Inhoud
Indien men de archivalia betreffende de aanverwante geslachten van de familie Fagel buiten beschouwing laat, dateert het oudste stuk in het familiearchief uit het jaar 1629. Toen maakte François Fagel de Oudste na het overlijden van zijn eerste vrouw Maria Rosa een lijst van de goederen op, die aan haar kinderen werden toebedeeld.
In deze inventaris zijn de archivalia beschreven van 26 leden der familie Fagel met hun echtgenoten. Dit aantal is groter dan dat van degenen, die in het openbare leven werkzaam waren, omdat ook stukken afkomstig van gehuwde en ongehuwde dochters werden aangetroffen, terwijl van een enkele der hiervermelde functionarissen geen archivalia werden overgeleverd.
Er werden vier hulpmiddelen ontworpen om het zoeken in deze inventaris te bevorderen nl.:
- de inhoudsopgave, die onder meer verwijst naar de zakelijke inhoud van het familiearchief Fagel en een schematisch overzicht biedt van de aard en indeling ervan;
- de index van persoonsnamen, die niet alleen verwijst naar de eigennamen, die in de inventaris worden vermeld, maar ook naar de namen van de correspondenten, die in schriftelijke relatie tot de Fagels stonden en wier namen niet in de inventaris zelf voorkomen. Het betreft hier alleen de namen van correspondenten in de series 'Particuliere Brieven' en 'Brieven van Ministers'. De getallen achter de namen verwijzen naar de nummers van deze inventaris. Aan de hand van deze nummers kan men in het bijzonder ten aanzien van de correspondenten nagaan met welke Fagels en wanneer briefwisseling werd onderhouden;
- een overzicht van de onderlinge verhouding der groepen archivalia in het familiearchief Fagel (bijlage I);
- de stamboom van de familie Fagel.
Verantwoording van de bewerking
Ook de inventarisatie werd na 1922 ter hand genomen, maar het zou te ver voeren om hier de namen te noemen van de circa acht ambtenaren en volontairs van het Algemeen Rijksarchief, die hieraan hun krachten hebben gewijd. Jammer genoeg volgde hierbij een ieder zijn eigen weg, met alle gevolgen van dien.
Het was heel moeilijk een draad te vinden, die naar een uitweg uit het inventarisatiewerk leidde. Enkele opschriften op de dossiers en archiefstukken wezen er weliswaar op, dat er een zekere organisatie in dit familiearchief geweest moest zijn, maar vele van deze aanduidingen waren sedert 1922 verdwenen. Wel kon worden vastgesteld, dat de opschriften, die de inhoud van de dossiers of losse stukken weergaven, meestal door twee uitgesproken persoonlijkheden waren geplaatst. Het lukte eindelijk deze personen te identificeren als François Fagel de Oude en Hendrik Fagel de Oude. Het bleek o.m., dat zij als griffiers der Staten-Generaal ook ten opzichte van hun eigen archief een systeem hadden ontworpen om zo in staat te zijn stukken terug te vinden en te raadplegen. Bij verdere vergelijking kwam ook naar voren, dat Hendrik Fagel de Oude de meeste dossiers en stukken van opschriften had voorzien. Hij ontleende daarbij veel aan de archiefordening van de Staten-Generaal, die historisch gegroeid, als een der beste ordeningen van die tijd bekend staat. Hendrik verdeelde zijn archief met dat van de Staten-Generaal als voorbeeld in series stukken, waarbij hij tenslotte ook het archief van zijn vader Cornelis Gerrit Fagel en zijn oom François Fagel de Oude inlijfde. De enkele stukken van zijn grootvader Hendrik Fagel de Oudste deelden eveneens dit lot, maar niet het archief van Gaspar Fagel, zijn oudoom, die raadpensionaris van Holland en Westfriesland was geweest.
Bij deze inlijving speelde waarschijnlijk een rol, dat Hendrik Fagel de Oudste en François Fagel de Oude ook als griffiers der Staten-Generaal waren opgetreden. In dit schema pasten eigenlijk de nagelaten papieren van zijn vader Cornelis Gerrit niet, maar zij pasten wel in het kader van Hendrik's particuliere papieren. Deze weg gingen ook de nagelaten papieren van andere Fagels, die nimmer het griffierschap van de Staten-Generaal hadden bezeten en hoewel Gaspar Fagel een korte tijd als griffier der Staten-Generaal had gefungeerd (1670-1672) hield Hendrik dit archief buiten zijn systeem, waarschijnlijk omdat Gaspar Fagel de meeste bekendheid genoot als raadpensionaris.
