Verantwoording van de bewerking
Zoals uit het voorgaande blijkt zijn er in de jaren 1815-1841 tal van reorganisaties geweest. Deze hadden eigenlijk in de inventaris tot uitdrukking moeten komen, doch om wille van de overzichtelijkheid en vooral van de practische bruikbaarheid, werd het beter geacht het archief in één stuk te beschrijven, temeer ook omdat deze reorganisaties van weinig belang voor het archief zijn geweest.
Bij dit archief werd een collectie stukken aangetroffen, afkomstig van het bureau G, dat zich bezig hield met het vervaardigen van statistische opgaven. Dit z.g. Statistiekarchief is beschreven in het Verslag van 's Rijks Oude Archieven 1915, blz. 356. Daar men voor het bijeenbrengen van gegevens talrijke stukken uit de archieven van de Koloniale Besturen van vóór 1813 en zelfs uit het archief van de Oost Indische Compagnie had gelicht, bleek het juister deze collectie te liquideren en de stukken, na verwijdering van de hier niet behorende bescheiden, in het departementsarchief op te nemen. Meerdere losse stukken, oorspronkelijk behorende tot het verbaal, werden daar, voor zover zij geen deel uitmaakten van een dossier of een serie vormden, teruggebracht.
Omdat het archief van ná 1849 tot circa 1900 uit slechts enkele grote series bestaat, die tot verschillende jaren aan het Algemeen Rijksarchief zijn overgedragen, en in een goed geordende staat verkeert is besloten dit gedeelte niet in deze toegang te beschrijven. Zie toegang nummer 2.10.02, Ministerie van Koloniën, 1850-1900 (1932).