Uitvoering: Handelen bij een incident

Stap 1: Altijd eigen veiligheid eerst!

  • Meld een incident vanaf een veilige plek.
  • Denk aan: is de ruimte veilig om in te werken, moet een hoofdkraan uit, hoofdaansluiting elektriciteit etc.
  • Niemand betreedt een getroffen ruimte alleen en niemand werkt alleen in een getroffen ruimte.
  • Draag altijd beschermende kleding (interne link website naar noodmaterialen)
  • Wees extra alert  bij verdenking van aanwezigheid van schimmel en  schadelijke stoffen. Draag een mondkapje (met de kwalificatie FFP3), handschoenen en beschermende kleding. 

Stap 2. Doe een quickscan: vóór je in actie komt

  • Wat is er aan de hand, wat is er gebeurd? Wateroverlast, zie de instructiekaart
  • Brandschade, zie de instructiekaart
  • Eventuele overige instructiekaarten
  • Bepaal je prioriteit: wat moet als eerste gedaan worden. Zijn er (andere) gevaarlijke situaties ontstaan die eerst aangepakt moeten worden? Zoals gangpaden vrijmaken, het stabiliseren van depotkasten, ruimte ventileren voor het verminderen van rook  of stank, etc.
  • Waar liggen de grootste zorgen. Dit kan ook iets anders zijn dan de collectie, bijvoorbeeld  gezondheid of veiligheid.
  • Maak een ruwe schatting van de omvang en aard van de schade. 
  • Bepaal wie je nodig hebt en wat je nodig hebt, zowel
    intern als extern, bijvoorbeeld de verzekeraar of brandweer.
  • Leg je bevindingen globaal vast. Schrijf ze op of  spreek ze in in je telefoon.
  • Maak foto’s.
  • Maak op basis van je bevinden een plan om de collectie veilig te stellen en verdere schade te voorkomen. 
  • Organiseer de hulp die je hiervoor nodig hebt.

Stap 3. In actie: beschermen en beredderen

In deze fase is het belangrijk om goed vast te leggen wat er met het materiaal gebeurt, waar het is en waar het naartoe gaat.

  • Er is één coördinator die de actie(s) aanstuurt.
  • Leg aan de helpers uit wat het plan is en wie wat doet wat.
  • Spreek ook af hoe lang de werkzaamheden duren voor personen of teams. Denk aan persoonlijke bescherming en aan de  Instructiekaarten.
  • Beschrijf staat van het materiaal voordat het verplaatst wordt. 
  • Maak foto’s. 
  • Houd materialen in dezelfde conditie: natte items nat, droge voorwerpen droog etc.
  • Verplaats materiaal alleen als het nodig is. En loop niet onnodig heen en weer in de getroffen ruimte.
  • Sorteer voorwerpen naar urgentie (triage). Er zijn drie categorieën: 
  1. snel ingrijpen om (verdere) schade te beperken;
  2. geen onmiddellijke aandacht nodig,
  3. niet meer te redden en als verloren beschouwen.
  • Registreer alle voorwerpen die bij het incident betrokken zijn, de bijbehorende triage en behandeling. 
  • Bij evacuatie van materiaal moeten bijbehorende handelingen en acties vastgelegd worden via een evacuatieformulier
    Kijk voor gegevens die op het formulier kunnen staan. Zie een voorbeeld evacuatieformulier.
  • Blijf letten op de fysieke omstandigheden in de getroffen ruimte, zoals de luchtvochtigheid (RV) en de temperatuur (T) , zowel voor de collectie als voor de helpers.

Tip

Maak een korte en duidelijke evacuatie-instructie die voor iedereen gemakkelijk op te volgen is. Bekijk een voorbeeld evacuatie-instructie.

Stap 4. Nazorg en evalueren

Iedereen gaat anders om met (de gevolgen van) incidenten. Houd daar rekening mee.

  • Check tijdens een incident regelmatig of de gekozen aanpak werkt en pas deze aan waar nodig.
  • Let er bij grotere incidenten op dat mensen niet te lang doorwerken. Zorg voor een gespreide inzet; werk in ploegen.
  • Kom, als het werk of de ploegendienst erop zit bijeen om iedereen kort hun verhaal te laten doen. Let goed op hoe de betrokkenen erbij zitten, zowel emotioneel als fysiek.