Gratieverzoeken, 1813-1988

Gratie is een kwijtschelding, vermindering of een verandering van een straf. Bent u op zoek naar een gratieverzoek? Gebruik dan deze zoekhulp.

Alles uitklappen

Gratie wordt verleend bij Koninklijk Besluit (KB). In de zoekhulp over Koninklijke Besluiten leest u hoe u een KB vindt.  

In de archieven van het Keizerlijk Gerechtshof (1811-1813) en het Hooggerechtshof der Verenigde Nederlanden (1813-1838), archiefnummer 2.09.17, zitten in de inventarisnummers 620-682 stukken over gratie, waaronder het register op de gratieverzoeken. 

Informatie over gratieverzoeken uit de periode 1823-1876 zit in de archieven van het ministerie van Justitie, 1813-1876 (archiefnummer 2.09.01). Om deze informatie te vinden maakt u gebruik van de klappers en de indexen uit de inventarisnummers 4258-4565. Voor de periode 1823-1838 gebruikt u de algemene klappers en indexen. Vanaf 1839 zijn er speciale klappers en indexen op de gratieverzoeken. 

Klapper

U begint uw onderzoek met de klappers. Klappers zijn alfabetisch geordende lijsten met plaats- en/of persoonsnamen, die verwijzingen bevatten naar onderwerpen en volgnummers in een index. 

Hoe gaat u te werk?

  • Zoek in inventarisnummer 4258-4565 het jaar op, waarin het gratieverzoek is ingediend. Weet u niet precies in welk jaar het verzoek is ingediend? Bekijk dan de klappers van de jaren voorafgaande aan het uiteindelijke gratiebesluit.
  • Er opent een viewer, waarin u de scans van de klapper kunt bekijken. 
  • Zoek in de klapper de naam van de persoon over wie het gratieverzoek gaat. Achter de naam ziet u een verwijzing naar een onderwerp en een volgnummer. Noteer deze informatie.

Voorbeeld gratieverzoek van H. Aarde (1841):

U zoekt informatie over het gratieverzoek van H. Aarde uit 1841. De klapper op de gratieverzoeken uit 1841 vindt u in inventarisnummer 4326. In de klapper bladert u naar de namen die beginnen met de A. U vindt de volgende vermelding:

Voorbeeld van een vermelding in een klapper

Onder de naam 'Aarde' ziet u de afkorting 'gr. b. del.' (dit staat voor: gratie en remissie van straf burgerlijke delinquenten) en het nummer 473 (in de rode kaders). U noteert deze informatie.

Index

Indexen zijn alfabetisch op onderwerp geordende registers, waarin data vermeld staan (onder andere) van besluiten die over een onderwerp genomen zijn. 

U gaat als volgt te werk:

  • Klik op het inventarisnummer met de index uit hetzelfde jaar als de klapper die u gebruikt heeft.
  • Er opent een viewer, waarin u de scans van de index kunt bekijken. 
  • Zoek in de index het eerder genoteerde onderwerp op en vervolgens het eerder genoteerde nummer. Achter het nummer ziet u een datum en een beschrijving van de stukken en het volgnummer van de stukken. Vaak staan er ook verwijzingen naar andere nummers. Volg deze verwijzingen tot u de term ‘executie’ ziet staan, met daarbij een datum en een volgnummer. Noteer deze informatie.

Voorbeeld gratieverzoek van H. Aarde (1841):

De index over gratieverzoeken uit 1841 vindt u in inventarisnummer 4325. In de index bladert u door de scans naar het onderwerp 'gratie en remissie van straf burgerlijke delinquenten' en daarna naar het volgnummer 473. U vindt de volgende vermelding:

Gratie: voorbeeld index

U ziet de vermelding over H. Aarde. In de rechterkolom ziet u een verwijzing 'zie 917'. In dezelfde index bladert u verder naar de scan, waarop nummer 917 staat. U vindt de volgende vermelding:

Gratie: voorbeeld index

In de rechterkolom vindt u nieuwe verwijzingen (rood omkaderd). De verwijzing naar het nummer 473 hoeft u niet te volgen, omdat u dit volgnummer zojuist al bekeken heeft. U gaat op zoek naar de volgnummers 529 en 1043. Bij volgnummer 529 ziet u de term ‘executie’ niet staan. U ziet alleen een verwijzing terug naar volgnummer 917.

