Op 26 oktober viert de Koninklijke Marechaussee (KMar) haar verjaardag, ook wel Wapendag genoemd. De marechaussee is de militaire politie van de Nederlandse krijgsmacht. Beveiliging en grensbewaking behoren tot de belangrijkste taken. Uniek is dat de taken van de marechaussee zowel onder het ministerie van Defensie, als onder het ministerie van Justitie vallen. Dat is het resultaat van een complexe geschiedenis. Het Nationaal Archief krijgt regelmatig vragen over de marechaussee. Veel vragen gaan over marechausseepersoneel. Om onderzoekers op weg te helpen heeft het Nationaal Archief een nieuwe zoekhulp gemaakt. Deze is vanaf vandaag te bekijken op onze website.
Beginjaren
De marechaussee werd op 26 oktober 1814 opgericht door koning Willem I. Na de oprichting werden marechaussees vooral in Limburg gestationeerd. Tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) waren de grenzen van Nederland nog niet definitief vastgesteld. Een militaire aanwezigheid in Limburg leek Willem I een goede manier om aanspraak op het gebied te maken. Na de Tiendaagse veldtocht in 1831, toen België zich afsplitste van Nederland, werd de marechaussee gesplitst in de Gendarmerie Nationale Belge (Rijkswacht) en de Koninklijke Marechaussee. Er waren verschillende voor- en tegenstanders van de marechaussee. Tegenstanders vreesden onder meer het harde optreden van de marechaussee en de inmenging in de lokale politie.
Militaire of burgerlijke politie?
In 1848 wilde Thorbecke de militaire politie vervangen door een burgerlijke variant. Uiteindelijk werd een compromis gesloten waarbij de marechaussee vooral in Zuid-Nederland actief zou blijven. In Noord-Nederland werd een burgerlijke Rijksveldwacht geïnstalleerd, die onder het ministerie van Justitie viel. De marechaussee was echter veel slagvaardiger, omdat ze te paard opereerde, terwijl de Rijksveldwacht afhankelijk was van dienstfietsen.
Commissie Kist
Eind 19e eeuw laaide de discussie weer op of Nederland een militaire of burgerlijke rijkspolitie moest hebben. In 1899 boog de Staatscommissie Kist zich over deze vraag. In 1901 concludeerde de commissie dat een burgerlijk politiecorps het beste zou zijn. Toch veranderde er weinig.
Korps Politietroepen
Na de mislukte revolutie van Pieter Jelles Troelstra in 1918 besloot minister Heemskerk van Justitie de politiekorpsen uit te breiden. Zo ontstond in 1919 een nieuw politiekorps naast de bestaande korpsen: het Korps Politietroepen. Dit korps nam taken over van de marechaussee en de Rijksveldwacht. Het leidde tot onvrede en verdere versplintering van het politiebestel. Het Korps Politietroepen, dat al snel groter werd dan de andere twee korpsen samen, werd vooral in het oosten van Nederland gestationeerd. In 1940 werd het opgeheven door de Duitse bezetter.
De bezetting
De Duitse bezetter voerde ingrijpende veranderingen door bij de Koninklijke Marechaussee. Het predicaat ‘Koninklijk’ verviel, en de militaire status werd ingeruild voor een burgerstatus. Ook kwam de marechaussee volledig onder het ministerie van Justitie te vallen. Hanns Albin Rauter, die als hoogste SS-er het politiebestel onder zich kreeg, schafte de burgerlijke rijkspolitiekorpsen en de Rijksveldwacht af. Volgens hem moest de politie worden gecentraliseerd, gemilitariseerd en genazificeerd. In 1942 werden alle officieren in krijgsgevangenschap genomen. Ze werden vervangen door NSB’ers en SS’ers. In grote steden werd de Staatspolitie geïnstalleerd; in kleinere steden de gemeentepolitie. Op het platteland bleef de marechaussee actief.
Koninklijke Marechaussee na de oorlog
Al tijdens de oorlog werd er nagedacht over politiehervormingen. Minister van Justitie Van Angeren wilde maar één politiekorps, waarin een beperkte rol was weggelegd voor de marechaussee. De officieren van de marechaussee zagen echter een belangrijkere rol voor hun korps. Van Angeren drukte zijn Politiebesluit 1945 door, waardoor er een nieuw Korps Rijkspolitie ontstond. Vanwege de betere arbeidsvoorwaarden stapten veel marechaussees over naar dit korps. Pas in 1954 werd een nieuw takenbesluit vastgesteld, waarin de taken van de Koninklijke Marechaussee werden vastgelegd.
Zelf onderzoek doen?
- Bekijk de zoekhulp Koninklijke Marechaussee 1814-1950.
- Via de website van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) kunt u op naam zoeken naar Marechausseepersoneel uit de periode 1814-1940. Het gaat om circa 14.000 personen. De personeelsgegevens zijn vooral afkomstig uit stamboeken die bij het Nationaal Archief worden bewaard.