Naturalisaties 16e eeuw - 1950

Naturalisatie is het verlenen van het Nederlanderschap aan in Nederland of in de Nederlandse koloniën gevestigde vreemdelingen. Bent u op zoek naar informatie over een naturalisatie? Gebruik dan deze zoekhulp.

Alles uitklappen

Archiefstukken over naturalisatie zijn niet digitaal beschikbaar. U kunt in de studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag onderzoek komen doen.

Wel kunt u, voor de periode 1815-1934, bepalen of en wanneer een bepaalde persoon genaturaliseerd is. Voor de periode 1815-1849 is er een alfabetische namenlijst op de website van het CBG Centrum voor Familiegeschiedenis. Voor de periode 1850-1934 is er een externe database.

Digitaal zoeken naar de naam van een mogelijk genaturaliseerde in de jaren 1935-1950 is ingewikkelder. Omdat naturalisaties in deze periode bij wet werden verleend, zijn de namen van verzoekers terug te vinden in de Handelingen van de Staten-Generaal.

Ook bestaat er een database op gelijkstellingen (1870-1919)/toepasselijkverklaringen (1920-1949) en naturalisaties (1850-1984) van in Nederlands-Indië geboren personen.

Naturalisatiestukken zijn in te delen in drie categorieën:

  1. Verzoekschriften oftewel rekesten van personen die voor naturalisatie in aanmerking willen komen.
  2. Ambtsberichten van autoriteiten met inlichtingen over de verzoekers: dit zijn de door Justitie ingewonnen adviezen over het "zedelijk en maatschappelijk gedrag".
  3. Wetten en besluiten waarbij naturalisatie is verleend.

Wat voor extra informatie deze stukken geven over de genaturaliseerde, varieert. Niet altijd geeft de verzoeker in zijn verzoekschrift een reden voor zijn wens tot naturalisatie anders dan dat hij langdurig in Nederland verblijft en van plan is er te blijven wonen. Een geboorteakte kan bij de stukken ontbreken, dit geldt vooral voor de periode 1850-1886. De verklaringen van de autoriteiten bevatten soms weinig meer dan dat de verzoeker "van onbesproken gedrag" is. Maar er zijn ook voorbeelden genoeg waarbij het verzoekschrift of de ambtsberichten (vooral van de plaatselijke autoriteiten zoals de burgemeester of de inspecteur van politie) persoonlijke informatie bevat. Vanaf de jaren 1930 zijn zeer gedetailleerde vragenformulieren gebruikt.

Het verlenen van naturalisatie tot Nederlander, of het inboorlingschap van een bepaald gewest van de Republiek, is vóór 1795 een gewestelijke aangelegenheid. Bij het Nationaal Archief zijn naturalisatiestukken aanwezig van het gewest Holland en het gewest Brabant.

Voor onderzoek naar de verlening van het inboorlingschap van de gewesten Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Zeeland (met uitzondering van Zeeuws-Vlaanderen) kunt u terecht bij de regionaal-historische centra in de provinciehoofdsteden.

Brabant, (delen van) Limburg, en Zeeuws-Vlaanderen waren geen zelfstandige gewesten, maar vormden de zogenoemde Generaliteitslanden die bestuurlijk onder de Staten-Generaal vielen. In het archief Staten-Generaal, aanwezig bij het Nationaal Archief, zijn voor zover bekend alleen naturalisaties tot Brabander terug te vinden, waaronder ook inwoners van Maastricht zijn begrepen.

Naturalisatie tot Hollander

Wilt u meer weten over het verlenen van naturalisatie oftewel het inboorlingschap van het gewest Holland vóór 1795 dan maakt u gebruik van het archief Staten van Holland 1572-1795 (3.01.04.01). Voor de periode 1572 tot 1795 zoekt u in de gedrukte indexen zoeken op het trefwoord 'Naturalisatiën'. Deze indexen vindt u in de inventarisnummers 281-298. Inventarisnummers 1-280 bevatten de resoluties waarnaar de indexen verwijzen.