Gratie: voorbeeld index

U bladert vervolgens naar de scan waarop volgnummer 1043 staat. U vindt de volgende vermelding:

Gratie: voorbeeld index

In de rechterkolom vindt u nieuwe verwijzingen (rood omkaderd). U volgt de verwijzingen naar de verschillende volgnummers tot u uiteindelijk bij nummer 1084 het woord 'executie' ziet staan:

Gratie: voorbeeld index

U noteert de bijbehorende datum, 22 april 1841, en het volgnummer 29 (rood omkaderd).

Verbaal

U gaat de datum nu opzoeken in het algemeen verbaal (inventarisnummers 517-2896 ). 

U gaat als volgt te werk:

  • Klik op het inventarisnummer met de datum die u eerder heeft genoteerd. 
  • Er opent een viewer met de scans van het inventarisnummer. Blader naar de juiste datum en daarbinnen naar het juiste volgnummer. Daar vindt u informatie over het gratieverzoek.

Voorbeeld gratieverzoek van H. Aarde (1841):

U heeft het verbaal nodig van 22 april 1841, de datum van executie. Dit verbaal zit in inventarisnummer 1073 (in de periode 17-30 april 1841). U bladert door de scans van dit inventarisnummer naar de datum 22 april, en vervolgens naar nummer 29. Daar vindt u informatie over het gratieverzoek.

Archief Justitie, 2.09.01, inv.nr. 1073, verbaal

 

Andere inventarisnummers over gratieverzoeken

Het archief van het ministerie van Justitie 1813-1876 (archiefnummer 2.09.01) heeft ook een losse serie met inventarisnummers over gratie. Het gaat om de  inventarisnummers 5154 tot en met 5171

Andere archieven met informatie over gratieverzoeken (1823-1876)

Archief Hooggerechtshof

Tot 1838 geeft het Hooggerechtshof advies over gratieverzoeken. In de archieven van het Keizerlijk Gerechtshof (1811-1813) en het Hooggerechtshof der Verenigde Nederlanden (1813-1838), archiefnummer 2.09.17, zitten in de  inventarisnummers 620-682 stukken over gratie, waaronder het register op de gratieverzoeken. Dit register bevat onder andere de volgende gegevens:

  • de naam van de verzoeker; 
  • een korte samenvatting van het verzoek;
  • een korte samenvatting van het advies. 

Archief Hoge Raad 

Na 1838 adviseert de Hoge Raad over gratieverzoeken. In de inventarisnummers 359-371 uit het archief van de Hoge Raad der Nederlanden 1838-1939 (archiefnummer 2.09.28) zitten gratieregisters uit de periode 1838-1874. De gratieregisters zijn toegankelijk via de alfabetische namenklappers (op naam van de verzoeker) in de inventarisnummers 356-358. De daadwerkelijke adviezen van de Hoge Raad over gratieverzoeken uit deze periode zijn niet bewaard gebleven (alleen de korte samenvattingen van de adviezen in de gratieregisters).

Informatie over gratieverzoeken uit de periode 1876-1914 zit in de archieven van het Ministerie van Justitie: Verbaalarchief, 1876-1914 (archiefnummer 2.09.05). Om deze informatie te vinden maakt u gebruik van de klappers en de indexen.

Klappers

U begint uw onderzoek met de klappers. Klappers zijn alfabetisch geordende lijsten op plaats- en/of persoonsnamen met verwijzingen naar onderwerpen en volgnummers in een index. U gaat de klapper bekijken van het jaar, waarin het gratieverzoek is ingediend. Weet u niet precies in welk jaar het verzoek is ingediend? Bekijk dan de klappers van de jaren voorafgaande aan het uiteindelijke gratiebesluit.

De tabel hieronder geeft een overzicht van de inventarisnummers met klappers uit verschillende jaren.  

Inventarisnummers met klappers (gratieverzoeken)
PeriodeInventarisnummers
1876-18783386-3388
1879-18892004-2014
1890-19062765-2781
1907-19145995-6002

U gaat als volgt te werk:

  • Klik op het inventarisnummer (rode nummer) met de klapper van het jaar dat het gratieverzoek is ingediend. Kies voor de optie ‘Reserveer’ om de klapper in de studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag te komen bekijken. Wilt u scans bestellen? Kies dan de optie ‘Scans bestellen’. 
  • Zoek in de klapper de naam op van de persoon over wie het gratieverzoek gaat. Achter de naam ziet u een verwijzing naar een onderwerp en het volgnummer in de index. Noteer deze informatie.

