2.21.340 Inventaris van het archief van L.B.J. Stuyt (1914-2000) over de jaren (1914) 1951-2000

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Tot 1950

Lodewijk Benedictus Johannes (Louis) Stuyt werd op 16 juni 1914 in Amsterdam geboren als zoon van de architect Jan Stuyt. Na een medische opleiding aan de Gemeenteuniversiteit aldaar behaalde hij in 1942 zijn artsexamen. Vanaf dat jaar was hij als assistent werkzaam in het Ziekenhuis van Johannes de Deo in Den Haag (thans het Westeinde Ziekenhuis) totdat hij in 1947 promoveerde en als internist werd erkend. Van 1948 tot 1950 vervulde hij als officier van gezondheid zijn militaire dienstplicht bij de Nederlandse marine, die toen in Nederlandsch-Indië werkzaam was, wat een onderbreking van zijn Haagse loopbaan betekende.

1951-1970

In 1951 werd hij hoofd van de afdeling Inwendige Ziekten van het ziekenhuis. Hij speelde een vooraanstaande rol in het management van het ziekenhuis en het specialisme van zijn vakgebied. Hij maakte zich sterk voor een landelijke en internationale vakorganisatie voor interne geneeskunde. Hij werd voorzitter van de Nederlandse Internisten Vereniging NIV en initiatiefnemer van de Europese Internisten Vereniging (AEMIE). Ook werd hij voorzitter van de Haagse afdeling van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst en van de Landelijke Specialisten Vereniging. Als katholiek arts was hij toen ook betrokken bij de discussies over de op handen zijnde veranderingen in de medische ethiek, die haaks bleken te staan op de opvattingen van het Vaticaan inzake de conceptie en de instandhouding van zwangerschap en menselijke leven.

1971-1973

In 1971 werd het kabinet-Biesheuvel geformeerd, een coalitie van de KVP, AR, CHU en VVD met de nieuwe politieke partij DS '70 van Willem Drees jr. Stuyt werd minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, en staande zijn benoeming lid van de KVP. Tijdens de formatie bleek een initiatiefvoorstel van de Tweede Kamer om abortus uit het wetboek van strafrecht te krijgen te zijn gestrand op het verzet van de Eerste Kamer; er moest een nieuwe regeling worden voorbereid. Het kabinet besloot in zijn regeerakkoord een nieuwe wet voor te bereiden waarin de strafbaarstelling van abortus weliswaar werd gehandhaafd, maar nader zou worden geregeld. Het ontwerp van Stuyt in samenwerking met de minister van Justitie A.A.M. van Agt haalde echter geen kamermeerderheid, waardoor het vraagstuk in een impasse geraakte. Tegelijkertijd moesten beide ministers zich verantwoorden tegenover hun kerkelijke gezagsdragers, voor wie de afwijking van de pauselijke leer op dit punt te ver ging.
Als minister voor Volksgezondheid was hij de eerste die aandrong op bezuiniging en kostenbesparing in de gezondheidszorg, Op het gebied van milieubeheer formuleerde Stuyt in 1972 een algemeen beleidskader in de vorm van een Urgentienota, Deze nota, feitelijk het eerste Nederlandse milieubeleidsplan, was gebaseerd op verdragsafspraken, in het voorjaar gemaakt tijdens de eerste VN Milieuconferentie te Stockholm, waarbij Stuyt als afgevaardigde voor Nederland optrad. De nota gaf aanleiding tot de voorbereiding van tal van preventieve milieuwetten, zoals tegen milieugevaarlijke (afval-)stoffen en de bodemverontreiniging, waarvan de totstandkoming nog een decennium in beslag zou nemen.

