Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties, 1987-2017
Het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties is opgericht in 1988 ingevolge artikel 170 van de Mediawet (Stb. 1987, 630). Het Fonds is een Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) met eigen rechtspersoonlijkheid.
De doelstelling van het Fonds is de ontwikkeling en productie te bevorderen van culturele dramaproducties, documentaires, kinderprogramma’s en e-cultuurprojecten van de publieke landelijke en regionale omroep. Op basis van een goedgekeurde begroting ontvangt het Hiervoor ontvangt het Fonds ontvangt jaarlijks een dotatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die tenminste gelijk is aan één zestiende van de afgedragen inkomsten van de Stichting Etherreclame (Ster) van dat jaar. De Ster ontvangt inkomsten door het uitzenden van reclameboodschappen en telewinkelboodschappen. De verdeling van de afgedragen inkomsten van de Ster is vastgelegd in artikel 28 van de Mediawet, vastgesteld op 21 april 1987. .
Sinds 2009 staat het Fonds bekend als Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties, met als roepnaam Mediafonds. Met de nieuwe technologische ontwikkelingen is de scheidslijn tussen radio, televisie en internet, maar ook die tussen makers, kijkers, luisteraars en gebruikers vervaagd. Hierdoor is het medialandschap breder geworden, meer gedifferentieerd en verspreid over tegelijkertijd crossmedialer meerdere (digitale) kanalengeworden. Vooral op het gebied van e-cultuur zijn makers in steeds mindere mate afkomstig uit het domein van de publieke omroep. Om aan te sluiten bij deze multimediale ontwikkelingen heeft het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties gekozen voor een naamsverandering waarbij het woord ‘omroep’ uit de naam is verdwenen.
In oktober 2011 vraagt minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de Raad voor Cultuur om advies inzake de samenvoeging van het Stimuleringsfonds voor de Pers en het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties in een nieuwe fonds. De Raad voor Cultuur geeft in 2012 een positief advies af.
De raadt Raad pleit hierbij voor één nieuw fonds dat zich richt op ‘ontwikkeling en vernieuwing van mediacontent’. Het moet daarbij geen onderscheid meer maken in de vorm. Het Mediafonds richt zich op culturele producties voor radio, televisie en internet en het Stimuleringsfonds voor de Pers op journalistieke producties van de geschreven pers.
In april 2012 valt het kabinet Rutte I. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte II wordt de fusie van het Fonds met Stimuleringsfonds voor de Pers heroverwogen. Het Stimuleringsfonds voor de Pers blijft volgens het akkoord bestaan en het Fonds zal per ingang van 1 januari 2017 zijn subsidie verliezen, maar een het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil de opheffing dan nog niet bevestigen.
In het najaar van 2012 viel het kabinetsbesluit het Mediafonds wegens bezuinigingen op te heffen per 1 januari 2017. Hierop maakte de Nederlandse Publiek Omroep (NPO) bekend budget vrij te maken om de totstandkoming van onafhankelijk media-aanbod van hoge kwaliteit te blijven garanderen. Daarnaast zijn het Filmfonds en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie voornemens om regelingen in een nadere te bepalen vorm voort te zetten.
Het Fonds was gevestigd aan de Herengracht in Amsterdam en had een bestuur dat bestond uit zeven personen. De bestuurders worden benoemd en ontslagen door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Twee leden worden benoemd uit de kring van de omroep, twee leden worden benoemd uit de kring van film- en podiumkunsten en van de overige leden benoemt de minister er één tot voorzitter. Leden van het bestuur worden voor vier jaar benoemd en kunnen slechts eenmaal worden herbenoemd. Het bestuur brengt jaarlijks verslag uit van haar werkzaamheden bij de Minister en legt verantwoording af over het financieel beheer.
Het bestuur wordt ondersteund door het Bestuursbureau. De directie van het Bestuursbureau wordt gevormd door de directeur, welke wordt ondersteund door een adjunct-directeur. De afdeling Financiën en Data ziet toe op het financieel beheer en het gegevensbeheer. De Staf is verantwoordelijk voor de subsidieverstrekking door het Fonds, het strategisch communicatiebeleid en het stimuleringsbeleid.
Het bestuur vergadert circa tien keer per jaar en neemt in de vergaderingen besluiten over ingediende subsidieverzoeken. Hiertoe vraagt het bestuur advies aan een adviescommissie. De adviescommissies bestaan meestal uit wisselende gezelschappen van circa vijf adviseurs die door het bestuur worden geselecteerd uit een adviseursbestand. Het adviseursbestand bestaat uit meer dan 120 regisseurs, documentairemakers, dramaturgen, radiomakers, choreografen en specialisten op het gebied van nieuwe media, journalisten, filosofen en andere wetenschappers.