Periode 1670-1795

Bent u op zoek naar een verleende naturalisatie tot Hollander in de periode 1670-1795 dan is onderzoek vrij eenvoudig. Er bestaat een speciaal register van akten van naturalisatie, voorzien van een index op persoonsnamen: inventarisnummer 1763 van het bovengenoemde archief Staten van Holland. Heeft u succes met dit register, dan vraagt u vervolgens een inventarisnummer uit de serie 1763A-1765A aan. Deze nummers bevatten "minuut-akten van naturalisatie" met daarbij de rekesten, adviezen en eventuele overige bijlagen. Voor deze periode gebruikt u alleen de gedrukte indexen en de resoluties, genoemd in de vorige alinea, als u op zoek bent naar een niet ingewilligd verzoek, of bij wijze van een extra controle in het zeldzame geval dat een naturalisatie niet is opgenomen in inventarisnummer 1763.

Naturalisatie tot Brabander

Naturalisatie tot Brabander was uitsluitend bedoeld voor personen die in een ander gewest van de Republiek waren geboren en die in Brabant een ambt wilden vervullen. Informatie over deze naturalisaties is deels te vinden met behulp van literatuuronderzoek en deels met archiefonderzoek: het archief Staten-Generaal (1.01.02) en het archief Fagel (1.10.29). Voor de periode 1576-1625 kunt u bij uw onderzoek volstaan met het raadplegen van de in het informatiecentrum aanwezige serie Rijksgeschiedkundige Publicatiën (RGP) en dan de onderdelen Resolutiën der Staten-Generaal. Dit zijn de RGP-delen 26, 33, 41, 43, 47, 51, 55, 57, 62, 71, 85, 92, 101, 131, 135, 151, 152, 176, 187, 208 en 223. Alle delen zijn voorzien van een index op persoonsnaam. Voor de periode vanaf 1626 is archiefonderzoek vereist.

Inventarisnummers voor onderzoek naar naturalisaties tot Brabander 1626-1795

Archief Inv.nrs. Archiefstuk Periode
1.01.02 3684-3695 Meerjarige indexen 1626-1699
1.01.02 3865-3868 Meerjarige indexen 1700-1749
1.01.02 62, 3185-3195 en 3244-3282 Resoluties, vaak met jaarlijkse index 1626-1670
1.10.94 400-432 Gedrukte resoluties met jaarlijkse index 1671-1704
1.01.02 3760-3864 Gedrukte resoluties met jaarlijkse index 1705-1796

 

In de indexen kan niet op persoonsnaam worden gezocht, maar alleen op trefwoord. Als u helemaal niet weet of en wanneer een naturalisatie(verzoek) tot Brabander heeft plaatsgevonden, dan raadpleegt u het beste in de periode 1626-1749 de meerjarige indexen. Als u wel weet wanneer een naturalisatie(verzoek) (ongeveer) heeft plaatsgevonden, vraagt u meteen het deel met de resoluties aan van het desbetreffende jaar of jaren, waarbij meestal een index is bijgevoegd.
Heeft u de resolutie gevonden? U kunt dan nog, als laatste stap van uw onderzoek, de serie Aktenboeken van de periode 1589-1794 in het archief Staten-Generaal (1.01.02) (inv.nrs. 12298-12356) bekijken. Hierin vindt u het afschrift van de verleende akte van naturalisatie tot Brabander. De kans bestaat echter dat de tekst van de akte hetzelfde is als de resolutie. Dat levert dus geen extra inhoudelijke informatie op.

Voor zover bekend zijn in de jaren 1795-1810 slechts de volgende negen personen genaturaliseerd:

J.B. Auffmorth, C.F. Kaempf, J.H. Strup, C.C. Pahlig, J.B. Dumonceau, A. Bruno, J.J. Tarayre, E.J. Travers en A.M.C. Gillet Ducoudray.

Wilt u meer te weten komen over deze naturalisaties, raadpleeg dan de onderzoeksaanwijzingen in de Naturalisatiegids: Gids voor het archiefonderzoek naar naturalisaties in het Algemeen Rijksarchief ('s-Gravenhage 2000). Aanwezig in ons informatiecentrum onder code S11 A28.

In de periode 1810-1813 was Nederland ingelijfd bij Frankrijk en was naturalisatie tot Nederlander daarom niet aan de orde. 

Koninklijke Besluiten 1815-1849

In de periode 1815-1849 is naturalisatie verleend bij Koninklijk Besluit (KB). Zie de alfabetische namenlijst van genaturaliseerden, voorzien van datum en dagnummer van het KB (uit Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel 46 (1992) pag. 220-243). Hiermee kunt u in het archief Staatssecretarie 1815-1840 (2.02.01) en het archief Kabinet des Konings 1841-1849 (2.02.04) het betreffende KB terugvinden. KB's van vóór 11 november 1815 bevinden zich in het archief Staatssecretarie in het Algemeen Rijksarchief te Brussel.

