Regionaal Historische Centra

De Archiefwet 2026 hanteert als uitgangspunt dat elke overheid over een eigen archiefdienst beschikt, die blijvend te bewaren documenten bewaart, beheert en ter beschikking stelt. 

De organisatie van de archiefdienst voor het Rijk is altijd gebaseerd op het idee dat een burger, ambtenaar of onderzoeker analoge documenten op een fysieke locatie moet kunnen raadplegen. Daarom is vanaf eind 19de eeuw in het hele land een netwerk van archiefdiensten gevormd, dat nu bestaat uit het Nationaal Archief in Den Haag en een ‘Regionaal Historische Centrum’ (RHC) in elke provinciehoofdplaats. Die RHC’s zijn samenwerkingsverbanden op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die ook rijksarchieven verwerven, bewaren en beheren. 

Ook de taakverdeling was logisch. Met het Nationaal Archief als depot voor archieven van ministeries en andere landelijke rijksorganisaties. En de Regionaal Historische Centra als depot voor archieven van rijksorganisaties die in hun provincie actief zijn.

Als gevolg van digitalisering en centralisatie gaat deze organisatievorm op de schop. Voor digitale documenten van het Rijk is het efficiënter om met één enkel digitaal depot bij het Nationaal Archief te werken.  Alleen voor analoge documenten van het Rijk heeft een netwerk aan archiefdepots in het land nog meerwaarde. Daarom bepaalt de Archiefwet 2026 niet alleen dat het Nationaal Archief de enige archiefdienst is van het Rijk, maar ook dat het beheer van een deel van de documenten overgedragen kan worden aan gemeenschappelijke regelingen. Voor de overbrenging en het beheer van analoge (papieren) rijksarchieven door de RHC’s verandert er in praktijk niets. En blijft de waardevolle regionale archieffunctie van de RHC’s behouden.

Deze nieuwe organisatievorm gaat gepaard met de uittreding van het Rijk uit gemeenschappelijke regelingen van de RHC’s.

Alles uitklappen

De organisatie van de RHC’s is belangrijk voor verantwoordelijke overheidsorganen van het Rijk en voor een aantal archiefdiensten.

  • Verantwoordelijke overheidsorganen van het Rijk moeten weten welke documenten zij naar het Nationaal Archief en welke documenten zij naar een Regionaal Historisch Centrum moeten overbrengen.
  • Een aantal archiefdiensten moet weten welke blijvend te bewaren documenten van het Rijk zij moeten beheren. Dat zijn:
    • Nationaal Archief
    • Brabants Historisch Informatie Centrum
    • Collectie Overijssel
    • Drents Archief
    • Gelders Archief
    • Groninger Archieven
    • Het Flevolands Archief
    • Het Utrechts Archief
    • Historisch Centrum Limburg
    • Noord-Hollands Archief
    • Tresoar
    • Zeeuws Archief

De organisatie van de archiefdienst voor documenten van het Rijk wordt aangepast aan de digitale tijd. Met behoud van continuïteit voor het beheer van analoge documenten van het Rijk door de RHC’s.

  • Het Nationaal Archief is belast met de bewaring en beschikbaarstelling van blijvend te bewaren documenten van het Rijk (Archiefwet 2026, artikel 6.1, lid 1).
  • Het Nationaal Archief heeft een rijksarchivaris, die verantwoordelijk is voor het beheer van de documenten die blijvend door het Nationaal Archief worden bewaard (Archiefwet 2026, artikel 6.1, lid 3).
  • De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is het verantwoordelijke overheidsorgaan voor de documenten die naar het Nationaal Archief zijn overgebracht (Archiefwet 2026, artikel 2.6, lid 1).
  • De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan zijn taken en bevoegdheden voor een deel van de blijvend te bewaren documenten van het Rijk overdragen aan een gemeenschappelijke regeling, gedeputeerde staten of een college van burgemeester en wethouders (Archiefwet 2026, artikel 3.1).
  • De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan taken en bevoegdheden die de rijksarchivaris ten aanzien van de documenten heeft, overgedragen aan een persoon die bij de gemeenschappelijke regeling, gedeputeerde staten of een college van burgemeester en wethouders werkzaam is (Archiefwet 2026, artikel 3.1).
  • De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verstrekt voor de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden een specifieke uitkering (Archiefwet 2026, artikel 3.2).
  • De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan in bepaalde gevallen de overdracht intrekken (Archiefwet 2026, artikel 3.3).

De overdracht van taken en bevoegdheden wordt verder uitgewerkt in een delegatiebesluit per RHC, de financiering via een specifieke uitkering in een algemene regeling voor alle RHC’s en in een jaarlijkse beschikking per RHC.

De belangrijkste verschillen tussen de Archiefwet 1995 en de Archiefwet 2026 hebben betrekking op de volgende onderwerpen.

