaché" en kreeg ook gewoon een (doorlopend) nummer in de reeks uitgaande brieven. Wel kregen (sommige) stukken het stempel "fonds Katz". Echter, niets wijst er op dat het fonds een apart archief vormde. Deze stukken zijn dan ook als afdeling ondergebracht bij het archief van de militair attaché.
Tijdens de inventarisatiewerkzaamheden van deel B werd opgemerkt dat in de map correspondentie met J.H. van Borsum Buisman naast expeditie-exemplaren zich ook minuten bevonden - getuige de parafering van de stukken. Een verklaring hiervoor is wellicht gelegen in het feit, dat het persoonlijk archief van Borsum Buisman - dat betrekking had op zijn illegale werkzaamheden in Genève - na de opheffing van de afdeling Genève door de militair attaché is opgevraagd. Deze theorie wordt ondersteund door een memorandum van 14 september 1944:
( ... ) meen ik U te moeten aanraden ten spoedigste alle bij JB liggende stukken en originelen op te vragen die op Uw werk betrekking hebben. Deze dienen bij U bewaard te worden totdat ze hetzij vernietigd mogen worden, danwel aan BI respectievelijk [het ministerie van] Oorlog afgedragen kunnen worden.
Hiermee is meteen de tweedeling van het archief verklaard. Alle stukken welke betrekking hadden op werkzaamheden van Van Tricht voor BI werden zeer waarschijnlijk na afloop van deze werkzaamheden overgeplaatst naar BI Wassenaar danwel het ministerie van Oorlog. Vervolgens is het archiefdeel gaan zwerven om tenslotte bij de sectie algemene zaken van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten te belanden.