Indexen

Indexen zijn alfabetisch op onderwerp geordende registers, waarin data vermeld staan (onder andere) van besluiten die over een onderwerp genomen zijn.  De tabel hieronder geeft een overzicht van de inventarisnummers met indexen uit verschillende jaren.

Inventarisnummers met indexen (gratieverzoeken)
PeriodeInventarisnummers
1876-18783383-3385
1879-18891991-2003
1890-1906  2748-2764
1907-19145987-5994

U gaat als volgt te werk:

  • Klik op het inventarisnummer, waarin de index zit uit hetzelfde jaar als de klapper die u gebruikt heeft. Kies voor de optie ‘Reserveer’ om de klapper in de studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag te komen bekijken of kies voor ‘Scans bestellen’. 
  • Zoek in de index het eerder genoteerde nummer (uit de klapper) op. Achter het nummer ziet u een datum en een beschrijving van de stukken en het volgnummer van de stukken. Vaak staan er ook verwijzingen naar andere nummers in de index. Volg deze verwijzingen tot u de term ‘executie’ ziet staan, met daarbij een datum en een volgnummer. Noteer deze informatie.

Verbalen

U gaat de datum opzoeken in de verbalen. In de verbalen zit informatie over de gratieverzoeken. Ze zijn chronologisch geordend op datum van afhandeling. De tabel hieronder geeft een overzicht van de inventarisnummers, waarin zich de verbalen uit verschillende jaren bevinden.  

Inventarisnummers met verbalen
PeriodeInventarisnummers
1 september 1876 t/m 30 november 18783299-3372
2 december 1878 t/m 30 augustus 18891628-1968
2 september 1889 t/m 29 september 19052260-2713
1 oktober 1906 t/m 31 december 1914 4903-5854

U gaat als volgt te werk:

  • Klik op het inventarisnummer, waarin de datum zit die u eerder heeft genoteerd. U kunt vervolgens het inventarisnummer reserveren of scans ervan bestellen. 
  • Als u de verbalen bekijkt, bladert u naar de juiste datum en daarbinnen naar het juiste volgnummer. Daar vindt u informatie over het gratieverzoek. 

Andere inventarisnummers over gratieverzoeken

De volgende inventarisnummers uit het verbaalarchief van het ministerie van Justitie, 1876-1914 (2.09.05) gaan ook over gratieverlening:

Andere archieven met informatie over gratieverzoeken (1876-1914)

Archief Hoge Raad

Na 1838 adviseert de Hoge Raad over gratieverzoeken. In de inventarisnummers 353-355 en 474-478 uit het archief van de Hoge Raad der Nederlanden 1838-1939 (2.09.28) vindt u de adviezen over gratieverzoeken van de Hoge Raad uit de periode 1901-1929. De adviezen van vóór 1901 zijn niet bewaard gebleven.

Informatie over gratieverzoeken uit de periode 1915-1945 zit in de archieven van het Ministerie van Justitie: Verbaalarchief, 1915-1955 (archiefnummer 2.09.22).

Klappers

U begint uw onderzoek met de klappers. Klappers zijn alfabetisch geordende lijsten op plaats- en/of persoonsnamen met verwijzingen naar onderwerpen en volgnummers in een index. Bekijk de klapper van het jaar, waarin het gratieverzoek is ingediend. Weet u niet precies in welk jaar het verzoek is ingediend? Bekijk dan de klappers van de jaren voorafgaande aan het uiteindelijke gratiebesluit.

De tabel hieronder geeft een overzicht van de inventarisnummers met klappers uit verschillende jaren.

Inventarisnummers met klappers (gratieverzoeken)
PeriodeInventarisnummers
1915-192314943-14957

1924-1931

14959-14968
1932-194014969-14984
1941-194514985-14999

U gaat als volgt te werk:

  • Klik op het inventarisnummer (rode nummer) met de klapper van het jaar dat het gratieverzoek is ingediend. Kies voor de optie ‘Reserveer’ om de klapper in onze studiezaal te komen bekijken. Wilt u scans bestellen? Kies dan de optie ‘Scans bestellen’. 

