Jaarlijks wordt in een aantal landen de Black History Month, ofwel de Maand van de Zwarte Geschiedenis, gevierd. In Nederland staat de schijnwerper vooral op de geschiedenis en bijdragen van de Afro-Nederlandse gemeenschap, en op het creëren van bewustzijn over racisme en de sociale positie van zwarte mensen. Deze bijdrage gaat over een Ashanti-prins, die in de negentiende eeuw de eerste zwarte mijningenieur werd.
Aquasi Boachi
Het levensverhaal van Aquasi Boachi (1827-1904) spreekt tot de verbeelding. Tijdens het bewind van de Nederlanders over de Nederlandse Goudkust (in het huidige Ghana) sloot generaal-majoor Jan Verveer namens koning Willem I een overeenkomst met de koning van Ashanti. Daarin beloofde de vader van Aquasi jaarlijks enkele duizenden soldaten voor Nederlands Oost-Indië te leveren. Hij kreeg daarvoor betaald en stuurde als onderdeel van de overeenkomst zijn oudste zoon Aquasi Boachi en diens neef Quamina Poco naar Nederland. Zij konden daar dan een goede opleiding volgen.
In Delft verbleef Aquasi op een kostschool en hij studeerde mijnbouw aan de Koninklijke Akademie, opgericht in 1842 door Koning Willem II en voorloper van de TU Delft. De afdeling mijnbouw had nauwe banden met Indië. Tussen 1850 en 1900 leverde Delft 55 afgestudeerde mijningenieurs af, waarvan er 53 naar Indië gingen. In dat gezelschap was Aquasi de enige buitenlander.
Geen leidinggevende
Aquasi vertrok in 1850 naar Indië. Hij was vastbesloten om er carrière te maken, maar kort na zijn benoeming als mijningenieur kreeg hij te horen dat hij geen leidinggevende positie zou kunnen krijgen. Dat had te maken met zijn huidskleur. Het leidde ertoe dat de prins al in 1856 ontslag nam uit overheidsdienst. Bovendien had hij genoeg van de voortdurende pesterijen en discriminatie door zijn leidinggevende. Aquasi verzocht om schadeloosstelling. Koning Willem III zorgde voor een levenslange maandelijkse toelage van 500 gulden (fl). Dat was een vorstelijk salaris (vier keer modaal of meer). Ook kreeg hij het recht uitgebreide gronden te pachten en in cultuur te brengen.
De schilder
Het Nationaal Archief bewaart twee brieven van Aquasi aan de vroegere gouverneur-generaal James Loudon. In de eerste brief van 28 april 1880 meldt hij de plotselinge dood van ‘schilder des Konings’ Raden Saleh. Deze beroemde Indische kunstenaar heeft decennia eerder een levensgroot groepsportret van de twee Ashanti-jongens en generaal-majoor Verveer geschilderd. Dat werd aan de koning van Ashanti aangeboden. Het portret bleef echter achter in Fort Elmina, waar het binnen een tiental jaren grotendeels verging. Saleh’s zwaar zieke weduwe verkeert in grote armoede. Aquasi smeekt Loudon daarom, als haar verzoekschrift om een toelage aan de regering niets oplevert, een goed woordje voor haar bij koning Willem III te doen. Hij vertrouwt op de grootmoedigheid van de vorst want ‘meer dan welligt iemand was ik in de gelegenheid, om ’s-Konings grootmoedigheid te bewonderen’. Aquasi stelt voor haar levenslang met een maandelijks bedrag van fl. 60 a fl. 100 bij te staan.
Overlijden
De Nederlands-Indische regering besloot positief en kende de weduwe een toelage toe. Dat bleek niet meer nodig, want zij overleed al op 31 juli. Aquasi schrijft hierover in zijn brief van 16 september 1880 aan Loudon. Hij bedankt de oud-bestuurder voor diens ‘welwillend en vereerend schrijven’, dat hij half augustus ontving. Aquasi schoot uit eigen zak de kosten van de begrafenis van fl. 250 voor. Zelf overleed de prins op 9 juni 1904 in het ziekenhuis in Buitenzorg, waar hij enkele maanden vanwege een slepende ziekte had gewoond.
Het leven van Aquasi Boachi heeft door de roman De zwarte met het witte hart (1997) van Arthur Japin bij het grote publiek bekendheid gekregen.
Bronnen
- Stamboeken Burgerlijke Ambtenaren (1836–1936):
Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën, 1836–1936. - Brieven van Aquasi Boachi:
2.21.183.50 Inventaris van het archief van jhr. mr. James Loudon (1824–1900), 1841–1888 (–1921) | nr. 119–119a. - Brief van Raden Saleh aan James Loudon (1872/1874):
2.21.183.50 Inventaris van het archief van jhr. mr. James Loudon (1824–1900), 1841–1888 (–1921) | nr. 29.