Projectsubsidiëring
Het fonds streeft haar doelstelling enerzijds na door het verstrekken van subsidies voor de productie of de ontwikkeling van radio- en televisieprogramma’s en programmamateriaal ten behoeve van de landelijke en
regionale publieke omroep. Het moet gaan om culturele mediaproducties die niet alleen bijzonder zijn, maar ook van hoogwaardig artistiek gehalte en overwegend van Nederlandse origine. Voor de regio geldt daarenboven dat er een zeker regionaal belang is.
Bij het verstrekken van subsidies heeft het Fonds rondom de volgende onderwerpen criteria vastgesteld:
• Omroepen
• Productie
• Ontwikkeling
• E-Cultuur
• Cultureel
• Bijzonder
• Artistiek gehalte
• Nederlands
• Regionaal belang
• Aanvang project
• (Eigen) bijdrage
Omroepen
Het Fonds kan productiesubsidie verstrekken aan één van de landelijke omroepverenigingen, de Nederlandse Omroep Stichting, de Nederlandse Programma Stichting, de educatieve omroepinstelling dan wel kerkgenootschappen of genootschappen op geestelijke grondslag die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor regionale omroep, dan wel door twee of meer van hen gezamenlijk.
Productie
Het Fonds maakt een onderscheid tussen de ontwikkelingsfase van projecten en de productiefase. Hiervoor zijn jaarlijks geoormerkte budgetten beschikbaar. Bij de productie gaat het om het daadwerkelijk produceren van het programma of de e-cultuur. Wel kunnen in de begroting enkele kosten van ontwikkeling worden opgenomen.
Ontwikkeling
Bij de ontwikkeling gaat het om activiteiten die worden ondernomen om te komen tot een plan op basis waarvan de omroep beslist om daadwerkelijk met de productie van het programma of het programmateriaal te beginnen. Gedacht kan daarbij worden aan research, het schrijven van een scenario en/of (film)plan met begroting en het inwinnen van advies.
e-Cultuur
Vanaf september 2005 subsidieert het Fonds behalve radio- en televisieprogramma’s ook de ontwikkeling en productie van programmamateriaal (e-cultuur). Onder programmamateriaal wordt verstaan ‘content’ ontwikkeld of gemaakt voor interactieve toepassingen aan te bieden door de landelijke of regionale publieke omroep via internet en/of andere digitale netwerken, al dan niet in combinatie met een radio- op televisieprogramma.
Cultureel
Onder culturele producties wordt verstaan programma’s die vallen onder de programmacategorieën van het onderdeel cultuur uit het volledige programmavoorschrift zoals bedoeld in de Mediawet en aanverwante e-cultuur. Het gaat daarbij in ieder geval om: kunstinformatie, documentaires, docudrama, drama, speelfilms, cabaret, volksmuziek, jazz, klassieke muziek, theater en ballet. Reportages, show- en praatprogramma’s, quizzen en dergelijke vallen er niet onder. Het Fonds hanteert daarbij de volgende categorieën:
1. Podiumkunst;
2. Drama;
3. Documentaires:
a. Documentaires met een algemeen onderwerp;
b. Documentaires over kunst;
4. Telefilm;
5. Speelfilm;
6. Kinder- en jeugdprogramma's;
7. e-Cultuur;
8. Overig.
Bijzonder
Onder bijzonder wordt verstaan dat het programma of de e-cultuur niet behoort tot het reguliere aanbod: dat dus niet in het algemeen al gemaakt wordt en ook zonder subsidie tot stand komt of tot stand behoort te komen.
Artistiek gehalte
Of van een programma of e-cultuur, of de ontwikkeling van een plan daarvoor, kan worden verwacht dat het van hoogwaardig artistiek gehalte is, hangt samen met, onder andere, de kwaliteit en de originaliteit van het ingediende plan. Bij televisieprojecten speelt de visuele vormgeving en filmische vertaling daarvan een rol. Ook de reputatie van de voorgestelde programmamakers en medewerkers is van belang, evenals de verwachtingen die aanvrager en bestuur hebben van jong, weinig ervaren talent. Speciaal bij drama gaat het om de kwaliteit van het ingediende scenario, de kracht en structuur van het verhaal en de opbouw en kwaliteit van de dialogen. Bij documentaires zijn in het bijzonder de structuur, de vormgeving en de behandeling van het onderwerp van belang. Bij e-cultuur gaat het vooral om de kwaliteit van het design in relatie tot de inhoudelijke visie van de maker(s) en in samenhang daarmee de creativiteit, de interactiviteit en de navigeerbaarheid van het project.