  • Zoek in de klapper de naam van de persoon over wie het gratieverzoek gaat. Achter de naam ziet u een verwijzing naar een onderwerp en het volgnummer in de index. Noteer deze informatie.

Indexen

Indexen zijn alfabetisch op onderwerp geordende registers, waarin data vermeld staan (onder andere) van besluiten die over een onderwerp genomen zijn. De tabel hieronder geeft een overzicht van de inventarisnummers met indexen uit verschillende jaren.

Inventarisnummers met indexen (gratieverzoeken)
PeriodeInventarisnummers
1915-192314930-14942
1924-193114959-14968
1932-194014969-14984
1941-194514985-14999

Let op: voor de periode 1924-1945 zijn de klappers en indexen gecombineerd in hetzelfde inventarisnummer.  

U gaat als volgt te werk:

  • Klik op het inventarisnummer met de index uit hetzelfde jaar als de klapper die u heeft gebruikt. Kies voor de optie ‘Reserveer’ om de index in onze studiezaal te komen bekijken of kies voor ‘Scans bestellen’. 
  • Zoek in de index het eerder genoteerde nummer (uit de klapper) op. Achter het nummer ziet u een datum en een beschrijving van de stukken en het volgnummer van de stukken. Vaak staan er ook verwijzingen naar andere nummers in de index. Volg deze verwijzingen tot u de term ‘executie’ ziet staan, met daarbij een datum en een volgnummer. Noteer deze informatie.

Verbalen

U gaat de datum opzoeken in de verbalen. In de verbalen zit informatie over de gratieverzoeken. Ze zijn chronologisch geordend op datum van afhandeling. De verbalen uit de periode 2 januari 1915-31 december 1945 bevinden zich in de inventarisnummers 6701-12621 uit het verbaalarchief van het ministerie van Justitie (archiefnummer 2.09.22).

U gaat als volgt te werk:

  • Klik op het inventarisnummer, waarin de datum zit die u eerder genoteerd heeft. 
  • U kunt vervolgens het inventarisnummer reserveren of scans ervan bestellen. Zodra u het verbaal bekijkt, bladert u naar de juiste datum en daarbinnen naar het juiste volgnummer. Daar vindt u informatie over het gratieverzoek. 

Andere archieven met informatie over gratieverzoeken (1915-1945)

Archief van de Hoge Raad 1838-1939 

In de inventarisnummers 353-355 en 474-478 uit het archief van de Hoge Raad der Nederlanden 1838-1939 (2.09.28) zitten adviezen van de Hoge Raad over gratieverzoeken uit de periode 1901-1929. 

Archief van de Hoge Raad 1940-1979 

In de inventarisnummers 2562-2564 uit het archief van de Hoge Raad 1940-1979, archiefnummer 2.09.65, zitten registers van gratieverzoeken uit de periode 1923-1985. Deze registers bevatten gegevens over de indiening van het gratieverzoek, de behandeling en de uitspraak. De registers zijn beperkt openbaar (b-beperking). Wilt u informatie bekijken uit een gratieregister? Stuur dan een mail naar info@nationaalarchief.nl.  

Politieke delinquenten zijn personen die na de Tweede Wereldoorlog zijn onderzocht en veroordeeld voor samenwerking (collaboratie) met de Duitse bezetter. Regelmatig deden zij of hun familieleden een gratieverzoek. 

Gratiedossiers van politieke delinquenten zitten in verschillende archieven:  

  • Voor de periode 1945-1977 is er een speciaal archief van het ministerie van Justitie, over gratie op doodstraffen (archiefnummer 2.09.71). Hierin zitten persoonsdossiers over toegekende en afgewezen gratieverzoeken op de doodstraf. 
  • In het archief van het ministerie van Justititie/DGBR (archiefnummer 2.09.08) zitten stukken over gratieverzoeken. In de inventarisnummers 116-121 zit een index op de gratieverzoekschriften uit de periode 1946-1948. Deze index is alfabetisch geordend op achternaam. In de index staan verwijzingen naar de gratiedossiers uit de inventarisnummers 128-202. Stukken over het afwijzen van gratieverzoeken uit 1946 zijn alfabetisch geordend op achternaam en zitten in de inventarisnummers 112-115. In de inventarisnummers 1932-2041 zitten stukken over het kwijtschelden van internering en over vervroegde invrijheidstelling.
  • Een deel van de gratiedossiers uit de periode 1947-1988 zit in het archief van het ministerie van Justitie, Gratiebeleid en uitvoering, 1947-1988 (archiefnummer 2.09.116). Hierin zitten ook gratiedossiers die niet over politieke delinquenten gaan. Het archief bevat de volgende soorten dossiers:
    - dossiers over gratieverlening aan politieke delinquenten;
    - dossiers over gratieverlening met betrekking tot bepaalde maatschappelijke relevante gebeurtenissen of groeperingen;
    - dossiers over bijzondere gratiezaken;
    - een steekproef van de dossiers van de overige gratiezaken: van iedere jaargang is de eerste en laatste archiefdoos bewaard.