Al was er dan een kern aanwezig, toch was het systeem van Hendrik Fagel de Oude in het begin van de definitieve inventarisatie van het familiearchief niet geheel duidelijk. De series, die in dit systeem in hoofdzaak naar voren kwamen groepeerden zich om de onderwerpen:
- 'Particuliere Saaken',
- 'Generaliteits-Saaken',
- 'Particuliere Brieven',
- 'Brieven van Ministers',
- 'Brieven aan Ministers',
- 'Eigenhandige Aanteekeningen' en
- 'Varia'.
Deze opschriften werden door Hendrik Fagel de Oude geplaatst en zijn kleinzoon Hendrik Fagel de Jonge is op deze weg voortgegaan.
Met deze oorspronkelijke organisatie van het archief van Hendrik Fagel de Oude in de hand, werd geprobeerd ook het gedeelte van het familiearchief, dat ten gevolge van vroegere werkzaamheden in de war was geraakt, te ordenen. Dit lukte wonderwel, al moesten wel enkele malen compromissen gevonden worden.
Het uiterlijk van het familiearchief Fagel moest helaas worden veranderd. De bruine en rood-kleurige portefeuilles waren dermate vergaan, dat zij alle door de normale archief-portefeuilles werden vervangen.
Inmiddels is het archief verpakt in standaard archiefdozen.
De oorspronkelijke opschriften van de portefeuilles, dossiers en losse stukken werden in de teksten van de beschrijving tussen aanhalingstekens geplaatst ten einde het persoonlijk cachet, dat de verschillende familieleden aan hun archivalia gegeven hebben, te bewaren. Daar waar zulks nodig was werden deze opschriften verduidelijkt, zodat de inhoud van de archiefstukken direkt in het oog springt. Tevens werd vermeld of zich in de dossiers aantekeningen van de verschillende Fagels bevinden om alzo aan te geven wie er aan deze dossiers hebben gewerkt.
Uit de opschriften zal men dikwijls kunnen opmaken wie deze geschreven heeft. De handschriften van de Fagels zijn uitgesproken verschillend van aard, behalve die van Hendrik Fagel de Oude, François Fagel de Jonge en Hendrik baron Fagel de Jonge (grootvader, zoon en kleinzoon), die zeer veel op elkaar lijken.
In de drie groepen werden de dossiers en losse stukken beschreven en geordend per persoon. Uitzonderingen op deze regel vormen hoofdafdeling III van de tweede groep en hoofdafdelingen II en III van de derde groep.
Reeds werd opgemerkt, dat Hendrik Fagel de Oude bij zijn archief ook archivalia van zijn voorgangers-griffiers der Staten-Generaal had ingelijfd. Het betreft hier stukken van Hendrik Fagel de Oudste, griffier van 1672-1690, François Fagel de Oude, griffier van 1690-1744 en een enkel stuk van Gaspar Fagel, griffier van 1670-1672. Alhoewel geprobeerd werd ook de dossiers, die van hen afkomstig waren, bij de andere archivalia betreffende hun persoon in te delen, lukte dit niet, want het bleek dat de stukken in de dossiers van hoofdafdeling III van de tweede groep (het 'Griffiersarchief') dermate met elkaar verweven waren, dat bij splitsing ervan zwaar gezondigd zou zijn tegen de principes van de 'Handleiding', evenals het een zonde zou zijn tegen de kennis van onze vaderlandse geschiedenis, die met de gesloten series van deze hoofdafdeling aanzienlijk wordt verrijkt.
Zowel de aard als de inhoud van de dossiers wezen erop, dat Hendrik Fagel de Oude hier een archief had bijeengebracht, waarin hij de stukken bewaarde, die hij gebruikte als grondslag van zijn werkzaamheden als griffier der Staten-Generaal. Alhoewel hijzelf zijn archief naamloos had gelaten, verdiende dit alleszins de naam van 'Griffiersarchief'. Het neemt aan plaatsruimte ongeveer de helft van de totale lengte van het familiearchief in beslag.
Zie behalve de [toelichting tot de betrokken hoofdafdeling](griffiersarchief) ook mijn artikel in het Nederlands Archievenblad, 1961, afl. 3.