Periode 1815 - juni 1832

Gaat het om een Koninklijk Besluit uit de jaren 1815 - juni 1832 dan kunt u ervoor kiezen om alleen onderzoek te doen naar het KB. In deze periode zou het KB namelijk als bijlage het ingediende verzoekschrift moeten bevatten. In de periode daarna is het verzoekschrift uitsluitend te vinden in het archief Ministerie van Justitie, wat meer ingewikkeld archiefonderzoek vereist. 

Onderzoek in het archief Ministerie van Justitie 1815-1849: namenklapper - index - verbaal

De volgende stap is het opzoeken van de onderliggende naturalisatiestukken in het archief Ministerie van Justitie (2.09.01): het verzoekschrift uit de periode 16 sept. 1832 - 1849, en de ambtsberichten van 1815-1849. U vraagt tegelijkertijd de namenklapper en de index aan van het jaar waarin de naturalisatieaanvraag is afgedaan.
In de periode 1815-1823 is er nog niet het systematisch onderscheid tussen klappers en indexen zoals dat vanaf 1823 tot ver in de 20e eeuw in gebruik was. Zie voor deze beginjaren in het bijzonder de inventarisnummers 234, 240, 250, 270-271, 294, 314, 335, 356, 377, 398, 425-427, 433, 441, 443-452.
Bij de serie indexen vanaf 1823 vraagt u altijd de index aan waarin de letter B (van Bijzondere Individuele Belangen) voorkomt. De verbalen (de inhoudelijke stukken) kunt u pas aanvragen als u namenklapper en index geraadpleegd heeft.
U begint met de namenklapper. Komt de naam er niet in voor? Vraagt u dan de namenklapper (en meteen ook de index) van het voorafgaande jaar aan.

Verbaalgegevens in de index

Een naam in de namenklapper van een bepaald jaar verwijst naar 1. een rubriek in de index van dat jaar 2. naar een subrubriek binnen die rubriek en 3. naar het volgnummer binnen de subrubriek. Bij naturalisatie gaat het om de rubriek Bijzondere Individuele Belangen, subrubriek Naturalisatiën (meestal afgekort tot B.I.Bel.Natur.). U zoekt rubriek, subrubriek en volgnummer in de index op en u ziet vervolgens vermeldingen van gewisselde stukken. De data en nummers in de tweede kolom, ter linkerzijde van de vermeldingen, zijn de verbaalgegevens die u noteert. Soms ziet u in de rechterkolom een verwijzing naar een eerder of later volgnummer van dezelfde subrubriek. U zoekt dan verder in de index, om bij dat andere volgnummer ook weer de verbaalgegevens te noteren. Ook wordt in de index soms verwezen naar de index van een voorafgaand of volgend jaar. Dan vraagt u ook nog de index van dat jaar aan.
Heeft u alle verbaaldata en bijbehorende nummers genoteerd, dan zoekt u in de series verbalen de inventarisnummers op die betrekking hebben op de door u genoteerde data en u vraagt deze inventarisnummers aan. Bij sommige van deze data treft u, als u binnen de datum zoekt op het bijbehorende nummer, inderdaad stukken aan, bij andere niet. 

Inventarisnummers voor onderzoek naar naturalisaties 1815-1849

Archief Inv.nrs. Archiefstuk Periode
2.02.01 66-1850 Koninklijke Besluiten 1815-1823
2.09.01 234 e.v. Klappers en indexen 1815-1823
2.09.01 13-190 Verbalen 1815-1823
2.02.01 1570-4656 Koninklijke Besluiten 1823-1840
2.02.04 1-591 Koninklijke Besluiten 1841-1849
2.09.01 4258-4378 Klappers en Indexen
(Vraag de indexen waarin de letter B voorkomt)
1823-1849
2.09.01 517-1327 Verbalen 1823-1849


Let op: inventarisnummer 4859 van het archief Ministerie van Justitie (2.09.01) bevat een pak buiten verbaal gehouden naturalisatiestukken van de periode 1816-1849(1851). Heeft u onderzoek gedaan volgens de bovenstaande aanwijzingen naar het verzoekschrift uit 1832-1849 en de ambtsberichten 1816-1849 en heeft u niets of maar weinig relevants gevonden, dan kan het zin hebben om dit inventarisnummer alsnog te bekijken. 