    De gratiedossiers van personen die geboren zijn vóór 1926 zijn openbaar. Ze zijn op naam te vinden in de archiefinventaris. U kunt deze dossiers zelf online reserveren. Het is ook mogelijk om scans van de dossiers te bestellen. De gratiedossiers van personen die geboren zijn na 1 januari 1926 zijn beperkt openbaar (b-beperking). Hiervoor moet u een aanvraag indienen. 

Wilt u een beperkt openbaar gratiedossier bekijken?    
Stuur dan een mail naar info@nationaalarchief.nl.     

Zet in uw mail de volgende gegevens over de persoon, van wie u het gratiedossier wilt bekijken:

  • de volledige naam 
  • de geboortedatum

Is de persoon overleden? Stuur dan een bewijs van overlijden mee. Als bewijs van overlijden accepteren wij een scan of digitale foto van één van de volgende documenten:

  • een uittreksel uit het overlijdensregister van de burgerlijke stand;
  • een rouwkaart of rouwadvertentie (de website Mensenlinq bevat veel rouwadvertenties die sinds 2005 in regionale dagbladen verschenen);
  • de persoonskaart (op te vragen bij het CBG|Centrum voor Familiegeschiedenis);
  • de grafsteen met daarop de volledige naam, geboorte- en sterfdatum (goed leesbaar).

Leeft de persoon nog? Stuur dan een ondertekende verklaring (of brief) mee waarin de persoon u toestemming geeft om het dossier op te vragen en in te zien. Een voorbeeld van een toestemmingsverklaring vindt u op de pagina Toestemmingsverklaring inzage. Voeg ook een veilige kopie toe van het identiteitsbewijs van de betreffende persoon en een veilige kopie van uw eigen identiteitsbewijs.

  • In het archief van het ministerie van Justitie, A-dossiers en voorlopers, 1949-1987, archiefnummer 2.09.105, zitten ook gratiedossiers. Het gaat bijvoorbeeld om gratieverlening ter gelegenheid van het 50-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina en de troonsopvolging door Juliana in de periode 1946-1950 (zie paragraaf 2.4.3.2.07 Gratieverzoeken en opschorting van gevangenisstraffen). Een deel van deze archiefstukken is openbaar en een deel is beperkt openbaar (b-beperking). Wilt u een beperkt openbaar archiefstuk bekijken? Stuur dan een mail naar info@nationaalarchief.nl
  • In het archief van de Hoge Raad 1940-1979, archiefnummer 2.09.65, bevinden zich in de inventarisnummers 2562-2564 registers van gratieverzoeken uit de periode 1923-1985. Deze registers bevatten gegevens over de indiening van het gratieverzoek, de behandeling en de uitspraak. De registers zijn beperkt openbaar (b-beperking). Wilt u informatie bekijken uit een gratieregister? Stuur dan een mail naar info@nationaalarchief.nl.  

Tot 1838 werd een verzoek (rekest) om gratie of strafvermindering naar de koning gestuurd. De koning stuurde dit verzoek door naar de minister van Justitie, die het weer doorstuurde naar het Hooggerechtshof. De kamerpresidenten van het Hooggerechtshof maakten vervolgens rapport op en stuurden het verzoek ter overweging naar de procureur-generaal van het veroordelende hof. De Commissie van Gratie van het Hooggerechtshof, bestaande uit de kamerpresidenten en de procureur-generaal, stelde een advies op en zond dit weer naar het ministerie van Justitie. Dit advies werd door de minister voorzien van commentaar en naar de koning gestuurd. Deze nam het uiteindelijke besluit over het verzoek.