Nederlands
Of een programma in overwegende mate van Nederlandse origine is valt af te leiden uit de elementen en personen die de kwaliteit van het programma bepalen, zoals het onderwerp, de scenarist, de websitedesigner en/of de regisseur. In ieder geval moet het gaan om een programma of programmamateriaal (e-cultuur) dat hoofdzakelijk is gemaakt met auteurs en medewerkers die in Nederland verblijven en productiebedrijven die in Nederland gevestigd zijn. Zij moeten de Nederlandse nationaliteit bezitten, of daaraan zijn gelijkgesteld, of onderdaan zijn van één van de lidstaten van de Europese Unie. Het programma(materiaal) is bestemd voor het publiek in Nederland. Specifiek voor drama geldt dat ten minste 65% van de dialoog in het Nederlands of Fries gesproken moet zijn, geschreven en opgenomen. Voor e-cultuur geldt dat de tekst die de gebruiker te lezen/horen krijgt ook aan deze eis van 65% moet voldoen.
Regionaal belang
Van een regionaal belang is sprake indien het programma of de e-cultuur in het bijzonder van belang is voor het verzorgingsgebied van de regionale omroep die de subsidie aanvraagt. Het programma of de e-cultuur dient een zeker regionaal karakter te hebben en zich wat dat betreft te onderscheiden van het aanbod van de landelijke omroep en andere regionale omroepen. Dat is bijvoorbeeld het geval als de keuze van het onderwerp of de behandeling daarvan afgestemd is op de regionale doelgroep.
Aanvang
Het Fonds heeft tot doel de ontwikkeling en productie van programma’s en e-cultuur van artistiek hoogwaardige gehalte te bevorderen. Van bevorderen is alleen sprake indien de aanvrager van subsidie nog geen verplichtingen is aangegaan met betrekking tot de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd, er nog geen opnames voor het programma of het programmamateriaal hebben plaatsgevonden en er geen andere aanwijzingen zijn dat de activiteit ook zonder bijdrage van het Fonds doorgang zal vinden.
Er kunnen uitzonderlijke omstandigheden zijn waarin geluids- of beeldmateriaal moet worden vastgelegd vóórdat het bestuur van het Fonds een besluit kan nemen, omdat het om unieke gelegenheden gaat die zich niet meer zullen voordoen op een later moment. In dat geval kan het bestuur voor deze specifieke opnames afwijken van het hiervoor geformuleerde beginsel, maar alleen indien het Fonds voorafgaand aan de betreffende opnames schriftelijk heeft bevestigd dat er een uitzondering kan worden gemaakt.
(Eigen) bijdrage
Het Fonds subsidieert nooit alle kosten van een project. De van de aanvrager en/of derden verlangde eigen bijdrage verschilt per soort activiteit
Gamefonds
Hoewel de naam anders doet vermoeden is het Gamefonds alleen in naam een ‘echt’ fonds. In werkelijkheid gaat het om een subsidieregeling die een impuls geeft aan de ontwikkeling van artistieke videogames. Kunstenaars, vormgevers of animatoren kunnen samen met een game-ontwikkelaar of een (culturele) instelling een aanvraag doen voor de ontwikkeling of de productie van (een deel van) een game. De regeling bestaat sinds november 2008 en is opgezet door het Stimuleringsfonds in samenwerking met het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst
Videoclipfonds
Net als bij het Gamefonds is ook het TAX-videoclipfonds in wezen geen fonds maar de benaming van een subsidieregeling die door het Stimuleringsfonds samen met het Fonds BKVB wordt uitgevoerd. Deze regeling heeft als doel de kwaliteit van Nederlandse videoclips een impuls te geven en de samenwerking tussen beeldmakers en (pop)artiesten te stimuleren en te versterken.
Stimuleringsbeleid
Anderzijds wordt de doelstelling nagestreefd door het organiseren van activiteiten die de kwaliteitsverbetering van de culturele programmering in het algemeen op het oog hebben: het stimuleringsbeleid. Voorbeelden van activiteiten zijn het (mede)organiseren van masterclasses, workshops en conferenties, het evalueren van gemaakte programma’s en het verstrekken van prijzen. Sommige van deze activiteiten zijn inmiddels een traditie geworden, zoals Stifo@Sandberg (later Sandberg@Mediafonds), een masterclass voor programmamakers en interactieve ontwerpers die wordt georganiseerd in samenwerking met het Sandberg Instituut.
Andere initiatieven zijn een reactie op incidentele problemen in de programmering van de omroep. Voor het stimuleren van talentvolle programmamakers en verantwoordelijken voor de programmering van de publieke omroep wil het Stimuleringsfonds een omgeving creëren waarin artistiek hoogwaardige culturele programma’s goed tot hun recht komen