In deze periode is naturalisatie verleend bij wet. U zoekt eerst de naturalisatiewet op in het Staatsblad. Vervolgens doet u onderzoek in het archief ministerie van Justitie naar het ingediende verzoekschrift en naar de ambtsberichten met inlichtingen over de verzoeker.

Beperkte openbaarheid van stukken jonger dan 75 jaar

Het archief Ministerie van Justitie is beperkt openbaar voor zover het gaat om stukken jonger dan 75 jaar. Dit betekent dat u voor het traceren van naturalisatiestukken uit de periode 1941-1950 een verzoek tot inzage bij het Nationaal Archief kunt indienen. Het Nationaal Archief doet kosteloos het benodigde vooronderzoek om de naturalisatiestukken te traceren en laat u het resultaat weten, waarna u een afspraak voor inzage kunt maken. Gaat het om iemand die langer dan 100 jaar geleden geboren is? Dan hebben wij de volledige naam en geboortedatum nodig, en het jaar van naturalisatie. Is hij korter dan 100 jaar geleden geboren, dan hebben wij ook nog ofwel een bewijs van overlijden nodig ofwel toestemming van de betrokkene indien nog in leven.

Naturalisatiewet in het Staatsblad, vanaf 1851

In de periode 1851-1953 is naturalisatie altijd verleend bij wet. Zoals iedere andere wet wordt ook een naturalisatiewet gepubliceerd in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. Zie de database Naturalisaties 1851-1934 voor persoonsgegevens en de datum van de naturalisatiewet. U kunt, eventueel ter controle, voor de periode 1851-1924 ook het Register Luttenberg raadplegen (aanwezig in het informatiecentrum van het Nationaal Archief onder code S19 C1). Aan de hand van de datum zoekt u de tekst van de wet in het Staatsblad. Na 1934 vindt u jaarlijkse naamlijsten van genaturaliseerden in alfabetische registers die in de staatsbladen in de rubriek Naturalisatie (en Nederlanderschap) zijn opgenomen (soms verspreid over de verschillende delen van het Staatsblad van hetzelfde jaar).
Staatsbladen zijn niet aanwezig in het informatiecentrum maar wel in het bibliotheekdepot van het Nationaal Archief onder code V1011. U vraagt ze bij de balie aan voor raadpleging. Staatsbladen zijn ook elders in Nederland bij universiteitsbibliotheken te bekijken.

Noteer de eerste naam uit het Staatsblad!

U noteert de naam van de eerste persoon die op diezelfde dag is genaturaliseerd of - in de periode 1922-1950 - de naam van de eerste persoon van elk groepje (van circa 20 mensen) dat die dag is genaturaliseerd. Dit gegeven is van belang omdat u, als u geïnteresseerd bent in de onderliggende naturalisatiestukken, in de studiezaal een of meer van de jaarlijkse indexen uit het archief Ministerie van Justitie moet doorzoeken, waar u na een aantal doorverwijzingen vaak uw eigen persoon "verliest". U heeft dan alleen nog houvast aan de naam van de eerste genaturaliseerde van die dag of - vanaf 1922 - de eerste naam van het groepje waartoe de door u gezochte genaturaliseerde behoort, of van een ander groepje van die dag.

Onderzoek in de archieven Ministerie van Justitie 1851-1950: namenklapper - index - verbaal

U heeft de naturalisatiewet in het Staatsblad gevonden en eventueel gekopieerd en nu wilt u het verzoekschrift en de ambtsberichten van de autoriteiten achterhalen. Dan doet u dit met behulp van het archief Ministerie van Justitie (archiefinventarissen 2.09.01, 2.09.05, 2.09.22). Het onderzoek verloopt in drie stappen: namenklapper – index – verbaal. U begint met het tegelijk aanvragen van de namenklapper en de index van het jaar waarin de naturalisatie heeft plaats gevonden. U zoekt eerst in de namenklapper naar de achternaam. Vaak blijkt dan dat u de naam niet vindt omdat het verzoekschrift een of twee jaar eerder is ingediend. Dan vraagt u de namenklapper en de index van het voorafgaande jaar/de voorafgaande twee jaar aan.