Soms behandelde de Raad van Gratie het verzoek. Deze raad kwam bijeen op advies van de Commissie van Gratie om ernstige zaken, zoals verzoeken van gratie op doodstraffen, te bespreken. Niet alle rekesten over doodstraffen werden hier besproken. Sinds 1839 is de Raad van Gratie vermoedelijk niet meer bij elkaar geweest.

Vanaf 1838 tot 1848 adviseerde de Hoge Raad over alle gratieverzoeken. Dit veranderde in 1848 toen in de Grondwet (art. 66) werd vastgelegd dat de Hoge Raad alleen nog moest adviseren over gratieverzoeken bij veroordelingen van minstens drie jaar gevangenisstraf.

Gratiebesluit 1856

In 1856 werden de eerdere besluiten over de behandeling van gratieverzoeken opgenomen in een officieel Gratiebesluit. In het concept van dit besluit werd in eerste instantie een artikel 9 opgenomen, waarin stond dat de minister van Justitie zelf gratieverzoeken mocht afwijzen. Dit artikel werd later uit het besluit verwijderd. Vervolgens werd het wel opgenomen in een interne instructie voor het ministerie van Justitie (geheim Koninklijk Besluit van 21 oktober 1856, nr. 82).

Gratiebesluit 1887

In 1887 kwam er een nieuw Gratiebesluit. Hierin stond dat de Hoge Raad adviseerde over gratieverzoeken:
- als de oorspronkelijke straf was opgelegd door rechters in de koloniën;
- als de oorspronkelijke straf was opgelegd door consulaire rechtbanken;
- én als bij de indiening van het verzoek meer dan drie jaar waren verlopen sinds de uitspraak van de rechter.

Wijzigingen Gratiebesluit twintigste eeuw

In de twintigste eeuw werd het Gratiebesluit verschillende keren gewijzigd. De eerste wijziging in 1919 maakte collectieve gratie formeel mogelijk. Door een tweede wijziging in 1925 verviel de adviserende taak van de Hoge Raad bij ‘gewone’ gratieverzoeken. Deze taak werd overgenomen door de rechter die de straf had opgelegd. Door deze wijziging daalde het aantal adviezen van de Hoge Raad  van enkele tientallen tot slechts enkelen per jaar.

Politieke delinquenten

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de overheid te maken met gratieverzoeken van mensen die veroordeeld waren voor samenwerking met de Duitse bezetter: de politieke delinquenten. Deze gratieverzoeken kwamen net als andere verzoeken terecht bij de minister van Justitie. De Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging (DGBR) was in eerste instantie verantwoordelijk voor de behandeling van de verzoeken. Op 1 januari 1949 werd de DGBR opgeheven.

Gratieregeling 1976

In 1976 kwam er een nieuwe Gratieregeling. Hierin werd officieel vastgelegd dat de minister van Justitie een gratieverzoek zelf (bij Koninklijke Machtiging) kon afwijzen. Eerder gebeurde dit op basis van het geheime KB, nr. 82, van 21 oktober 1856 (zie hiervoor). Ook werd de al bestaande praktijk van voorwaardelijke gratieverlening als procedure in de regeling vastgelegd.

Gratiewet 1983

In 1983 werd de Gratieregeling omgezet in een Gratiewet. De Gratiewet kende een aantal vernieuwingen. Zo moesten gratieverzoeken volgens de wet worden getoetst op de volgende punten:  

  • Zijn er omstandigheden waarmee de rechter op het tijdstip van zijn beslissing geen of onvoldoende rekening heeft gehouden, of heeft kunnen houden? En, zo ja, zou de rechter, als hij van deze omstandigheden had geweten, een andere straf of maatregel hebben opgelegd of ervan af hebben gezien? 
  • Heeft het uitvoeren of voortzetten van de straf nog zin? Wordt het doel van de straf er nog mee gediend?

Daarnaast was er volgens de nieuwe wet niet alleen gratie van straffen mogelijk, maar ook van bepaalde strafrechtelijke maatregelen. Ook kon er gratie verleend worden van straffen die een buitenlandse rechter had opgelegd, maar die in Nederland werden uitgevoerd. Verder keerde artikel 20 van de regeling van 1976 (die gratie op de doodstraf in oorlogstijd regelde) niet meer terug in de Gratiewet.