Tweede Wereldoorlog: Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR)

Na de Tweede Wereldoorlog ondergingen ruim 300.000 Nederlanders de zogeheten bijzondere rechtspleging. Zij werden beschuldigd van samenwerking met de Duitse bezetter, verraad, NSB-lidmaatschap of het in dienst treden bij het Duitse leger. Van al deze mensen is een dossier aanwezig in het CABR. Het betreft zowel mensen die tot een zware straf zijn veroordeeld, als mensen van wie is gebleken dat de verdenking ongegrond was.

Alles uitklappen

Het belangrijkste wat u moet weten voor raadpleging van het CABR is de volledige naam en geboortedatum van de persoon naar wie u onderzoek wil doen. Met deze gegevens kan het Nationaal Archief vooronderzoek voor u uitvoeren. Dit vooronderzoek kan alleen door het Nationaal Archief worden gedaan. Om het vooronderzoek in gang te zetten dient u een inzageverzoek in.

Voor bestudering van de dossiers in het CABR is vooronderzoek nodig. Dit is een gevolg van de beperkte openbaarheid van het archief tot 2025. Deze beperking is gebaseerd op de bescherming van de privacy van mogelijk nog levende personen.

Om inzage te krijgen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging dient u een verzoek in door het formulier in te vullen. Voor het invullen moet u inloggen en indien nodig een account aanmaken op deze website.

U vult het CABR formulier in 

of u stuurt een brief naar:

Nationaal Archief
afd. Dienstverlening
Postbus 90520
2509 LM  Den Haag

In uw brief neemt u de volgende gegevens op:

  • naam van de persoon (of personen) naar wie u onderzoek wilt doen, met volledige voornamen
  • zijn of haar geboortedatum en bij voorkeur ook de geboorteplaats
  • woonplaats van de betrokkene gedurende de oorlogsjaren (indien bekend)
  • de relatie waarin u tot de betrokken persoon staat
  • korte motivatie van uw wens tot inzage
  • uw naam, adres, woonplaats, bij voorkeur ook een e-mailadres; een reproductie van uw identiteitsbewijs is niet nodig. U hoeft ook niet met een document de eventuele familierelatie aan te tonen
  • bewijs van overlijden van de betrokkene indien korter dan 100 jaar geleden geboren; indien nog in leven: toestemming van betrokkene

U mag altijd extra bijzonderheden toevoegen aan uw inzageverzoek. Bijvoorbeeld het beroep van de betrokkene of andere informatie. 

Wanneer uw verzoek bij het Nationaal Archief is binnengekomen, ontvangt u hiervan een bevestiging. Na maximaal zes weken ontvangt u de onderzoeksresultaten en wordt uitgelegd hoe u een afspraak voor inzage kunt maken.

Wanneer de persoon van wie u het dossier wilt inzien geboren is vóór 1 januari 1919, hoeft u geen bewijs van overlijden mee te sturen.

Wanneer de betreffende persoon geboren is ná 1 januari 1919, moet u wel een overlijdensbewijs meesturen. Wij accepteren als bewijs van overlijden:

  • een uittreksel uit de Burgerlijke Stand
  • een rouwkaart of rouwadvertentie
  • een persoonskaart van het CBG|Centrum voor Familiegeschiedenis
  • foto van een grafsteen (goed leesbaar)

Let op: genealogische websites worden niet geaccepteerd als bewijs van overlijden!

Als iemand u toestemming wil geven om zijn of haar eigen dossier in te zien, is daarvoor een schriftelijke verklaring nodig. Deze schriftelijke verklaring moet ondertekend zijn. Daarnaast is ook een kopie van een legitimatiebewijs van de betrokkene nodig. De handtekening moet duidelijk zichtbaar zijn op deze kopie. U stuurt de toestemmingsverklaring en de kopie van het legitimatiebewijs mee met uw inzageverzoek.

Er kunnen persoonlijke stukken uit de bezettingstijd in het dossier zitten. Bijvoorbeeld foto's, brieven, dagboekaantekeningen, agenda's, lidmaatschapsbewijzen van NSB-organisaties, enzovoort. Deze stukken zijn destijds in beslag genomen als bewijsmateriaal.  De dossiers bevatten ook veel stukken die afkomstig zijn uit de archieven van nationaalsocialistische organisaties. Verder zijn er de processen-verbaal: van de aanhouding van de verdachte, van het verhoor van de verdachte en van getuigen. Veel dossiers bevatten brieven met ontlastende verklaringen: pogingen van familie, vrienden, buren om de verdachte vrij te krijgen. Een enkele maal wordt een brief aangetroffen waarin iemand een ander aangeeft. Ten slotte vindt u, meestal bovenop in het dossier, ofwel een beslissing over de (on)voorwaardelijke buitenvervolgingstelling, ofwel de gerechtelijke stukken: uitspraken en vonnissen, dagvaardingen, processen-verbaal van rechtszittingen.

De dossiers aanwezig in het CABR, zijn in drie groepen te verdelen:

Dossiers van het Openbaar Ministerie

Dossiers van het Openbaar Ministerie zijn gevormd door de Procureur-Fiscaal (PF) bij de Bijzondere Gerechtshoven. Deze trad op als openbaar aanklager, gaf leiding aan het opsporingsonderzoek en bracht zaken bij de rechter aan. Voor zaken die door een Tribunaal werden behandeld had hij een coördinerende functie.