Vanaf 1973

Na zijn ministerschap werd Stuyt tijdelijk directeur-generaal van het Nederlandse Rode Kruis, waarvoor hij verder als medisch adviseur functioneerde. Het jaar daarop, in 1974, werd hij namelijk voorzitter van de Centrale Organisatie van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO). Deze functie legde hij neer toen het gehele bestuur aftrad wegens een reorganisatie in 1980. Daarna werd hij aangewezen als lid van de Raad van State in buitengewone dienst, een functie die hij op 70-jarige leeftijd moest neerleggen. Zijn benoeming viel samen met zijn voorzitterschap van de Nationale Commissie Internationaal Jaar voor Gehandicapten (1980-1981) en de functies en verbindtenissen die hij tijdens dit voorzitterschap op zich had genomen. Tijdens de campagnes die in dat jaar waren gevoerd, legde hij vooral de nadruk op de preventie van invaliditeit, in het bijzonder de strijd tegen daarmee verband houdende ziekten als polio. Hij maakte contact met het Save the Children Fund, waarvoor hij een Nederlandse afdeling oprichtte: deze vereniging hield zich onder meer bezig met het inentingsbeleid van kinderen tegen besmettelijke ziekten in de ontwikkelingslanden.
Van 1983 tot 1985 nam Stuyt het voorzitterschap van de Gezondheidsraad waar, een instelling, waarin hij reeds na zijn aftreden als minister actief lid was. Zijn verdiensten op het terrein van de gezondheidszorg leverden hem internationale relaties op, die hem een belangrijk netwerk bezorgden, Zo werd hij in 1973 benoemd tot 'fellow' van het Royal College of Physicians en de Royal Society of Medecine in Londen. Dit, en zijn activiteiten voor de Europese symposia, die door het Parijs Institut des Sciences de la Santé waren georganiseerd op verschillende locaties binnen Europa, waren van groot belang voor de samenwerkingsverbanden die hem na zijn 70e nog voor ogen stonden. Want emeritus was hij nog lang niet
Na zijn ontslag als lid van de Raad van State werd Stuyt namelijk voorzitter van het bestuur van het Instituut voor Gezondheidsethiek aan de universiteit van Maastricht. Uitgangspunten van dit instituut was de katholieke grondslag van de universiteit. Daarom kreeg Stuyt contact met zijn katholieke collegae en bestuursleden van andere universiteiten, die in de Internationale Federatie van Katholieke Universiteiten (FIUC) een Taskforce hadden opgericht, met het doel een gezamenlijk standpunt te formuleren voor de ethische vragen die zich op medisch terrein voordeden. Zo werd Stuyt geconfronteerd met de door het Nederlandse parlement aangenomen euthanasiewetgeving, die door bepaalde kringen in het Vaticaan en in de Verenigde Staten tot heftige veroordelingen leidde. Hij heeft de nieuwe regels in verschillende conferenties besproken en van commentaar voorzien. Samen net de FIUC en Nederlandse universitaire instellingen verleende hij advies en bijstand aan katholieke universitaire instellingen in Indonesië en de Filippijnen.
Stuyt had binnen de medische wereld vooral naam gemaakt als manager op het gebied van gezondheidszorg en de beleidsvoorbereiding daarin. Tot ca. 1995 bleef hij werkzaam, toen hij meer en meer gehinderd werd door medische kwalen en het rustiger aan moest doen. Op 30 oktober 2000 overleed hij in Den Haag.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het hier beschreven bestand betreft de particulier bijeengehouden stukken van Stuyt. Dossiers inzake zijn werkzaamheden als arts in het Ziekenhuis van Johannes de Deo zijn door hem aan de administratie van het ziekenhuis toevertrouwd. Dat geldt ook voor een groot deel van zijn correspondentie als minister, als voorzitter van de Centrale Organisatie TNO, van de Gezondheidsraad en als lid van de Raad van State. Veel uitvoerige dossiers hebben betrekking op zijn internationale contacten, die hij persoonlijk heeft onderhouden.
Het archief werd in september 2003 door H.L.J.M. Stuyt in Warmond en R.P.M. Stuyt te Amsterdam aan het Nationaal Archief geschonken.
Het archief is door schenking verworven.