Het Nationaal Archief laat graag mooie en interessante archiefstukken zien. Daarom organiseren we exposities in onze eigen tentoonstellingsruimte. Ook geven we regelmatig documenten in bruikleen. Daarbij willen we natuurlijk voorkomen dat documenten extra schade oplopen. Daarom letten we op de volgende zaken.
Omdat documenten bij een tentoonstelling langdurig in één bepaalde ruimte liggen, is het belangrijk dat de klimaatomstandigheden goed zijn. Dat betekent vooral dat er geen grote veranderingen in temperatuur en relatieve luchtvochtigheid zijn. De temperatuur mag niet boven de 23°C komen en de relatieve luchtvochtigheid moet tussen 35 en 65% liggen. Voor sommige objecten worden de grenzen wat strakker gesteld, voor perkament bijvoorbeeld. Dat is erg gevoelig voor vocht en daar houden we een relatieve luchtvochtigheid aan van 45 tot 55%.
Meer informatie over het binnenklimaat in musea is te vinden in de publicatie Binnenklimaat van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Licht veroorzaakt veroudering aan archiefstukken. In welke mate dat gebeurt is afhankelijk van welke lichtbron gebruikt wordt. Daglicht bevat ultraviolette en infrarode straling en is daarom schadelijk voor documenten. LED-licht bevat deze soorten straling niet en veroorzaakt dan ook de minste schade.
We zijn vooral erg voorzichtig met fotografische materialen en documenten die bepaalde kleurstoffen bevatten. Deze materialen kunnen verbleken of verkleuren als gevolg van belichting. Daarom houden we standaard een maximum van 50 lux aan. Voor extreem gevoelige documenten zelfs nog minder, of we vragen om een beperking van de belichtingstijd.
Ons lichtbeleid is gebaseerd op (onder andere) de publicatie Het beperken van lichtschade aan museale objecten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Een vitrine is een afgesloten ruimte met relatief weinig ventilatie. Dat betekent dat de materialen waarvan een vitrine gemaakt is geen schadelijke dampen mogen uitwasemen. Het voordeel van een vitrine is dat we de relatieve vochtigheid erin kunnen aanpassen. Zo krijgt elk archiefstuk het beste klimaat. Dit doen we door cassettes met vochtregulerend materiaal in de vitrine te leggen. Meer informatie over waarop gelet moet worden bij het gebruik van vitrines is te vinden in de publicatie Glashelder. Aandachtspunten voor museale vitrines van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Veel boeken blijven niet uit zichzelf open liggen. Of ze kunnen niet helemaal vlak geopend worden zonder beschadigd te raken. Daarom maken we voor het tentoonstellen van boeken een boekensteun op maat. Of we gebruiken een boekkussen. Door de steun komt het boek dus hoger te liggen. De vitrine moet daarom hoog genoeg zijn om het boek én de steun voldoende ruimte te geven.
Documenten zoals kaarten lijsten we meestal in voor een tentoonstelling. We gebruiken zuurvrij karton om een passe-partout te maken. De kaart wordt dan met lipjes van Japans papier in het passe-partout gemonteerd. Voor foto’s gaan we verder, want die zijn erg gevoelig voor vocht. Daarom voorzien we lijsten van foto’s aan de achterzijde van een speciaal folie dat geen vocht doorlaat.
De eisen die het Nationaal Archief stelt aan de materialen die gebruikt worden om onze bruiklenen op een veilige manier te presenteren, zijn te lezen op de pagina Bruikleen aanvragen.