Namen van de naturalisatierubrieken in de indexen 1851-1950

Wanneer u de naam vindt in de namenklapper, ziet u achter de naam een verwijzing naar een rubriek, in de periode 1851-1885 ook nog naar een subrubriek, en een volgnummer. De naam van de naturalisatierubriek in de indexen varieert door de jaren heen.

  • Tot en met 1884 is het Bijzondere Individuele Belangen, subrubriek Naturalisatie, meestal afgekort tot B.I.Bel.Natur.
  • In het jaar 1885 is het Bijzondere Belangen, subrubriek Naturalisatie etc., meestal afgekort tot Bbel.Natur.
  • In de periode 1886-1893 is het Burgerlijke en burgerschapsrechten, meestal afgekort tot Burg.Rechten.
  • In de periode 1894-1907 is het Nederlanderschap, ingezetenschap, naturalisatie, meestal afgekort tot Nederl.
  • In de periode 1908-1920 is het Naturalisatie, Nederlanderschap, ingezetenschap, meestal afgekort tot Ned.
  • In het jaar 1921 is het Naturalisatie, Nederlanderschap enz., meestal afgekort tot Ned.
  • In het jaar 1922 is het Letter I, naturalisatie, afgekort tot: Letter I.
  • In de periode 1923-1931 is het Letter I. 
  • In de periode 1932-1950: niet van toepassing.

Zoeken in de index 1851-1931

U zoekt in de index (van hetzelfde jaar als de namenklapper) achtereenvolgens op: de rubriek, in de periode 1851-1885 de subrubriek en binnen de (sub)rubriek het volgnummer. U ziet daar vermeldingen van gewisselde stukken, voorzien van data. Soms ziet u in de rechterkolom een verwijzing naar een hoger volgnummer in dezelfde index, of een volgnummer in de index van het jaar daarna. Bij alle volgnummers vindt u vermeldingen van gewisselde stukken. U zoekt net zo lang tot de term "executie" of "geexecuteerd" opduikt. Naturalisatiedossiers zijn opgeborgen in de serie verbalen op datum van de executie (= ambtelijke tenuitvoerlegging van de naturalisatiewet).

Uitzondering: naturalisatiedossiers 1851-1876

In het algemeen zitten naturalisatiedossiers en -stukken verspreid in het archief Ministerie van Justitie, tussen allerlei andere onderwerpen in die ook tot het taakgebied van het ministerie horen. In de jaren 1851-1876 echter is het, voor wat naturalisaties betreft, anders ingericht: de naturalisatiedossiers zijn allemaal bij elkaar opgeborgen in één grote serie, op volgorde van de executiedatum (deze datum is dicht in de buurt van de datum van de naturalisatiewet dus houdt u die datum aan). Zie voor deze serie inventarisnummers 4860-4876 van archiefinventaris 2.09.01. In principe hoeft u dus niet eerst in namenklappers en indexen te gaan zoeken, wat het onderzoek een stuk gemakkelijker maakt.

Vat u de term "dossier" overigens niet te strikt op. In het algemeen zullen bij elkaar behorende stukken in deze serie wel voorzien zijn van een omslagje. Maar er zitten ook losse stukken in de pakken. Kijkt u daarom het pak voor de zekerheid in zijn geheel door. 

Maar, vindt u in deze serie niet het dossier dat u zoekt of alleen stukken over de parlementaire behandeling zoals het ontwerp van wet of de memorie van toelichting? Dan moet u alsnog zoeken in de klappers en indexen, zoals hierboven beschreven, en daarna in de verbalen. U heeft daarvoor nodig archiefinventaris 2.09.01. De inventarisnummers van de namenklappers en indexen zijn 4384-4565. De indexen moeten de letter B bevatten. De inventarisnummers van de verbalen zijn 1367-2896.

Klappers en indexen 1932-1950

In de periode 1932-1950 gaat het onderzoek naar de onderliggende naturalisatiestukken (het verzoekschrift en de ambtsberichten) iets anders. In deze jaren zijn namenklappers en indexen gecombineerd in één deel dat meerdere jaren bestrijkt. U vraagt tegelijk aan: 1. de klapper-index waarin de eerste letter van de naam van de betrokkene voorkomt en 2. de klapper-index waarin de letter W voorkomt.
U begint met zoeken naar de naam van de gezochte persoon. Bij deze naam vindt u vervolgens een aantal vermeldingen van gewisselde stukken, waaronder de aanduiding ‘wetten’ met daarachter een volgnummer. Vervolgens raadpleegt u de klapper-index waarin de letter W voorkomt. U zoekt hierin de rubriek "Wet" op en binnen deze rubriek het aangegeven volgnummer. Hier ziet u de term "executie" opduiken. Het naturalisatiedossier van de betrokkene zit in de serie verbalen opgeborgen op datum van de executie.
Zoekt u een naturalisatie van 1942 of recenter? Bekijk dan hoe u inzage krijgt in beperkt openbaar archief. 