Eén archiefdienst voor het Rijk

  • Het Nationaal Archief is volgens de Archiefwet 2026 de enige archiefdienst van het Rijk. De Archiefwet 1995 maakt nog melding van een rijksarchiefdienst, met een ‘algemene rijksarchiefbewaarplaats’ in Den Haag en rijksarchiefbewaarplaatsen in elke provinciehoofdstad. Rond 2000 waren deze respectievelijk omgevormd tot het Nationaal Archief en de Regionaal Historische Centra, maar ook toen bleef het bestaan van een netwerk aan archiefdepots het uitgangspunt.
  • Het Rijk heeft volgens de Archiefwet 2026 één rijksarchivaris. De Archiefwet 1995 maakt nog melding van een algemene rijksarchivaris in Den Haag en een rijksarchivaris in elke provincie. Met het vervallen van de rijksarchiefbewaarplaats in elke provincie vervalt daar ook de functie van rijksarchivaris. Daarom wordt de algemene rijksarchivaris voortaan aangeduid als de rijksarchivaris.

Overdracht van taken en bevoegdheden aan de RHC’s

  • De mogelijkheid van de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap om taken en bevoegdheden voor een deel van de rijksarchieven over te dragen aan een gemeenschappelijke regeling. Het beheer van papieren rijksarchieven in een provincie kan op basis hiervan voor onbepaalde tijd gedelegeerd worden aan de Regionaal Historische Centra. Omdat deze Regionaal Historische Centra onder de Archiefwet 1995 als rijksarchiefbewaarplaatsen die taak al vervullen, is de continuïteit van het beheer van de papieren rijksarchieven verzekerd.
  • De financiële middelen die nodig zijn in de nieuwe situatie, worden via een specifieke uitkering aan de RHC’s uitgekeerd. Die vervangen de rijksbijdrage aan de gemeenschappelijke regelingen van de RHC’s. De RHC’s zijn rond 2000 opgericht op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waardoor de Archiefwet 1995 hier geen enkele melding van maakt.
  • De mogelijkheid om taken en bevoegdheden voor een deel van de blijvend te bewaren documenten van het Rijk over te dragen aan gedeputeerde staten of een college van burgemeester en wethouders. Die bepaling is voorzien voor het geval er niet langer een gemeenschappelijke regeling is voor het beheer van de papieren rijksarchieven. Dan heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nog de mogelijkheid om dit te delegeren aan een provincie of gemeente.

Overbrenging van documenten van het Rijk

  • De bepalingen van de Archiefwet 2026 hebben tot gevolg dat sommige verantwoordelijke overheidsorganen van het Rijk hun blijvend te bewaren digitale documenten moeten overbrengen naar het Nationaal Archief en hun blijvend te bewaren analoge documenten naar een Regionaal Historisch Centrum. Dat is in praktijk ook al zo. De Archiefwet 1995 houdt geen rekening met digitale documenten en maakt daarom op dit punt geen enkel onderscheid.

Zowel de uittreding van het Rijk uit als de vormgeving van de nieuwe samenwerking met de RHC’s moet geregeld zijn op 1 januari 2027, de datum van inwerkingtreding van de Archiefwet 2026. 

Dat zal op 1 januari 2027 voor alle RHC’s zijn afgerond via uittreedbesluiten, delegatiebesluiten, een SPUK-regeling en twee bestuursconvenanten. Bovendien hebben alle RHC’s ingestemd met de voorwaarden voor uittreding van het Rijk.

Nuttige documenten voor dit thema zijn:

  • Een uittreedbesluit per RHC: besluiten van de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap tot uittreding uit de gemeenschappelijke regeling van de RHC’s.
    Status: deze zijn in december 2025 gepubliceerd in de Staatscourant; zoek op het trefwoord ‘uittreding’ in combinatie met de naam van het Regionaal Historisch Centrum.
  • Een delegatiebesluit per RHC: besluiten van de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap tot overdracht van taken en bevoegdheden aan de RHC’s. 
    Status: deze worden in Q3 2026 gepubliceerd in de Staatscourant.
  • De SPUK-regeling: regeling van de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap voor de toekomstige financiering via een specifieke uitkering.
    Status: deze wordt in Q3 2026 gepubliceerd in de Staatscourant.
  • Het Bestuursconvenant duurzame samenwerking van februari 2024: dit bevat afspraken tussen de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de RHC’s over de verdere samenwerking.
    Status: dit convenant is in maart 2024 gepubliceerd in de Staatscourant.
  • Het Bestuursconvenant structurele samenwerkingsafspraken: dit bevat afspraken tussen de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de RHC’s over de verdere samenwerking.
    Status: dit convenant wordt in Q3 2026 gepubliceerd in de Staatscourant.