Eenzelfde geval deed zich voor ten aanzien van hoofdafdeling II van de derde groep, nl. bij de serie 'Brieven van Ministers', die zich uitstrekt van François Fagel de Oude tot en met Hendrik baron Fagel de Jonge. Ook deze opzet is gehandhaafd. François Fagel de Oude bewaarde zijn minuten van uitgaande brieven bij de ingekomen brieven. Het zijn er slechts enkele. Hendrik Fagel de Oude echter en zijn kleinzoon Hendrik Fagel de Jonge bewaarden hun minuten van uitgaande brieven apart en zo ontstond de serie 'Brieven aan Ministers' (hoofdafdeling III, derde groep). Daarentegen kwamen de minuten van brieven in antwoord op de 'Particuliere Brieven' van deze beide griffiers hierbij terecht. Ook in dit geval is het aantal gering.
Tenslotte verdient nog opmerking dat de nagelaten papieren van ambtelijke aard, afkomstig van Hendrik baron Fagel de Jonge zowel in het 'Griffiersarchief' voorkomen als in hoofdafdeling IV van de tweede groep. Deze verdeling houdt verband met zijn vertrek naar Engeland in oktober 1794 om hier als extraordinaris ambassadeur en plenipotentiaris hulp te zoeken tegen de invasie der Fransen in de Oostenrijkse Nederlanden, die spoedig daarna in januari 1795 Nederland zelf veroverden. Alhoewel nog officieel griffier der Staten-Generaal tot deze bezetting, zijn er na zijn vertrek als gezant geen stukken meer in het 'Griffiersarchief' opgenomen, omdat dit in Nederland bleef. Een nieuwe serie dossiers en ook brieven ontstaat dan in Engeland; deze nieuwe serie dossiers werd verwerkt in hoofdafdeling IV van de tweede groep, terwijl de ingekomen brieven en de minuten van de uitgaande brieven een plaats vonden achter zijn 'Particuliere Brieven', die hij reeds in Nederland ontvangen of verzonden had.
Ordening van het archief
Het familiearchief is, als resultaat van de inventarisatie, ingedeeld overeenkomstig het volgende schema:
Eerste Groep : Stukken van persoonlijke aard, waarin alle 'Particuliere Saaken' van Hendrik Fagel de Oude, van zijn voorgangers en zijn afstammelingen, alsmede de 'Eigenhandige Aanteekeningen' en 'Varia'. Onderverdeeld werd deze groep in:
- Genealogische Aantekeningen enz.
- Stukken betreffende de Familie Fagel, zgn. adellijke tak.
- Stukken betreffende aanverwante geslachten.
Tweede Groep : Stukken van ambtelijke aard, waarin alle 'Generaliteits-Saaken' en de dossiers en losse stukken van politieke en rechtelijke aard, zowel van Hendrik Fagel de Oude, als van zijn voorgangers en afstammelingen. Onderverdeeld werd deze groep in:
- Stukken van ambtelijke aard, afkomstig van Gaspar Fagel.
- Stukken van ambtelijke aard, afkomstig van Cornelis Gerrit Fagel.
- Stukken van ambtelijke aard, afkomstig van François Fagel de Oude, Hendrik Fagel de Oude en Hendrik Fagel de Jonge als griffiers der Staten-Generaal, verzameld in het 'Griffiersarchief', c. 1700-1794.
- Stukken van ambtelijke aard, afkomstig van Hendrik baron Fagel de Jonge (niet als griffier der Staten-Generaal).
- Stukken van ambtelijke aard, afkomstig van Jacob baron Fagel.
- Stukken van ambtelijke aard, afkomstig van François Willem baron Fagel.
- Stukken van ambtelijke aard, afkomstig van Robert baron Fagel.
- Stukken van ambtelijke aard, afkomstig van François Hendrik Robert René baron Fagel.
Derde Groep : Briefwisselingen, waarin alle 'Particuliere Brieven', 'Brieven van Ministers' en 'Brieven aan Ministers', zowel aan en van Hendrik Fagel de Oude, als aan en van zijn voorgangers en afstammelingen.
Onderverdeeld werd deze groep in:
- 'Particuliere Brieven'.
- 'Brieven van Ministers'.
- 'Brieven aan Ministers'.
- Ontcijferde brieven van vreemde gezanten aan hun regeringen.
De indeling van de hoofdafdelingen in afdelingen, hoofdstukken en rubrieken treft men aan in de inhoudsopgave, terwijl de bijlage I een overzicht geeft van de onderlinge verhouding der groepen archivalia in het familiearchief Fagel, die aldaar per familielid worden opgesomd.