Nederlandse kastelen na de oorlog

28 november 2025

Vandaag is het 80 jaar geleden dat de Nederlandse Kastelenstichting (NKS) werd opgericht. De oprichting van de NKS, op 28 november 1945, was het directe gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Na het vertrek van de Duitse bezetter nam de Nederlandse staat het bezit in beslag van Duitsers die in Nederland woonden en van mensen die verdacht werden van collaboratie. De NSK kreeg de opdracht om geconfisqueerde kastelen en landgoederen te beheren.

Besluit Vijandelijk Vermogen

De Nederlandse regering in ballingschap vaardigde al in oktober 1944 in Londen het Besluit Vijandelijk Vermogen (BVV) uit. Hierdoor werd het bezit van Duitsers die in Nederland woonden automatisch geconfisqueerd. Ook kon het bezit van (vermeende) Nederlandse collaborateurs in beslag worden genomen.

Na de oorlog werd er direct actie ondernomen. In augustus 1945 werd het Nederlands Beheersinstituut (NBI) opgericht. Het NBI kreeg de taak om het in beslag genomen (onroerend) goed te beheren. Voor het beheer van geconfisqueerde kastelen en landgoederen kreeg het NBI ondersteuning van de Nederlandse Kastelenstichting. Uiteindelijk kreeg deze stichting circa 40 kastelen en landgoederen in beheer.

Ontvijanding

Gedupeerde kasteeleigenaren konden een ontvijandingsprocedure starten om hun bezit weer terug te krijgen. Een van hen was de Duitse Frida Cleve-Mollard. Zij en haar echtgenoot, de kunstenaar Richard Cleve, hadden in 1906 kasteel Cannenburch in Gelderland verworven. In 1936 keerde Frida, inmiddels weduwe, terug naar Berlijn. De Duitsers namen aan het begin van de oorlog het kasteel in beslag en hielden er pro-Duitse journalistenkampen. Na de oorlog confisqueerde het NBI het kasteel. Frida probeerde tevergeefs om Cannenburch terug te krijgen. In 1951 verkocht het NBI het kasteel voor een laag bedrag. Frida ontving slechts een maandelijkse toelage als compensatie. In het archief van het NBI zit een fors dossier op Frida’s naam over het beheer van Cannenburch.

Collaborerende kasteeleigenaren

Een deel van de in beslag genomen kastelen was in bezit van kasteeleigenaren die verdacht werden van collaboratie. Vaak ging het om adellijke geslachten die vanwege hun familiebanden met de Duitse adel verdacht waren. Een voorbeeld waren leden van de familie Van Aldenburg Bentinck, die onder andere de kastelen Amerongen (Utrecht) en Middachten (Gelderland) bewoonden.

Om hun bezit en personeel te beschermen werkten kasteeleigenaren soms samen met de bezetter. Andere kasteeleigenaren waren overtuigde nationaalsocialisten, zoals Graaf Max de Marchant et d’Ansembourg (1894-1975) die het Limburgse kasteel Amstenrade bezat. De Marchant was sinds 1933 lid van de NSB. In 1941 werd hij door Seyss-Inquart benoemd tot commissaris in de provincie Limburg.

Bijzondere rechtspleging

Na de oorlog confisqueerde de Nederlandse staat de bezittingen (waaronder kasteel Middachten) van William graaf van Aldenburg Bentinck (1880-1958) en de bezittingen (waaronder kasteel Amstenrade) van graaf De Marchant. De omvangrijke dossiers over het beheer van hun goederen zijn terug te vinden in het archief van het NBI. Beide graven zijn bovendien onderzocht binnen de bijzondere rechtspleging: een speciaal rechtssysteem dat tot doel had om personen te onderzoeken op samenwerking met de Duitse bezetter (en eventueel te berechten). De dossiers van de graven zitten in het Centraal Archief Bijzondere Rechtpleging (CABR).

De Marchant werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. In 1954 werd hij vervroegd vrijgelaten, waarna hij weer op Amstenrade ging wonen. Van Aldenburg Bentinck, die naast de Nederlandse ook de Duitse nationaliteit had, kwam er met een geldboete vanaf. Hem werd onder meer verweten dat hij profijt had gehad van de Duitse bezetting. Uit zijn dossier wordt duidelijk dat zijn gedrag meer voortkwam uit pragmatisme, dan uit een werkelijk pro-Duitse houding. Zo bevat zijn dossier onder andere een brief van een verzetsgroep uit Rheden (het dorp naast kasteel Middachten) waarin wordt opgemerkt dat ‘ook al heeft Graaf Bentinck foute handelingen verricht, er van een foute instelling of gezindheid bij hem geen sprake was.’

Einde samenwerking

De samenwerking tussen het NBI en de NKS duurde uiteindelijk niet lang door tegengestelde belangen. Zo had de stichting geld nodig voor het onderhoud van de kastelen, terwijl het NBI van de regering niet te veel geld mocht uitgeven aan de geconfisqueerde bezittingen. In 1951 eindigde de samenwerking. De NKS richtte zich vanaf dat moment meer op haar publiekstaak en op haar wetenschappelijke taak: het onderzoek naar kastelen en historische buitenplaatsen. Dat doet ze tot op de dag van vandaag.

Zelf onderzoek doen?

Archieven met informatie over de NKS: