Nieuw binnengekomen archief: Max Alkadrie, voorvechter van een federaal Indonesië

Hamid Alkadrie na 8 jaar gevangenschap herenigd met echtgenote Didi en kinderen 1958 foto: J.D. Noske
8 april 2025

Sjarif Abdul Hamid Alkadrie, roepnaam Max, was militair in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en sultan van Pontianak (West-Borneo). Vanaf 1946 was Alkadrie een sleutelfiguur in het diplomatiek overleg over de toekomst van Indonesië. Het archief van Hamid en zijn echtgenote Didi van Delden is sinds kort in te zien bij het Nationaal Archief. 

Westerse opvoeding en opleiding

Hamid komt op 12 juli 1913 ter wereld in Pontianak (West-Borneo). Zijn vader, sultan Mohammed II van Pontianak, vertrouwt hem toe aan twee Britse dames uit Singapore. Daar krijgt hij tijdens zijn vroege jeugd een christelijke opvoeding. Terug in Indonesië bezoekt hij de Europeesche Lagere School in meerdere plaatsen en daarna de HBS in Bandung. Als kostganger bij een Nederlands gezin leert hij vloeiend Nederlands.   
In 1933 vertrekt Hamid naar Nederland om aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda te worden opgeleid tot beroepsofficier (infanterie) in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Op de boot ontmoet hij Dina (Didi) van Delden, een in Indonesië geboren Nederlandse. Zij trouwen in 1938 op Java en krijgen twee kinderen (Edith, geboren 1939 en Max jr., geboren 1942).

Tweede Wereldoorlog

In 1942 belandt Hamid in een Japans interneringskamp. Dankzij zijn Indonesische komaf kan hij snel vrijkomen, maar vanwege zijn eed van trouw aan koningin Wilhelmina besluit hij krijgsgevangene te blijven. De Tweede Wereldoorlog laat diepe sporen na; zijn vader en drie broers worden op gruwelijke wijze omgebracht door de Japanse bezetter.

Pion in het diplomatieke spel

Op 17 augustus 1945 roepen de Indonesische nationalisten onder leiding van Soekarno eenzijdig de Republiek Indonesië uit. Op verzoek van H.J. van Mook, luitenant-gouverneur-generaal van Nederlands Indië, aanvaardt Hamid in oktober 1945 de vrijgevallen sultanstroon. De Nederlanders zien in hem vooral een belangrijke pion in het diplomatieke spel; hij is westers georiënteerd, Nederlandsgezind en voorstander van een federaal Indonesië, waarbij verschillende deelstaten een eigen regering hebben. Hamid moet tegenwicht bieden aan de Indonesische nationalisten die streven naar een centraal geregeerde staat. 

Voorstander van federaal Indonesië

Vanaf 1946 speelt Hamid een prominente rol bij de Nederlands-Indonesische onderhandelingen over de toekomst van Indonesië. Ook onderneemt hij missies naar de VS en Saoedi-Arabië om steun te zoeken voor een federaal Indonesië. Eind jaren veertig winnen Hamids politieke tegenstanders terrein. Zijn wil om met Nederland samen te werken en liefde voor het Nederlandse koningshuis wekken steeds meer wantrouwen. Na een mislukte staatsgreep van radicale nationalisten, waarbij ook Hamid en zijn gezin doelwit zijn, wordt het zijn vrouw Didi te heet onder de voeten. Nadat ze met Hamid de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, op 27 december 1949 in Den Haag, heeft bijgewoond, blijft zij met de kinderen achter in Nederland. Tot aan haar dood in 2010 woont Didi in Den Haag. Hamid blijft in Indonesië, en neemt zelfs plaats in de eerste (en laatste) regering van de onafhankelijke Verenigde Staten van Indonesië. Maar als minister zonder portefeuille heeft hij weinig invloed. President Soekarno schrapt het woord ‘Serikat’ (Verenigd) al snel uit de naam van het land en smeedt een centraal bestuurd Indonesië.  

Gevangenis

In 1950 neemt Hamids leven een dramatische wending. In de nacht van 4 op 5 april wordt hij van zijn bed gelicht en gevangengezet op verdenking van hoogverraad. De officiële aanklacht luidt medeplichtigheid aan de mislukte APRA-coup van ex-KNIL-officier Raymond Westerling. In januari 1950 bezetten enkele honderden voormalige KNIL-militairen onder commando van Westerling een deel van Bandung met het doel de Indonesische regering af te zetten. Westerling had Hamid meermaals verzocht zich bij hem aan te sluiten, maar hij wees elke vorm van samenwerking stellig van de hand. Hamid wordt pas in 1953 berecht. Tijdens een showproces in Jakarta wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar. In 1958 komt hij wegens goed gedrag vervroegd vrij.

Hamid keert niet terug als sultan, die titel was hem bij zijn arrestatie ontnomen. Hij blijft in Indonesië. Tussen 1962 en 1965 is hij opnieuw politiek gevangene. Hij sterft in 1978, nog altijd in de overtuiging dat de federale staatsvorm het best past bij Indonesië. Vooral vanwege de omvang van het land en de vele culturen die Indonesië kent.

Archief

Het archief van Hamid en Didi Alkadrie betreft hun levens na de Tweede Wereldoorlog. Het bevat veel correspondentie, vooral van Didi, die deels over Hamids gevangenschappen gaan. Bijzonder zijn verder Hamids verslagen van zijn diplomatieke missies naar de VS en Saoedi-Arabië tijdens de onderhandelingen met Indonesië. In het archief is ook bijzonder fotomateriaal te vinden.

Zelf onderzoek doen? Bekijk het archief van het echtpaar Sjarif Hamid Alkadrie, sultan Hamid II van Pontianak [levensjaren1913-1978] en Dina Alkadrie-van Delden [levensjaren 1915-2010], (1900) 1946-1996 (2017), 2.21.470