Inventarisnummers bij onderzoek naar naturalisaties 1850-1950

Archief Inv.nrs. Archiefstuk Periode
2.09.01 4859-4876 Naturalisatiedossiers 1851-1876
2.09.05 1453-1497 Klappers 1876-1906
2.09.05 1404-1452 Indexen 1876-1906
2.09.05 5931-5938 Klappers  1907-1914 
2.09.05 5921-5930  Indexen  1907-1914 
2.09.05 581A-1275 Verbalen 1876-1906 
2.09.05  4903-5854  Verbalen  1906-1914
2.09.22  14716-14723 Klappers  1915-1922 
2.09.22  14679-14689  Indexen  1915-1922 
2.09.22  6701-7278  Verbalen 1915-1922 
2.09.22 14724-14729  Klappers  1923-1931 
2.09.22  14691, 14694 en 14699  Indexen  1923-1931 
2.09.22 7278-9485 Verbalen  1923-1931 
2.09.22 14739-14744  Klappers-Indexen 1932-1940 
2.09.22 14413-14418 Klappers-Indexen 1941-1950 
2.09.22  9485-13538  Verbalen  1932-1950 

Naturalisatiedossiers vanaf circa 1950 zijn nog niet overgebracht naar het Nationaal Archief. U kunt informatie inwinnen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Contactpersoon is de heer Jurgen Pauwels (e-mail: jjl.pauwels@ind.minvenj.nl.). De IND beschikt overigens ook over een overzicht van alle genaturaliseerden dat terug gaat tot 1850.

Vanaf 1985 vinden naturalisaties uitsluitend plaats bij Koninklijk Besluit. Bij het Nationaal Archief bevat het archief Kabinet der Koningin van de periode 1976-1988 (2.02.30), alle KB's uit deze periode. Van belang voor naturalisaties is dus de periode 1985-1988. U kunt inzage krijgen in de studiezaal. Reproducties zijn alleen mogelijk als u het KB aantoonbaar nodig heeft voor een juridische/ambtelijke procedure. Voor alle duidelijkheid: het gaat alleen om het KB en niet om de onderliggende stukken zoals verzoekschrift en ambtsberichten. Deze bevinden zich in de dossiers bij de IND.

Door de eeuwen heen koos een groot aantal buitenlanders ervoor om zich blijvend in Nederland te vestigen. Maar dat betekent niet dat er ook veel naturalisaties plaatsvonden. Tot circa 1950 is naturalisatie een uitzondering. Een vreemdeling kon in Nederland goed wonen en werken zolang hij in zijn eigen levensonderhoud kon voorzien en niemand tot last was. Naturalisatie was duur en ook onnodig tenzij men in aanmerking wilde komen voor een hogere overheidsfunctie of, in een latere periode, voor kiesrecht. In naturalisatie geïnteresseerde personen waren meestal welgesteld en goed opgeleid, een omstandigheid waaraan pas rond de Eerste Wereldoorlog definitief een einde kwam. Bovendien kregen kinderen van vreemdelingen - tot 1893 - automatisch de Nederlandse nationaliteit bij geboorte op Nederlands grondgebied.

Dit neemt niet weg dat het Nationaal Archief over gegevens beschikt van een kleine 18.000 individuele gevallen van naturalisatie over de periode vanaf de zestiende eeuw tot 1950. Meer dan 14.000 naturalisaties dateren uit de eerste helft van de twintigste eeuw.

Afgewezen verzoeken treft u, vanwege de vrijwel ontbrekende belangstelling voor naturalisatie tot in de 20e eeuw, zelden in het archief aan. Pas vanaf de Eerste Wereldoorlog, met de stijging van het aantal verzoeken, wordt ook het aantal afwijzingen groter. Er zijn geen naamlijsten beschikbaar van personen van wie het verzoek is afgewezen. Het opsporen van het verzoekschrift en de ambtsberichten in het archief Ministerie van Justitie gaat op dezelfde manier als bij een wél ingewilligd verzoek, alleen kost dat (veel) meer tijd. Er is geen Koninklijk Besluit of naturalisatiewet waarvan de datum, die bekend is, als uitgangspunt kan dienen. Bovendien weet men vaak niet zeker óf er ooit een verzoek is ingediend. Is het jaar van indiening van het verzoek of afwijzing (bij benadering) bekend, is het weer makkelijker iets te vinden. De van belang zijnde stukken zijn in de serie verbalen in het archief Ministerie van Justitie vaak opgeborgen op de datum die in de index vermeld wordt bij "afwijzende dispositie".

Er was in principe geen probleem voor meerderjarige ongehuwde (of gescheiden) vrouwen en weduwen om zich te laten naturaliseren tot Nederlander. Vanaf het eind van de 19e eeuw gebeurde dit ook wel. Eerder leverde naturalisatie niets op want kiesrecht en verreweg de meeste overheidsbetrekkingen waren voor vrouwen nog niet weggelegd.

Wat gehuwde vrouwen betreft: in het Burgerlijk Wetboek van 1838 was bepaald dat de vrouw tijdens haar huwelijk de nationaliteit van haar man volgt. Met het volgende resultaat:

  • Een buitenlandse vrouw krijgt automatisch de Nederlandse nationaliteit op het moment dat zij met een Nederlandse man in het huwelijk treedt. Daar komt dus geen naturalisatieverzoek aan te pas.
  • Een Nederlandse vrouw verliest haar nationaliteit als zij met een buitenlandse man trouwt.
  • De vrouw van een Nederlandse man die in de Tweede Wereldoorlog in Duitse krijgsdienst is gegaan, verliest daardoor, net als haar man, automatisch het Nederlanderschap.
  • De vrouw van de man die zich tot Nederlander laat naturaliseren, wordt automatisch “meegenaturaliseerd”.

De emancipatie van de vrouw leidt ertoe dat in 1964 wettelijk bepaald wordt dat de vrouw niet langer de nationaliteit van haar man volgt.

De meeste genaturaliseerden in de 19e en de 20e eeuw zijn van oorsprong vreemdelingen. Zogeheten oud-Nederlanders vormen echter ook een belangrijke groep. Zij hebben hun Nederlanderschap verloren door langdurig verblijf in het buitenland, doordat men zich in het buitenland heeft laten naturaliseren of doordat men, zonder toestemming van de Nederlandse overheid, in buitenlandse staats- of krijgsdienst is getreden.
De laatste categorie betreft vooral de Nederlanders die in de Tweede Wereldoorlog in Duitse krijgsdienst zijn gegaan. Zij verloren daardoor automatisch hun Nederlanderschap. In de periode 1953-1975 betreffen 11.000 naturalisaties krachtens wet (door de minister van Justitie zonder tussenkomst van het parlement) deze "Nederlandse wapendragers". Elke verlening in dit kader is bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant. De Staatscourant is een openbare overheidspublicatie: de hierin genoemde namen van deze categorie genaturaliseerden, met geboortedatum, zijn opgenomen in een externe database

Archiefstukken over deze naturalisaties zijn nog bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Wel zijn er bij het Nationaal Archief, in het bestand Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), dossiers van de meeste personen die in Duitse krijgsdienst zijn gegaan. Zie daarvoor de zoekhulp Tweede Wereldoorlog CABR

  • N.M. Brandt, M.C. van Leeuwen-Canneman, V. van den Bergh, R.J.B. Hageman (eindred.), Naturalisatiegids: Gids voor het archiefonderzoek naar naturalisaties in het Algemeen Rijksarchief ('s-Gravenhage 2000). Aanwezig in het informatiecentrum onder code S11 A28.
  • Eric Heijs, Van vreemdeling tot Nederlander. De verlening van het Nederlanderschap aan vreemdelingen, 1813-1992 (Amsterdam 1995). Aanwezig in het informatiecentrum onder code S12 D30.

Stuit u bij het archiefonderzoek op problemen? Vooral onderzoek in de periode 1920-1950 kan lastig zijn. Gebruik dan de Naturalisatiegids waarin u uitgebreide uitleg en onderzoeksvoorbeelden vindt.