Berechtingsdossiers

Berechtingsdossiers zijn gevormd door Tribunalen (Trib.), speciale rechtbanken die belast waren met het tuchtrechtelijk bestraffen van Nederlanders die zich onvaderlandslievend hadden gedragen. Vanaf 1947 werden ook de lichte strafzaken door de Tribunalen behandeld. Het strafrechtelijk berechten van oorlogsmisdrijven werd gedaan door Bijzondere Gerechtshoven (BG) en de Bijzondere Raad van Cassatie (BRC). De Bijzondere Raad van Cassatie kon de uitspraken van de Bijzondere Gerechtshoven vernietigen en zelf een straf opleggen of de zaak terugverwijzen.

Opsporingsdossiers

Opsporingsdossiers zijn gevormd door lokale of regionale politiediensten. Het doel was politieke verdachten op te sporen en aan te houden. Tot 1 maart 1946 waren dit de Politieke Opsporingsdiensten (POD), daarna de Politieke Recherche Afdelingen (PRA) en de Politieke Recherche Afdelingen Collaboratie (PRAC). De laatste deed onderzoek naar economische delicten. 

Wilt u dossiers uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging raadplegen voor wetenschappelijk onderzoek? Als u op zoek bent naar informatie over een specifieke persoon of personen dan gaat dat gewoon volgens het stappenplan in deze zoekhulp. Als u geen onderzoek doet naar een specifieke persoon of personen dan kunt u niet van te voren overlijdensbewijzen of toestemmingsverklaringen indienen. In dat geval kunt u inzage krijgen op basis van een onderzoeksopzet. Voor informatie over de onderzoeksopzet, zie de zoekhulp Inzage in beperkt openbaar archief.

Tijdens de oorlog werd door de Nederlandse regering in Londen nagedacht over wat er moest gebeuren met de Nederlanders die met de bezetter hadden samengewerkt. De angst bestond dat de bevrijding zou uitlopen op een bijltjesdag, waarbij de berechting van collaborateurs door het Nederlandse volk in eigen handen zou worden genomen. Bedacht moest worden hoe deze collaborateurs voor de rechtbank gebracht konden worden.

Om de berechting in goede banen te leiden, werd in Londen een speciaal rechtssysteem bedacht dat geschikt zou zijn om zowel burgers als militairen te berechten: de bijzondere rechtspleging. Dit rechtssysteem bestond uit speciale politieke opsporingsdiensten, procureurs-fiscaal bij het openbaar ministerie, tribunalen, bijzondere gerechtshoven en een bijzondere raad van cassatie.

In totaal kwamen 310.000 mensen in aanraking met de bijzondere rechtspleging. Bijna allemaal werden ze vlak na de oorlog gearresteerd en geïnterneerd. Naar sommigen is alleen een onderzoek ingesteld en zijn geen belastende feiten gevonden. Als er wel bewijs werd gevonden, werd iemand berecht door een tribunaal of bijzonder gerechtshof. Sommigen zaten zo lang in voorarrest dat zij door de procureur-fiscaal voorwaardelijk buiten vervolging werden gesteld. Dat betekende dat de ernst van hun daden even zwaar werd gezien als de doorgebrachte tijd in voorarrest.

Het Centraal Archief Bijzondere rechtspleging (CABR) is de neerslag van dit rechtssysteem. Hierin zijn zowel de dossiers van de lokale opsporingsdiensten als de dossiers van het openbaar ministerie, de tribunalen, de bijzondere gerechtshoven en de bijzondere raad van cassatie terug te vinden. De dossiers zijn geordend op naam van de verdachte.

Nederlands Beheersinstituut (NBI) (2.09.16), belast met het beheer van vermogens van onder andere politieke delinquenten.
Stichting Politieke Delinquenten (STPD) (2.09.42.01), belast met reclasseringsactiviteiten ten behoeve van vrijgelaten politieke delinquenten en met controle op de naleving van de voorwaarden opgelegd bij voorwaardelijke buitenvervolgstellingen, voorwaardelijke veroordelingen en voorwaardelijke invrijheidstellingen. 
Raad voor het Rechtsherstel (2.09.48.02), belast met het behandelen van bezwaren van politieke delinquenten tegen beheersbeslissingen van het NBI. 
• Archieven over de zuivering van een aantal beroepsgroepen: ambtenaren, rechterlijke macht, politie, personeel Nederlandse Arbeidsdienst, pers, kunstenaars, bedrijfsleven, personeel van de radio-omroep.
Archieven Commissies tot Opsporing van Oorlogsmisdadigers (COOM) (2.09.61): betreft alleen Duitsers.
Bureau Bijzondere Jeugdzorg van het ministerie van Justitie (2.09.42.02) en de Provinciale Inspectie en Tehuizen voor de Bijzondere Jeugdzorg in Zuid-Holland (3.05.26).
Bureau Nationale Veiligheid (BNV) (2.04.80), onder meer belast met het identificeren, opsporen, arresteren en verhoren van personen die behoorden tot Duitse spionage- en sabotageorganisaties als Abwehr, Gestapo en Sicherheitsdienst.

  • Sjoerd Faber en Gretha Donker, Bijzonder Gewoon: Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (1944-2010) en de “lichte gevallen”, Den Haag/Zwolle 2010.
  • Jan Kompagnie (eindred.), De Oorlogsgids: met antwoorden op de 25 meest gestelde vragen over de oorlogsarchieven van het Nationaal Archief, Meppel 2005.
  • Jan Kampagnie en Ad van Liempt (eindred.), Jodenjacht, Amsterdam 2011.